Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken (R&P nr. CA19) 2018/6.4.3.1
6.4.3.1 Aansprakelijkheid buiten schuld (1999-2012)
mr. J.T. Hiemstra, datum 01-07-2018
- Datum
01-07-2018
- Auteur
mr. J.T. Hiemstra
- JCDI
JCDI:ADS369924:1
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Whittaker 2005, p. 144.
Enkel in geval van force majeur kan de schuldenaar aan aansprakelijkheid voor de schending van een obligation de sécurité de résultat ontkomen.
Cass. Civ. (1) 9 november 1999, 98-10.010; Viney 2016, p. 27;évin 2002, p. 281; Taylor 2010, p. 90. Een obligation de sécurité (een zorgplicht ten aanzien van de veiligheid van een ander) is te onderscheiden in een obligation de sécurité de résultat en een obligation de sécurité de moyens, afhankelijk van de vraag of het om een inspannings- of resultaatsverbintenis gaat; Whittaker 2005, p. 25-26. Zie voor het onderscheid tussen inspannings- en resultaatsverbintenissen: R. Demogue, Traité des obligations en general (Arthur Rousseau, Paris, 1925). Demogue beschreef als eerste dit onderscheid.
Cass. Civ. (1) 4 februari 2003, 00-15.572: ‘(…) sous réserve que le patient prouve qu’ils [les matériels, JTH] sont à l’origine de son dommage’.
Cass. Civ. (1) 9 november 1999, 98-10.010; Cass. Civ. (1) 4 februari 2003, 00-15.572.
Cass. Civ. (1) 7 november 2000, 99-12.255.
Cass. Civ. (1) 7 november 2000, 99-12.255. Zie ook Cass. Civ. (1) 4 februari 1959, Bull. 1959, I, n. 72, p. 60, Cass. Civ. (1) 29 oktober 1985, 83-17.091, Cass. Civ. (1) 15 november 1988, 86-16.443, Cass. Civ. (1) 22 november 1994, 92-16.423, Cass. Civ. (1) 23 november 2004, 03-12.146 en Cass. Civ. (1) 20 maart 2013, 12-12.300.
Cass. Civ. (1) 9 november 1999, 98-10.010.
Viney 2016, p. 27. Zie ookévin 2002, p. 280-281.
Whittaker 2005, p. 27-28.
Vgl. Whittaker 2005, p. 144.
Deze schuldaansprakelijkheid voor zaken werd voor het eerst aangenomen in het Teffaine arrest; Cass. Civ. 16 juni 1896, S.1897. I.17, comm. Esmein (Teffaine).
Ch. réun. 13 februari 1930, DP 1930. I. 57 (Jand’heur II).
Ch. réun. 13 februari 1930, DP 1930. I. 57 (Jand’heur II); Cass. Civ. 19 februari 1941, D.C. 1941. 85; Cass. Civ. (2) 5 mei 1993, 91-15.035. Zie ook Van Dam 2013, p. 62-63.
‘l’usage, de la direction et du controle’ (Ch. réun. 2 december 1941, D 1942. 25).
Van Dam 2013, p. 60. Force majeur bij buitencontractuele aansprakelijkheid houdt in dat er sprake is van een gebeurtenis waarover de laedens en de gelaedeerde geen controle hadden en waarvan de laedens de realisatie of gevolgen niet met passende maatregelen kon vermijden. In het voorstel voor de herziening van het civiele aansprakelijkheidsrecht in de CC is deze regel in artikel 1253 opgenomen (Projet de réforme de la responsabilité civile, maart 2017).
Idem.
Hocquet-Berg 2016, p. 25-26; Whittaker 2005, p. 28.
Cass. Civ. 6 maart 1945, D. 1945. 1. 217. Zie voor een interessante analyse van de samenloop van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid in Frankrijk (p. 708-715), Duitsland, Engeland en Nederland De Graaf ERPL 2017/4.
Borghetti 2010, nr. 49-52.
