Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.6.2
13.6.2 Arresten Hof van Justitie
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS411983:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 14 december 1976, zaak 25/76, Segoura/Bonakdarian, Jur. 1976, p. 1851, NJ 1977, 447.
HvJ EG 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735.
HvJ EG 11 juli 1985, zaak 221/84, Berghnfer/ASA, Jur. 1985, p. 2699, NJ 1986, 602.
HvJ EG 14 december 1976, zaak 25/76, Segoura/Bonakdarian, Jur. 1976, p. 1851, NJ 1977, 447.
HvJ EG 14 december 1976, zaak 25/76, Segoura/Bonakdarian, Jur. 1976, p. 1851, NJ 1977, 447, r.o. 12.
De Europese Commissie beantwoordt de vraag eveneens bevestigend, Jur. 1976, p. 1857.
Bisschoff, Clunet 1977, p. 739; Beraudo, Jurisclasseur, suppl. 1989 (3), p. 22.
HvJ EG 14 december 1976, zaak 25/76, Segoura/Bonakdarian, Jur. 1976, p. 1851, NJ 1977, 447, r.o. 8.
HvJ EG 11 juli 1985, zaak 221/84, Berghtifer/ASA, Jur. 1985, p. 2699, NJ 1986, 602.
Van Wechem, Toepasselijkheid van algemene voorwaarden, p. 107 en 136; Webb/Meijer, Adv. bl. 2002, p. 72; zie ook par. 13.11.
Vgl. Gothot/Holleaux, La Convention, p. 104, nr. 173.
Lando, Civil Jurisdiction, p. 35.
Par. 13.7.
HvJ EG 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735.
De bevoegdheid was gebaseerd op de toenmalige uitleg in de jurisprudentie van art. 91 (Belgische) Zeewet.
Franse tekst: 'que la simple impression au verso du formulaire du connaissement d'une clause attributive de juridiction ne satisfait pas aux exigences de l' article 17'.
HvJ EG 14 december 1976, zaak 24/76, Colzani/Rilwa, Jur. 1976, p. 1831, NJ 1977, 446; zie verder par. 13.11 over verwijzing.
HvJ EG 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735, r.o. 71.
HvJ EG 14 december 1976, zaak 25/76, Segoura/Bonakdarian, Jur. 1976, p. 1851, NJ 1977, 447.
HvJ EG 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735.
Zie par. 13.5 over de interpretatie van de schriftelijke overeenkomst.
Ekehnans, p. 439; Gaudemet-Tallon, Rev. Crit. 1985, p. 393.
HvJ EG 14 december 1976, zaak 25/76, Segoura/Bonakdarian, Jur. 1976, p. 1851, NJ 1977, 447.
Naar onder meer Frans recht is deze oplossing voor een forumkeuze in een cognossementafwijkend. Naar Frans recht dient zowel de afzender als de vervoerder het cognossement te ondertekenen, zie Gaudemet-Tallon, Rev. Crit., 1985, p. 393 en hierna par. 13.10 over forumkeuze in cognossementen. Over de 'schriftelijke aanvaarding' gaat ook het arrest Berghbfer/ASA dat hierna aansluitend wordt besproken.
HvJ EG 11 juli 1985, zaak 221/84, Berghbfer/ASA, Jur. 1985, p. 2699, NJ 1986, 602.
Deze bepaling komt gewijzigd voor in art. 63 EEX-V°. De eis dat de partij met woonplaats in Luxemburg dient te bevestigen is vervallen.
HvJ EG 11 juli 1985, zaak 221/84, Berghbfer/ASA, Jur. 1985, p. 2699, NJ 1986, 602.
HvJ EG 14 december 1976, Segoura/Bonakdarian, Jur. 1976, p. 1851, NJ 1977, 447.
Voor zover dat niet reeds volgt uit HvJ 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735 dat hiervoor is besproken.
Anders: Rb. Rotterdam 7 februari 2007, 154.
HvJ EG 11 juli 1985, zaak 221/84 Berghbfer/ASA, Jur. 1985, p. 2699, NJ 1986, 602.
Voor personen met woonplaats in Luxemburg is zulks anders ingevolge art. I tweede alinea Protocol: zij dienen de overeenkomst schriftelijk te hebben bevestigd aan de medecontractanten; zie ook reeds HvJ 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735, r.o. 71.
Rb. Amsterdam 19 januari 1977, NJ 1977, 576; Rb. Rotterdam 14 december 1984, S&S 1988, 18, NIPR 1988, 327; Cour de Cassation lère ch. civ. 3 december 1985, Serie D I-17.1.2-B 32; Rb. Almelo 21 juni 1989, NIPR 1989, 468.
