Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/6.2.1
6.2.1 Mogelijkheid tot begunstiging in duitsland: formeel onbeperkt, feitelijk beperkt
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232202:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
MüKoBGB 2013/Reuter § 83 Rn 6.
Hof in v.Campenhausen/Richter 2014 § 6 Rn 75. Wel geldt in Duitsland een erbrechtlicher Typenzwang, waarover Schols schrijft: ‘Het is slechts toegestaan gebruik te maken van de in de wet aangeduide ‘Typen’. De belangrijkste toegelaten ‘Typen’ vindt men in de § 1937 – § 1940 BGB: de ‘Erbeinsetzung’, de ‘Enterbung’, de ‘Vermächtnis’ en de ‘Auflage’. Het stelsel wordt beschouwd als een beperking van de testeervrijheid. In Duitsland heeft het stelsel als doel om het soort beschikkingen te limiteren’, F.W.J.M. Schols, Quasi-erfrecht met bindende elementen (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2005, p. 20-21.
Het andere Anerkennungsvorbehalt is het Gemeinwohlvorbehalt, behandeld in 2.3.2.3. Voor een korte samenvattende uiteenzetting van de problematiek van de erfrechtelijke verkrijging in samenhang met Anerkennung, zie Dirk Fischer, ‘Das Stiftungsrecht unter besonderer Berücksichtigung der landesrechtlichen Anwendung in Baden-Württemberg und Steuerrechtlicher Aspekte’, Zeitschrift für das Notariat in Baden-Württemberg BWNotZ, Nr. 5-6/2005.
Vgl. MüKoBGB 2013/Reuter § 83 Rn 4. Hier is te lezen dat de reden daarvoor is, dat de stichting niet afhankelijk mag zijn van de inzet van derden na het overlijden van de oprichter.
Vgl. MüKoBGB 2013/Reuter § 83 Rn 4.
De stichting kan op alle in de Duitse wet opgenomen wijzen gerechtigd worden tot vermogen uit een nalatenschap, formele erfrechtelijke beperkingen zijn niet aanwezig.1 De bij dode opgerichte stichting kan worden begunstigd met een Vermächtnis (legaat) of Erbstellung (benoeming tot erfgenaam). Ook de begunstiging door middel van een Auflage (last) is mogelijk.2
Uit het stichtingenrecht vloeit echter wel een belangrijke beperking voort.
In 2.3.2.2 schreef ik over de regeling van de Anerkennung in Duitsland. Zonder Anerkennung ontstaat de stichting niet. In twee belangrijke gevallen wordt Anerkennung niet verleend. Een van deze zogenoemde Anerkennungsvorbehalte is de in 2.3.2.5 besproken eis van ‘dauernde und nachhaltige Erfüllung des Stiftungszwecks’ uit § 80 Abs. 2 BGB.3 Deze eis houdt in dat het uit de nalatenschap verkregen aanvangsvermogen voldoende moet zijn om tot Anerkennung te kunnen komen.4 Dit Anerkennungsvorbehalt kan daardoor verhinderen dat de benoeming tot erfgenaam of legataris van een bij dode opgerichte stichting effect heeft, zelfs als de nalatenschap positief is. Aan de bij leven opgerichte stichting wordt niet de eis gesteld dat het aanvangsvermogen voldoende moet zijn om het doel te bereiken. Voor de bij leven opgerichte stichting geldt dat aannemelijk moet worden gemaakt dat de stichting na haar oprichting in staat is voldoende vermogen te vergaren.5
Hierna zal ik ingaan op de bij dode opgerichte stichting als erfgenaam, legataris en lastbevoordeelde.
6.2.1.1 De stichting als erfgenaam6.2.1.2 De stichting als legataris6.2.1.3 De stichting als lastbevoordeelde