Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/5.3.7:5.3.7 Samenvatting en conclusie
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/5.3.7
5.3.7 Samenvatting en conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS300438:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
195. In de bovenstaande paragrafen heb ik de stand van de (Anglo-) Amerikaanse rechtsliteratuur over de opbouw van goederenrechtelijke rechten weergegeven. Daarbij besprak ik vier stappen: 1) het bepalen van in aanmerking komende schaarse middelen, 2) het samenstellen van een rechtsobject uit deze schaarse middelen, 3) het bepalen van in aanmerking komende juridische posities (met betrekking tot deze rechtsobjecten) en 4) het samenvoegen van deze juridische posities tot een subjectief recht. Voor het opbouwen van niet-goederenrechtelijke subjectieve rechten gelden alleen stap 3) en 4), omdat daar geen sprake is van een rechtsobject dat moet worden gedefinieerd.
196. In de (Anglo-) Amerikaanse literatuur is over elk van de vier stappen om goederenrechtelijke rechten op te bouwen geschreven vanuit een (rechts) economisch perspectief. Dit heeft geleid tot enkele interessante inzichten, vooral in het kader van de juridische posities waaruit (goederenrechtelijke) subjectieve rechten bestaan (zie paragraaf 5.3.5). Toch is nog geen van de vier stappen in de (Anglo-) Amerikaanse rechtsliteratuur volledig uitgekristalliseerd. Zo bestaat bij het toedelen van schaarse middelen in stap 1) onduidelijkheid over de vraag in hoeverre niet-fysieke schaarse middelen onderdeel van een rechtsobject kunnen zijn (zie randnummer 177). Bij stap 2) en 4) ontbreekt het aan een maatstaf om te bepalen welke schaarse middelen, respectievelijk juridische posities bij elkaar dienen te worden gevoegd (zie randnummer 180 en 192). Bij het bepalen van welke juridische posities kunnen samenhangen met een (goederenrechtelijk) subjectief recht, zijn ten slotte (slechts) twee theorieën ontwikkeld, die gaan over de bestaansreden van ‘claims’ om anderen uit te sluiten en de numerus clausus.
197. In dit onderzoek is het niet mogelijk om alle genoemde hiaten in de (Anglo-) Amerikaanse literatuur op te lossen. Dat is ook niet nodig. In dit onderzoek ben ik vooral geïnteresseerd in de vraag hoe en waarom subjectieve rechten worden aangevuld. Daarvoor is het slechts tot op zekere hoogte nodig om te weten hoe subjectieve rechten worden opgebouwd. Wat betreft stap 1) beperk ik me daarom tot de constatering dat sommige goederenrechtelijke rechten wel degelijk niet-fysieke rechtsobjecten hebben, die bestaan uit juridische posities. Er is dan sprake van een subjectief recht, zodat het bepalen van de niet-fysieke schaarse middelen die iemand kan hebben, samenvalt met het bepalen van de juridische posities die iemand kan hebben in stap 3). Ik bespreek dit onderwerp verder in dit onderzoek slechts waar nodig. Het zoeken naar een maatstaf om te bepalen welke schaarse middelen, respectievelijk juridische posities bij elkaar dienen te worden gevoegd in stap 2) en 4), gebeurt zijdelings in hoofdstuk 7, vooral in paragraaf 7.2. Ik werk deze maatstaf slechts uit voor zover dat nodig is om iets te kunnen zeggen over het aanvullen van subjectieve rechten.
198. Er is één onderwerp dat ik wel nader uitwerk. Naar aanleiding van stap 3) kijk ik in paragraaf 5.4 meer uitgebreid naar de juridische posities die iemand kan hebben. De reden daarvoor is dat in de huidige literatuur geen onderscheid wordt gemaakt tussen juridische posities die iemand heeft omdat hij dat met iemand anders heeft afgesproken en juridische posities die iemand heeft omdat de overheid hem deze toebedeelt. Voor dit onderzoek is dat echter een belangrijk onderscheid; ik bespreek de verschillen tussen door partijen verschafte juridische posities en door de overheid toegedeelde juridische posities meer uitgebreid in paragraaf 6.7.