Hetgeen onverlet laat dat de forumkeuze op een andere wijze tot stand kan zijn gekomen, bijv. als schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst, in het kader van lopende handelsbetrekkingen of in een vorm die in de internationale handel gebruikelijk is.
Een eiser zal immers met het beroep op de forumkeuze de bevoegdheid willen creëren. Het aanbrengen van de zaak en het inleiden van de vordering voor het forum derogatum is een tegenstrijdigheid.
Een verweerder zal immers met een beroep op de forumkeuze de bevoegdheid van het forum derogatum willen bestrijden.
Het Hof van Justitie heeft over de vorm 'schriftelijk bevestigde mondelinge overeen
komst' de volgende arresten gewezen:
Segoura/Bonakdarian;1
Tilly Russ/Nova;2
B erghbfer/ASA.3
Deze arresten zijn steeds gewezen onder het EEX in de oorspronkelijke versie, met andere woorden vóór de versoepeling van de vormvoorschriften in het Eerste en Derde Toetredingsverdrag. Niettemin zijn de arresten voor de schriftelijke bevestigde mondelinge overeenkomst nog steeds van belang, omdat deze vorm ongewijzigd in art. 23 EEX- V° en 17 Verdrag is gehandhaafd. Reden om deze arresten hierop te analyseren.
i) Arrest Segoura/Bonakdarian4
Het BGH, dat in deze zaak de préjudiciële vragen stelt, wil voor twee hypothesen weten of een geldige overeenkomst tot aanwijzing van de bevoegde rechter tot stand is gekomen:
Bij het sluiten van de overeenkomst heeft Bonakdarian gemeld dat werd gecontracteerd op grond van zijn algemene voorwaarden;
Bonakdarian heeft daarvan geen melding gemaakt bij het sluiten van de overeenkomst, maar na het sluiten van de overeenkomst de opdrachtbevestiging aan Segoura overhandigd.
Het Hof van Justitie behandelt de vragen uiteindelijk samen en overweegt:5
`dat (…) bij een mondeling gesloten overeenkomst slechts aan de vormvoorschriften van art. 17, eerste alinea, is voldaan, indien de schriftelijke bevestiging van de verkoper onder bijvoeging van de algemene verkoopvoorwaarden door de koper schriftelijk is aanvaard; dat het feit dat de koper geen bezwaar maakt tegen een éénzijdige bevestiging van de wederpartij, niet geldt als aanvaarding ten aanzien van de clausule tot aanwijzing van de bevoegde rechter, behalve indien de mondelinge overeenkomst deel uitmaakt van de lopende handelsbetrekkingen tussen partijen welke gegrond zijn op de algemene voorwaarden van een der partijen, waarin een clausule tot aanwijzing van een bevoegde rechter is opgenomen;'
De conclusie van het Hof van Justitie — het dictum sluit aan op de geciteerde rechtsoverweging — dat geen forumkeuze tot stand is gekomen in de hypothese dat Bonakdarian mondeling heeft gewezen op toepasselijkheid van de algemene voorwaarden met daarin een forumkeuze, is moeilijk te rijmen met de tekst van art. 17 EEX. Het EEX opende juist voor partijen de mogelijkheid om in mondeling gesloten overeenkomsten een forumkeuze overeen te komen en deze daarna schriftelijk te bevestigen. Indien de wederpartij voor of bij het sluiten van de overeenkomst op de hoogte is van de forumkeuze — of redelijkerwijs kan zijn — is de forumkeuze geldig. Het Hof van Justitie had de eerste vraag derhalve positief moeten beantwoorden: partijen waren een geldige forumkeuze overeengekomen, aannemende dat de verkoper op toepasselijkheid van zijn algemene voorwaarden had gewezen voor of bij het sluiten van de overeenkomst.6 Een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst is in de interpretatie van het Hof van Justitie in dit arrest een bijna betekenisloze vorm geworden.7 De hypothese — zoals het Hof overweegt — van een schriftelijke aanvaarding8 komt neer op een schriftelijke overeenkomst. De vorm van een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst heeft hierdoor geen zelfstandige betekenis meer naast een schriftelijke overeenkomst. Deze vorm van art. 23 EEX-V° en art. 17 Verdrag zou hiermee overbodig zijn. Op dit punt heeft het Hof van Justitie zijn standpunt echter gewijzigd in het hierna te bespreken arrest Tilly Russ/Nova.9 Het Hof van Justitie concludeert in het laatste arrest dat een stilzwijgende aanvaarding mogelijk is.