Borghetti 2010, nr. 47 en 56.
Borghetti 2010, nr. 49-52.
Borghetti 2010, nr. 57-58.
Cass. Civ. (1) 9 november 1999, 98-10.010.
Force majeur in het contractuele aansprakelijkheidsrecht houdt in dat er sprake is van een gebeurtenis waarover de schuldenaar geen controle had, die redelijkerwijs niet was te voorzien ten tijde van het sluiten van de overeenkomst en waarvan de gevolgen niet door passende maatregelen konden worden vermeden (artikel 1218CC).
‘On est responsable non seulement du dommage que l’on cause par son propre fait, mais encore de celui qui est causé par le fait des personnes dont on doit répondre, ou des choses que l’on a sous sa garde [vergedrukt, JTH]’. Zie voor een beschrijving van de herziening van het verbintenissenrecht (onder meer): Barbier RTD civ. 2016/247, Smits & Calomme AA 2016/726 en Pavillon NTBR 2015/3 en WPNR 2017/7151.
De civiele rechter kwalificeerde de verhouding tussen de hulpverlener en de patiënt als een contractuele relatie op grond waarvan op de hulpverlener een obligation de moyens rust. Een schending van een dergelijke obligation leidt tot aansprakelijkheid indien er sprake is van schuld. Aangenomen werd dat, buiten gevallen van diagnose en chirurgie, op de hulpverlener tevens een obligation de sécurité de résultat kon rusten.1 Hiervan was bijvoorbeeld sprake bij de inzet van medische zaken. De schending van een obligation de sécurité de résultat leidt tot een responsabilitésans faute, een aansprakelijkheid waarvoor geen schuld vereist is.2 Na reeds enkele malen door lagere rechters te zijn aangenomen, beves- tigde het hoogste gerechtshof in 1999 dat uit de overeenkomst tussen de patiënt en de hulpverlener een impliciete (veiligheids)resultaatsverplichting – une obligation de sécurité de résultat – voortvloeit met betrekking tot het materiaal dat wordt gebruikt bij de uitvoering van de medische behandeling.3 Het Cour de Cassation onderscheidt de verplichting die ziet op het hanteren van de zaak van de verplichting die ziet op de kwaliteit van de zaak. Waar de eerste een inspanningsverplichting is, wordt de tweede gekwalificeerd als een resultaatsverplichting:
‘Mais attendu que le médecin est tenu d’une obligation de moyens lorsqu’il procède à la pose d’un appareil sur la personne du patient; qu’il n’est tenu d’une obligation de sécurité de résultat qu’en ce qui concerne les matériels utilisés pour l’exécution d’un acte médical d’investigation ou de soins’.
De patiënt hoefde enkel aan te tonen dat het materiaal defect was,4 en de bron van de door hem geleden schade vormde.5 In de desbetreffende zaak, waarin de patiënt stelde schade te hebben geleden bij het verlaten van de röntgentafel, kwam dit laatste niet vast te staan. Tevens was er geen sprake van een schending van de inspanningsverplichting die zag op de uitvoering van het röntgenonderzoek. Derhalve werd de hulpverlener niet aansprakelijk geacht.
Een jaar later diende het Cour de Cassation te oordelen over de aansprakelijkheid van de hulpverlener voor brandwonden die een patiënt voor een operatie had opgelopen ten gevolge van de toepassing van ontsmettingsmiddelen. De kliniek stelde dat het hier anders dan het hof had geoordeeld om een obligation de moyens ging en niet om een obligation de resultat.6 Het Cour de Cassation kwam in overeenstemming met het oordeel van het hof tot de conclusie dat ‘le contrat d’hospitalisation et de soins liant un patient à uné tablissement de santé privé met à la charge de ce dernier, sans préjudice de son recours en garantie, une obligation de sécurité de résultat en ce qui concerne les produits, tels les médicaments, qu’il fournit’.
