Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/5.3.5.3
5.3.5.3 Antedateringsrisico
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS474392:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
In deze zin Hof Arnhem 4 mei 2010, JOR 2010/160, m.nt. N.E.D. Faber (Wiegerink/ IFN).
HR 3 februari 2012, JOR 2012/200, m.nt. B.A. Schuijling, NJ 2012/261, m.nt. F.M.J. Verstijlen (Dix q.q./ING), r.o. 4.6.4; en HR 1 februari 2013, JOR 2013/155, m.nt. B.A. Schuijling & N.E.D. Faber, NJ 2013/156, m.nt. F.M.J. Verstijlen (Van Leuveren q.q./ING), r.o. 4.5.2.
HR 1 februari 2013, JOR 2013/155, m.nt. B.A. Schuijling & N.E.D. Faber, NJ 2013/ 156, m.nt. F.M.J. Verstijlen (Van Leuveren q.q./ING), r.o. 4.5.2.
Art. 151 lid 1 en 2 Rv.
Vgl. de art. 150-152 en 157 lid 2 Rv; HR 5 januari 2001, NJ 2001/612, m.nt. W.D.H. Asser (Brooke Holland/Overes q.q.); en HR 16 maart 2007, NJ 2008/219, m.nt. C.J.M. Klaassen (Wooning/Wooning).
Vgl. 123 Fw; HR 6 oktober 1989, NJ 1990/323, m.nt. J.B.M. Vranken (Timmermans/ Heutink q.q.); en HR 5 januari 2001, NJ 2001/612, m.nt. W.D.H. Asser (Brooke Holland/Overes q.q.).
Dat laat onverlet dat deze omstandigheid een rol kan spelen bij de waardering van het door de pandgever geleverde tegenbewijs.
Art. 1 lid 2, aanhef en onder b, Registratiewet 1970.
225. Bij het regelmatig gebruik van verzamelakten met identieke en generieke inhoud, bestaat een risico op antedatering. Een verzamelakte biedt niet subiet duidelijkheid over de te verpanden vorderingen en de pandgevers. Door een volmacht of overeenkomst die de titel van verpanding behelst te voorzien van een vroegere datum kan worden geprobeerd om de verpanding van de vorderingen van een bepaalde pandgever alsnog onder het bereik van een (eerdere) verzamelakte te brengen.1 Tegen deze vorm van antedatering bestaat geen bijzondere bescherming. De registratie van de verzamelakte beschermt immers slechts tegen antedatering van de pandakte zelf.
Mede in verband met het antedateringsrisico stelt de Hoge Raad voor rechtsgeldigheid van een verpanding door middel van een verzamelakte de eis dat de eerdere datering vaststaat van zowel de akte waarin de titel voor de verpanding ligt besloten, als de akte waarbij de volmacht is verleend.2 De eerdere datering kan blijken uit de registratie van deze akten, maar zij kan ook op andere wijzen worden aangenomen. Bij betwisting van de datering ligt het in beginsel op de weg van degene die zich op de akte beroept, om de juistheid van de datering te bewijzen.3
Het vaststaan van de datering is daarmee niet meer dan een bewijsrechtelijke eis. Bij betwisting van de geldigheid van het pandrecht door de pandgever zal de pandhouder in de regel het benodigde bewijs eenvoudig kunnen leveren. De door de pandgever ondertekende onderhandse akten die de titel voor de verpanding en volmachtverlening behelzen, hebben op grond van art. 157 lid 2 Rv namelijk dwingende bewijskracht tussen de pandhouder en de pandgever, ook ten aanzien van de datering. Tegen dit dwingend bewijs staat in beginsel tegenbewijs open, dat door alle middelen geleverd mag worden.4 De pandgever zal vervolgens door het leveren van tegenbewijs op zijn minst aannemelijk moeten maken dat deze datering onjuist is.5 De curator van een gefailleerde pandgever bevindt zich bewijsrechtelijk in dezelfde (lastige) positie.6 De enkele omstandigheid dat de pandgever door vertegenwoordiging door de pandhouder partij is geworden bij de onderhandse akte, doet niet af aan de dwingende bewijskracht van de pandakte.7
De afzonderlijke registratie van de titel en volmacht lijkt overigens niet meer mogelijk sinds de inwerkingtreding van de Wet elektronische registratie notariële akten (Stb. 2012, 648) op 1 januari 2013. Het huidige regime van de Registratiewet 1970 staat nog slechts registratie van onderhandse akten toe in die gevallen waarin registratie een wettelijk vormvereiste is.8 Naar de letter van de wet is daarvan geen sprake in het geval van afzonderlijke aktes die slechts een volmacht of een titel tot verpanding bevatten.