Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/570
Herziening. Niet voldoen aan verplichting tot doen van aangifte bij douane door op Schiphol met € 10.000 in handbagage op vliegtuig naar Dubai te stappen, art. 10:1 Algemene douanewet. Aangevoerd wordt dat sprake is van gegeven a.b.i. art. 457 lid 1 sub c Sv, omdat ernstig vermoeden bestaat dat hof aanvrager had vrijgesproken als het bekend zou zijn geweest met (i) en (ii) bij aanvraag gevoegde verklaringen van twee getuigen, (iii) bewijs van ontvangst ex art. 94 Sv, (iv) p-v van aangifte en (v) instapkaarten. Hof heeft alternatieve scenario van verzoeker dat hij op Schiphol niet € 10.000 maar € 9.800 bij zich had, omdat vier biljetten van € 50 vals ware, verworpen omdat het onvoldoende onderbouwd was en het dossier geen indicatie bevat dat uit controle op Schiphol aanwijzingen naar voren zijn gekomen dat zich tussen door aanvrager meegenomen geld vals geld bevond. M.b.t. onder (iv) bedoeld p-v van aangifte geldt dat hof al bekend was met wat daarin door aanvrager naar voren is gebracht. Onder (i) tot en met (iii) en onder (v) bedoelde verklaringen en stukken zijn (elk voor zich en in onderling verband beschouwd) van onvoldoende gewicht om te kunnen gelden als gegeven a.b.i. art. 457 lid 1 sub c Sv. Daarbij is mede van belang dat, zoals hof heeft vastgesteld, op Schiphol al controle heeft plaatsgevonden waarbij daar aangetroffen geld kennelijk door opsporingsambtenaren is geteld, zonder dat daarbij aanwijzingen naar voren zijn gekomen dat er valse biljetten tussen dat geld zaten. Verder ontbreken bij aanvraag nadere bewijsstukken dat aanvrager bij wisseltransactie in Dubai gebruik heeft gemaakt van biljetten die hij op Schiphol bij zich had en van constatering dat daarbij sprake was van aantal valse biljetten. Er is daarom niet sprake van ernstig vermoeden dat hof aanvrager zou hebben vrijgesproken als het bekend was geweest met wat in aanvraag is aangevoerd. Afwijzing aanvraag.
HR 21-05-2024, ECLI:NL:HR:2024:734
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 mei 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/04507 H
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:734, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑05‑2024
Essentie
Herziening. Niet voldoen aan verplichting tot doen van aangifte bij douane door op Schiphol met € 10.000 in handbagage op vliegtuig naar Dubai te stappen, art. 10:1 Algemene douanewet. Aangevoerd wordt dat sprake is van gegeven a.b.i. art. 457 lid 1 sub c Sv, omdat ernstig vermoeden bestaat dat hof aanvrager had vrijgesproken als het bekend zou zijn geweest met (i) en (ii) bij aanvraag gevoegde verklaringen van twee getuigen, (iii) bewijs van ontvangst ex art. 94 Sv, (iv) p-v van aangifte en (v) instapkaarten. Hof heeft alternatieve scenario van verzoeker dat hij op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.