In dit arrest ging het om de aansprakelijkheid voor de levering (‘fournit’)7 van medische zaken, terwijl het in het ervoor beschreven arrest om de aansprakelijkheid voor het gebruik (‘utilisés’)8 van medische zaken ging. Voor beide situaties geldt dat op de hulpverlener een resultaatsverplichting rust ten aanzien van de kwaliteit van de zaken.9
De kwalificatie van een verbintenis als obligation de sécurité de résultat was een creatie van de civiele rechter voortkomend uit het verlangen om slachtoffers van letselschade te compenseren zonder dat zij daarvoor schuld hoefden te bewijzen.10 Deze methode vormde de contractuele tegenhanger van de buitencontractuele risicoaansprakelijkheid voor zaken.11 Uit artikel 1384 (oud) CC vloeide tot 1930 een schuldaansprakelijkheid voort.12 In het Jand’heur arrest uit 1930 heeft het Cour de Cassation dit artikel echter zo uitgelegd dat le gardien van de zaak risicoaansprakelijk is voor schade veroorzaakt door le fait de la chose – de daad van het ‘ding’.13Le fait de la chose impliceert dat de zaak moet hebben bijgedragen aan de realisatie van de schade waarbij het irrelevant is of het om een roerende of onroerende zaak gaat, de zaak gevaarlijk of defect is.14 De aansprakelijke persoon, de gardien, is degene die ten tijde van het ongeval het gebruik, beheer en de controle heeft over de zaak.15 De gardien kan zich verweren door een beroep te doen op een causeé trangère imprévisible et irresistible en eigen schuld. Van het eerste is sprake in geval van force majeure, een daad van een derde of een daad van het slachtoffer.16 Indien er sprake is van eigen schuld kan dit de omvang van de schadevergoeding reduceren.17 Op deze buitencontractuele aansprakelijkheid kan een patiënt geen beroep doen vanwege de in het Franse recht geldende regel van non-cumul.18 Deze regel houdt in dat bij de aanwezigheid van een overeenkomst, de schuldeiser zich slechts op het contractuele aansprakelijkheidsrecht kan beroepen en een vordering niet op een buitencontractuele aansprakelijkheidsgrond kan baseren.19
Een belangrijke reden voor het aannemen van deze regel van non-cumul vormde de vergaande uitbreiding van de buitencontractuele aansprakelijkheid voor zaken in het Jand’heur arrest.20 Doordat de bijdrage van de zaak aan de schade volgens Jand’heur het enkele vereiste voor aansprakelijkheid was en er geen sprake hoefde te zijn ongeschiktheid of gebrekkigheid, had deze buitencontractuele aansprake lijkheid een vrijwel ongelimiteerde reikwijdte gekregen die bij toepassing in de contractuele sfeer de door partijen gewilde en geaccepteerde contractuele balans zou kunnen verstoren en als een ‘machine à faire sauter le droit’ zou opereren.21 Door de reeds besproken kwalificatie van de relatie tussen de hulpverlener en de patiënt als contractueel in het Mercier arrest kort na het Jand’heur arrest, werd de weg van de patiënt naar de stricte buitencontractuele aansprakelijkheid voor le fait de la chose afgesloten.22 Dit leidde in bepaalde gevallen echter tot een leemte in de bescherming van een contractspartij, zoals een patiënt, hetgeen de civiele rechter ertoe bewoog obligations de sécurité de résultat aan te nemen.23 Door de kwalificatie van de verbintenis waarin een (medische) zaak werd gehanteerd als een obligation de sécurité de résultat werd eenzelfde niveau van bescherming van de gelaedeerde contractspartij (zoals een patiënt) bewerkstelligd.24 Evenals bij het buitencontractuele regime, kon de schuldenaar slechts aan aansprakelijkheid ontkomen in geval van fore majeure.25
Na een herziening van het Franse verbintenissenrecht in 2016 is de buitencontractuele aansprakelijkheid voor zaken opgenomen in artikel 1242 CC.26