Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.2.3
5.2.3 Trendmatig begrotingsbeleid
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2013/14, 33 670, nr. 9, p. 17 (Notaoverleg over hoofdlijnennotitie modernisering Comptabiliteitswet). Een reden hiervoor kan zijn dat de Comptabiliteitswet alleen formele regels bevat omtrent het begrotingsbeleid en geen materiële regels. Dit zou veranderen door het opnemen van dergelijke materiële regels in de Comptabiliteitswet.
Zie paragraaf 2.11.1.1.
Kamerstukken II 2012/13, 33 416, nr. 3, p. 5 en Kamerstukken II 2013/14, 33 670, nr. 9, p. 17 en 18. In de hoofdlijnennotie modernisering van de Comptabiliteitswet was aanvankelijk een voorstel opgenomen tot het opnemen van de begrotingsregels en regels inzake begrotingsplafonds in de nieuwe Comptabiliteitswet. Hier heeft de minister bij nader inzien toch vanaf gezien om in de hoofdtekst genoemde redenen. Zie Kamerstukken II 2013/14, 33 670, nr. 1, p. 7.
Artikel 2 lid 1 Wet HOF stelt dat de Minister van Financiën een trendmatig begrotingsbeleid voert met betrekking tot de uitgaven en de ontvangsten van de Rijksdienst en de sociale fondsen. De verankering van het nationale begrotingsbeleid volgt in reactie op de in de Tweede Kamer aangenomen motie Harbers en Blanksma-van den Heuvel uit 2010.1 De Minister van Financiën heeft ervoor gekozen om het begrotingsbeleid te verankeren in een aparte wet en niet in de Comptabiliteitswet, waar de motie naar verwijst. De minister geeft hiervoor geen expliciete reden maar laat de mogelijkheid open om de begrotingsregels later eventueel te integreren in de Comptabiliteitswet.2
Volgens artikel 2 lid 2 Wet HOF wordt het trendmatig begrotingsbeleid gevoerd:
met inachtneming van vaste uitgavenkaders;
met inachtneming van het uitgangspunt van automatische stabilisatie voor de belastingontvangsten en sociale premies; en
op basis van de meerjarencijfers en de macro-economische ramingen van de relevante variabelen van het CPB
Het kabinet heeft ervoor gekozen om alleen de uitgangspunten van het trendmatig begrotingsbeleid in de Wet HOF neer te leggen. De gedetailleerde begrotingsregels worden niet in de wet vastgelegd maar per kabinetsperiode bepaald en neergelegd in het regeerakkoord, zoals hiervoor ook het geval was,3 omdat de concrete uitwerking afhangt van de budgettaire situatie en de wensen van het kabinet en de nodige flexibiliteit zo gehandhaafd blijft. Bovendien gaat het volgens de Minister van Financiën om bestuurlijke regels die gelden binnen het kabinet en waar de Tweede Kamer het kabinet ook aan kan houden. Het is volgens de minister daarom niet nodig dit wettelijk te regelen.4 Hoewel de Wet HOF enkel de uitgangspunten van het begrotingsbeleid bevat, wordt hiermee gebroken met de bestaande praktijk omdat de nationale (en Europese) begrotingsregels een wettelijke basis krijgen.