In zijn antwoord lijkt het Hof van Justitie bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst een verplichting aan te nemen voor de gebruiker van algemene voorwaarden met een forumkeuze om de wederpartij uitdrukkelijk te wijzen op de forumkeuze. Deze conclusie is mijns inziens niet juist. Uit het arrest mag slechts worden afgeleid dat een onderscheid bestaat tussen toepasselijkheid van algemene voorwaarden en de totstandkoming van een forumkeuze. Toepasselijkheid van algemene voorwaarden hangt af van de lex causae;10 de geldigheid van de forumkeuze wordt uitsluitend beoordeeld aan de hand van art. 23 EEX-V° 17 Verdrag of het commune internationaal privaatrecht. Wellicht heeft het Hof van Justitie bij zijn antwoord aangenomen dat de bevestiging geen werkelijke bevestiging was, maar een aanbod tot contracteren op basis van de algemene voorwaarden van Bonakdarian.11
De tweede vraag had betrekking op een mondelinge overeenkomst waarbij niet is gewezen op de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst. Dit was de tweede hypothese van het BGH. Segoura zou pas met de forumkeuze bekend zijn geworden door overhandiging van de 'Auftragsbestatigung und Rechnung' met de algemene voorwaarden. Het Hof van Justitie heeft hier een in Nederlandse ogen begrijpelijke koers gevaren. De wederpartij is te laat gewezen op het bestaan van de algemene voorwaarden en de forumkeuze en daardoor zijn de algemene voorwaarden en de forumkeuze — onafhankelijk van elkaar — geen voorwerp geweest van de wilsovereenstemming. Het antwoord op de tweede vraag (de tweede hypothese van het BGH) blijft zijn waarde ook onder de EEX-V° en het Verdrag behouden, indien tussen partijen geen lopende handelsbetrekkingen bestaan en de bevestiging van een mondelinge overeenkomst geen vorm is die in het internationale handelsverkeer algemeen aanvaard is.12
Het Hof van Justitie heeft zich wellicht gerealiseerd dat de antwoorden op de twee prejudiciële vragen zouden leiden tot een te rigide systeem. Als obiter dictum heeft het Hof van Justitie waarschijnlijk daarom aan zijn oordeel toegevoegd dat een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst toch kan leiden tot een geldige forumkeuze, indien tussen partijen lopende handelsbetrekkingen bestaan die in hun geheel worden beheerst door de algemene voorwaarden van degene die de overeenkomst heeft bevestigd. Deze vorm is vervolgens gecodificeerd in art. 23 lid 1 sub b EEX-V°/17 lid 1 sub b Verdrag.13
ii) Arrest Tilly Russ/Nova14
Op de achterzijde van het cognossement dat het voorwerp was van het geschil was de volgende forumkeuze vermeld:
'Any dispute arising under this bill of lading shall be decided by the Hamburg Courts.'
De Rechtbank van Koophandel en het Hof van Beroep te Antwerpen hebben zich niettemin bevoegd verklaard.15 Het Hof van Cassatie stelde het Hof van Justitie in wezen twee prejudiciële vragen:
Voldeed de bovenstaande forumkeuze aan de vormvoorschriften van art. 17 EEX rekening houdend met de ter zake algemeen geldende gebruiken?
Zo ja, geldt zulks ook ten aanzien van de derdehouder van de cognossementen, in casu Goeminne Hout?
Voor de vormvoorschriften van art. 17 EEX is in het bijzonder de eerste vraag van belang. De tweede vraag raakt twee problemen: derdenwerking van forumkeuze en de vraag in welke verhouding aan de vormvoorschriften moet zijn voldaan. Deze vraag wordt in par. 11.2.7 over derdenwerking behandeld. Het Hof van Justitie oordeelde als volgt:
`Een bevoegdheidsbeding in op een cognossement gedrukte voorwaarden voldoet aan de vereisten van art. 17 Executieverdrag:
- indien partijen schriftelijk hebben ingestemd met de voorwaarden van het cognossement,
die bedoeld beding bevatten, of
- indien het bevoegdheidsbeding onderwerp is geweest van een eerdere mondelinge overeenkomst tussen partijen, die uitdrukkelijk betrekking had op dat beding en waarvan het door de vervoerder ondertekende cognossement moet worden aangemerkt als de schriftelijke bevestiging, of
- indien het cognossement een onderdeel vormt van de lopende handelsbetrekkingen tussen partijen en voor zover daarbij blijkt, dat die betrekkingen worden beheerst door algemene voorwaarden die dat beding bevatten.'
