Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.3.1.1
6.3.1.1 De Wet op het middelbaar onderwijs 1863
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949586:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Karsemeijer 1963, p. 37.
Getuigschriften werden, onder andere, afgegeven aan de hoogere burgerscholen voor het met goed gevolg afleggen van het eindexamen. Bijvoorbeeld aan de landbouwscholen werd het diploma uitgereikt voor het met goed gevolg volbrengen van het eindexamen als landbouwkundige. Artikel 66 van de Wet op het middelbaar onderwijs (Stb. 1863, 50).
Artikel 55 van de Wet op het middelbaar onderwijs, Stb. 1863, 50.
Bijlagen Handelingen II, 1862/63, XXXIX, 3, p. 325 (MvT).
Artikelen 56 tot 58 van de Wet op het middelbaar onderwijs, Stb. 1863, 50.
Karsemeijer 1963, p. 25.
De wetgever streefde met de Wet op het middelbaar onderwijs naar zo groot mogelijke vrijheid voor zowel de leerlingen als de scholen.1 Zo ook bij de examens waarmee het onderwijs aan de hoogere burgerschool werd afgesloten. In de wet was slechts geregeld dat het middelbaar onderwijs aan de verschillende schooltypen afgesloten kon worden met een examen waaraan een getuigschrift of diploma2 verbonden kon worden.3 De inhoud van het examen werd niet geregeld. In de wet werd slechts bepaald dat de leerling geëxamineerd moest worden in de vakken die aan de betreffende scholen werden gegeven. Volgens de wetgever was het niet doenlijk en doelmatig om in de wet te bepalen hoe ver zich het examen in elk vak behoorde uit te strekken.4
Wel werd geregeld door wie het examen afgenomen moest worden. Het eindexamen aan de hoogere burgerscholen werd afgenomen door een door de Commissaris in de provincie te benoemen commissie.5 Vlak na totstandkoming van de Wet op het middelbaar onderwijs bestond een grote verscheidenheid in de opgaven van de eindexamens.6 Vanaf 1868 vond er al coördinatie plaats tussen de provincies. Vervolgens werd vanaf 1870 bij algemene maatregel van bestuur toch het eindexamen aan de hoogere burgerscholen in detail geregeld. Hierin werd bepaald in welke vakken de leerling examen moest doen en in het bijgevoegde programma werd de omvang van de kennis omschreven die van de leerling verwacht mocht worden. De examens werden niet langer lokaal samengesteld. Elke provinciale commissie stelde opgaven op waarmee de leerlingen geëxamineerd zouden kunnen worden en zonden deze naar de Inspecteurs. De Inspecteurs stelden uit de ingezonden opgaven een uniform examen samen voor het hele land. Het examen werd afgenomen op school onder toeziend oog van de directeur en de leraren. De examens werden nagekeken en beoordeeld door de provinciale commissies.