Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.1.1.2
9.1.1.2 De procedure omtrent het indienen van stabiliteits- en convergentieprogramma’s
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS455277:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zo is het toezicht op de euro toegevoegd aan deze post, waardoor nu gesproken wordt over de eurocommissaris voor Economische en Monetaire Zaken en de Euro. Daarnaast heeft de Europese Commissie een vertegenwoordiging in iedere lidstaat die rapporteert over onder meer over de ontwikkelingen in dat land, zodat de inhoud van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s in perspectief kan worden geplaatst. Zie: Mijs & Schout 2014.
Artikel 3, vierde lid, en artikel 7, vierde lid, Verordening (EG) nr. 1466/97, laatstelijk gewijzigd door Verordening (EU) nr. 1175/2011. Zie ook punt 16 van de considerans van Verordening (EU) nr. 1175/2011.
Artikel 4 en 8 Verordening (EG) nr. 1466/97, laatstelijk gewijzigd door Verordening (EU) nr. 1175/2011.
Artikel 5, eerste lid, en artikel 9, eerste lid, Verordening (EG) nr. 1466/97, laatstelijk gewijzigd door Verordening (EU) nr. 1175/2011.
Artikel 5, eerste lid, sub c, en artikel 9, eerste lid, sub c, Verordening (EG) nr. 1466/97, laatstelijk gewijzigd door Verordening (EU) nr. 1175/2011.
Artikel 5, eerste lid, laatste paragraaf, en artikel 9, eerste lid, laatste paragraaf, Verordening (EG) nr. 1466/97, laatstelijk gewijzigd door Verordening (EU) nr. 1175/2011.
De procedure omtrent het inleveren van stabiliteits- en convergentieprogramma’s verandert, afgezien van de inbedding in het Europees semester, niet wezenlijk door Verordening (EU) nr. 1175/2011. Wel zijn de bevoegdheden van de eurocommissaris voor Economische en Monetaire Zaken in dit kader uitgebreid om voldoende toezicht te kunnen houden op de naleving van de regels.1 De lidstaten dienen zoals reeds het geval was bij de eerdere versies van het Stabiliteits- en Groeipact die programma’s in bij de Raad en de Europese Commissie (stabiliteitsprogramma’s voor de lidstaten die de euro gebruiken, convergentieprogramma’s voor de andere lidstaten). Hierin geven zij aan hoe zij denken hun middellangetermijnbegrotingsdoelstelling te gaan halen, die voor ieder land anders kan zijn, maar zich in ieder geval bevindt tussen min één procent van het bbp en een evenwicht of overschot op de begroting. Een lidstaat moet, zolang deze doelstelling voor het structurele tekort nog niet is gehaald, het begrotingssaldo jaarlijks met een half procent van het bruto binnenland product verbeteren. De Raad toetst vervolgens, op basis van onderzoeken door de Europese Commissie, de programma’s.
Deze verordening voegt daar vier punten aan toe. Ten eerste specificeert de verordening de inhoud van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s en de beoordeling daarvan door de Europese Commissie en de Raad.2 Bijzonder is dat een programma voortaan moet vermelden of het is voorgelegd aan het nationale parlement en of het door het parlement is goedgekeurd.3 Ook moet een programma aangeven of het nationale parlement de gelegenheid heeft gehad om te debatteren over het oordeel van de Raad over het voorgaande programma en, indien van toepassing, over een aanbeveling of een waarschuwing. Ten tweede is het moment van indiening vastgelegd in april (bij voorkeur medio april en uiterlijk 30 april).4 Ten derde bevat de verordening nadere regels over wat lidstaten moeten doen om hun middellangetermijnbegrotingsdoelstelling te halen. Zo regelt de verordening dat lidstaten met een overheidsschuld van meer dan zestig procent van het bbp of die aantoonbare risico’s lopen wat betreft ‘de algehele houdbaarheid van de schuldpositie’, het begrotingssaldo moeten verbeteren met een half procent van het bbp.5 Ook geldt voor lidstaten die hun doelstelling nog niet verwezenlijkt hebben dat vermindering van overheidsontvangsten hetzij door uitgavenreducties, hetzij door verhogingen van andere ontvangsten, hetzij door beide moeten worden gecompenseerd.6 Tot slot creëert deze verordening de mogelijkheid om tijdelijk af te wijken van het aanpassingstraject richting de middellangetermijnbegrotingsdoelstelling.7 Dit kan in het geval van een buitengewone gebeurtenis die buiten de macht van een lidstaat valt en die een aanzienlijke invloed heeft op de financiële positie van de overheid, of in perioden van ernstige economische neergang in het eurogebied of in de EU als geheel.8 De houdbaarheid van de begroting op middellange termijn mag hierdoor niet in gevaar komen, aldus de verordening.