Het Hof van Justitie benadrukt dat aan de vormvoorschriften van art. 17 EEX niet is voldaan, indien de forumkeuze eenvoudig aan de achterzijde van een cognossement is afgedrukt.16 Niet wordt vermeld of op de voorzijde van het cognossement naar de achterzijde werd verwezen. Uit het woord `simple' leid ik af dat er geen verwijzing was naar de achterzijde. Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat het Hof van Justitie een uitdrukkelijke verwijzing naar de achterzijde van contractsformulieren noodzakelijk acht voor toepasselijkheid. Niet verrassend, aangezien het Hof van Justitie in het arrest Colzani/Rilwa17 dit standpunt reeds had ingenomen.
Het Hof van Justitie beslist voorts dat de schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst slechts door één der partijen schriftelijk behoeft te worden bevestigd.
Het is niet van belang wie de schriftelijke bevestiging zendt en tekent.18 Deze overweging is van bijzonder belang. In het arrest Segoura/Bonakdarian19 had het Hof van Justitie immers nog geoordeeld dat de schriftelijke bevestiging door de andere partij schriftelijk diende te worden aanvaard. De uitleg in het arrest Tilly Russ/ Nova20 van het begrip 'schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst' lijkt juist,21 omdat er anders geen verschil bestaat tussen een schriftelijke overeenkomst en een schriftelijke bevestiging van een mondelinge overeenkomst. Bovendien is de uitleg in overeenstemming met de tekst van art. 17 Verdrag.22 Het in het arrest Segoura/Bonakdarian23 ingenomen standpunt mag gelet op arrest Tilly Russ/Nova op dit punt als verlaten worden beschouwd.24
iii) Arrest BerghOfer/ASA25
Berghëfer (met woonplaats in Duitsland) stelde in een procedure strekkende tot betaling van een klantenvergoeding na beëindiging van een agentuurovereenkomst met ASA (gevestigd in Frankrijk) dat de overeenkomst tussentijds was gewijzigd waarbij de Duitse in plaats van de Franse rechter was aangewezen. Berghëfer had dat schriftelijk aan ASA bevestigd en was een andere afspraak (tegenprestatie) in dat kader (namelijk betaling van de vertaalkosten in afwijking van de tot dan gebruikelijke verdeling van de vertaalkosten) nagekomen. ASA had tegen de schriftelijke bevestiging van Berghëfer en betaling van de vertaalkosten door Berghëfer niet geprotesteerd. Het Hof van Justitie oordeelt alsvolgt:
`Art. 17, eerste alinea, van het verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd, dat aan het aldaar gestelde vormvereiste is voldaan, wanneer vaststaat dat de aanwijzing van een bevoegde rechter bij een uitdrukkelijk daarop betrekking hebbende mondelinge overeenkomst is geregeld, dat een van een der partijen afkomstige schriftelijke bevestiging van die overeenkomst door de andere partij is ontvangen en dat deze laatste geen bezwaar heeft gemaakt.'
De eerste verduidelijking van het begrip 'schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst' is dat de schriftelijke bevestiging niet van een bepaalde partij afkomstig behoeft te zijn. ASA had betoogd dat degene die de forumkeuze krijgt tegengeworpen (in deze procedure ASA) de overeenkomst schriftelijk moet hebben bevestigd. Het Hof van Justitie verwerpt deze stelling op grond van art. I lid 2 Protocol26 (over forumkeuze met inwoners van Luxemburg ). A contrario volgt daaruit dat voor personen met woonplaats in andere verdragsluitende staten deze regel niet geldt. Ten tweede wijst het Hof van Justitie erop dat op voorhand niet duidelijk is wie de 'begunstigde' partij is van een forumkeuze. Dat hangt af van het geschil, de processuele positie van partijen en het toepasselijk recht. Met name de processuele positie van partijen is een belangrijke factor om een eventuele begunstiging, zo deze aanwezig is, vast te stellen.
