Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.2.2
6.2.2 Aanspraak op financiële middelen
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS400781:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 10. Zie ook CBb 15 april 2011, LJN BQ1383.
Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 10.
Zie Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, p. 31 (MvT).
Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, p. 31 (MvT).
Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, p. 31 (MvT).
De in dit onderzoek betrokken Europese subsidies worden dus niet in natura verstrekt. Een dergelijke subsidie zou niet zijn te kwalificeren als een Awb-subsidie. Zie hieromtrent Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 10.
Het gaat bijvoorbeeld om de exportrestituties, de schoolfruitsubsidies en de schoolmelksubsidies. Zie hieromtrent hoofdstuk 5, paragraaf 5.3.3. Overigens kan soms wel om een voorschot worden gevraagd.
Zie artikel 4:29 van de Awb.
Wil een Europese subsidie kwalificeren als een Awb-subsidie, dan moet in de eerste plaats sprake zijn van een 'aanspraak op financiële middelen'. Het gaat daarbij om een aanspraak op geld, hoewel het niet nodig is dat de subsidieontvanger daadwerkelijk geld krijgt.1 Den Ouden, Jacobs en Verheij geven in dat verband het voorbeeld dat de overheid zich garant kan stellen voor rente en aflossing van een door een bank verstrekte geldlening.2 Zolang de kredietnemer zijn verplichtingen jegens de bank netjes nakomt, kost dat de overheid uiteindelijk niets. Omdat een kredietnemer door de garantstelling een krediet kan verkrijgen ofwel een lagere rente betaalt, is toch sprake van een economisch voordeel in de vorm van een aanspraak op financiële middelen.
De aanspraak op financiële middelen ontstaat reeds met het besluit tot subsidieverlening. Niet relevant is dat doorgaans pas een definitieve betaling plaatsvindt, nadat de activiteiten zijn verricht en de subsidie is vastgesteld.3 De term 'aanspraak' benadrukt dat de beslissing om een Awb-subsidie te verlenen niet vrijblijvend is. Ook de subsidieverlening vestigt een rechtens afdwingbare, zij het voorwaardelijke, aanspraak op financiële middelen.4 De subsidieverlening is voor het bestuursorgaan bindend. Indien de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteiten verricht en zijn overige verplichtingen nakomt, is het bestuursorgaan gehouden tot nakoming van de subsidieverlening, dat wil zeggen tot het overeenkomstig de verlening vaststellen van de subsidie en het uitbetalen van het subsidiebedrag.5
Voor alle Europese subsidies die in dit onderzoek zijn betrokken geldt dat sprake is van een aanspraak op financiële — zij het Europese — middelen.6 De wijze waarop deze aanspraak wordt gevestigd, geschiedt niet altijd met een besluit tot subsidieverlening. Voor de Europese bedrijfstoeslag — een Europese subsidie die uit het ELGF wordt bekostigd — geldt bijvoorbeeld dat met het verkrijgen van bedrijfstoeslagrechten een aanspraak op financiële middelen ontstaat. Bijzonder is dat deze bedrijfstoeslagrechten slechts eenmaal worden verleend, op grond waarvan de landbouwer ieder jaar opnieuw om uitbetaling moet vragen wil hij in aanmerking komen voor de bedrijfstoeslag. Het voorgaande neemt echter niet weg dat ook bij de bedrijfstoeslag sprake is van een financiële aanspraak.
Voor andere ELGF-subsidies geldt dat zij ingevolge de Europese subsidie-regelgeving worden verstrekt door middel van één enkele beslissing, namelijk de beslissing op de betalingsaanvraag.7 Dergelijke beslissingen zijn vergelijkbaar met besluiten tot subsidievaststelling. Deze praktijk staat niet aan de toepasselijkheid van de subsidietitel van de Awb in de weg. Ook op grond van de subsidietitel van de Awb is het mogelijk dat wordt volstaan met een besluit tot subsidievaststelling.8 De aanspraak op financiële middelen wordt in dat geval pas in het besluit tot subsidievaststelling gevestigd.