Ten tweede is het arrest Berghëfer/ASA27 van groot belang, omdat het Hof van Justitie het standpunt in het arrest SegourdBonakdarian28 verlaat dat een schriftelijke bevestiging schriftelijk moet zijn aanvaard.2930 Een stilzwijgende of mondelinge aanvaarding van de forumkeuze is mogelijk. In sommige landen is stilzwijgende aanvaarding niet mogelijk. Het Hof van Justitie heeft in rechtsoverweging 5 aan deze stilzwijgende aanvaarding een communautaire uitleg gegeven. Het is namelijk in strijd met de goede trouw, indien de verweerder geen bezwaren heeft gemaakt en toch plotseling de inhoud van de mondelinge overeenkomst bestrijdt. Cryptisch laat het Hof van Justitie nog weten dat niet alle bezwaren de forumkeuze raken:
`In casu behoeft niet te worden beslist of en in hoeverre eventuele bezwaren van de andere partij tegen de schriftelijke bevestiging van een mondelinge overeenkomst, in voorkomend geval in aanmerking moeten worden genomen'.
Welke bezwaren raken een schriftelijke bevestiging van de forumkeuze wel? De bezwaren zullen expliciet betrekking moeten hebben op de voorwaarden in zijn geheel, of op de forumkeuze in het bijzonder. Indien de bezwaren zich richten tegen het geheel, wordt een gedeelte — de forumkeuze — daardoor getroffen. Het spiegelbeeld hiervan is een uitdrukkelijk bezwaar tegen de forumkeuze, maar niet tegen de algemene voorwaarden. Het spreekt voor zich dat de forumkeuze daardoor wordt getroffen. Indien bezwaren tegen gedeelten volgen, maar niet tegen de forumkeuze, dan behoeven deze bezwaren voor de forumkeuze niet in aanmerking te worden genomen. Bezwaren tegen de commerciële en financiële voorwaarden van de overeenkomst raken niet de geldigheid van de forumkeuze.
In het arrest Berghëfer/ASA31 heeft het Hof van Justitie overwogen dat het niet van belang is van welke partij de schriftelijke bevestiging afkomstig is, indien de forumkeuze door een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst tot stand komt. De schriftelijke bevestiging kan zowel van de partij afkomstig zijn die een beroep doet op de forumkeuze, als de wederpartij.32 Zulks betekent dat bij het ontbreken van een ondertekend geschrift van één partij bij de forumkeuze geen schriftelijke overeenkomst tot stand komt, maar een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst. Voor een schriftelijke overeenkomst zijn ten minste twee schriftelijke stukken vereist. In het eerste geval is bovendien geen schriftelijke overeenkomst tot stand gekomen,33 omdat de wederpartij die met de forumkeuze geconfronteerd wordt niet schriftelijk met de forumkeuze heeft ingestemd.34 Hier dient de hypothese van een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst te worden onderzocht. Ook kan de forumkeuze in overeenstemming zijn met één van de andere vormvoorschriften.
In het eerste geval zal een beroep van de eiser op de forumkeuze zich slechts voordoen, indien de aangezochte rechter het forum prorogatum is.35 Het beroep van de eiser op de forumkeuze in de vorm van een schriftelijke overeenkomst zal dus falen, tenzij de forumkeuze voldoet aan één van de andere vormvoorschriften. Indien de eiser daarentegen de zaak aanhangig maakt voor het forum derogatum, zal de verweerder op de forumkeuze een beroep doen.36 Het beroep van de verweerder zal worden afgewezen, omdat de eiser niet aan de forumkeuze is gebonden.
Uit de arresten van het Hof van Justitie over de schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst kan het volgende worden geconcludeerd:
De schriftelijke bevestiging behoeft niet van een bepaalde partij bij de forumkeuze afkomstig te zijn (Tilly Russ/Nova en Berghbfer/ASA).
Een schriftelijke bevestiging van een mondelinge overeenkomst kan mondeling of stilzwijgend zijn aanvaard door afwezigheid van een bezwaar van de ontvangende partij (Berghbfer/ASA).
Een uitdrukkelijke mondelinge overeenkomst over een forumkeuze gevolgd door een schriftelijke bevestiging, leidt tot een geldige forumkeuze in de zin van art. 23 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag (Tilly Russ/Nova corrigerende Segoura/Bonakdarian).
Zelfs indien de mondelinge overeenkomst ontbreekt, kan door de schriftelijke bevestiging een forumkeuze tot stand komen, indien tussen de partijen lopende handelsbetrekkingen bestaan die in hun geheel worden beheerst door de voorwaarden vermeld in de schriftelijke bevestiging (Segoura/Bonakdarian en Tilly Russ).
Indien de wederpartij de schriftelijke bevestiging schriftelijk heeft aanvaard, is een schriftelijke overeenkomst totstandgekomen in de zin van art. 23 lid 1 sub a EEX-V°/17 lid 1 sub a EVEX en niet een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst (Tilly Russ/Nova corrigerende Segoura/Bonakdarian).