De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/3.2.5:3.2.5 Tuchtrechtelijke positie van de onderzoeker
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/3.2.5
3.2.5 Tuchtrechtelijke positie van de onderzoeker
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652485:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 10 januari 2003 (r.o. 3.3), NJ 2003/537, m.nt. W.M. Kleijn (Portielje).
HR 15 november 1996 (r.o. 3.5), NJ 1997/151; JOR 1997/13 (Nederlands Trustkantoor voor Belegging en Financiering/Paardekooper & Hoffmann).
OK 14 december 2001 (r.o. 2.9), n.g. (Inter Beheer).
RvD Amsterdam (vz.) 11 maart 2013, ECLI:NL:TADRAMS:2013:YA4049 (Rofitec), bevestigd in RvD Amsterdam 7 augustus 2013, ECLI:NL:TADRAMS:2013:53 (Rofitec).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een onderzoeker die tevens advocaat of accountant is, kan worden geconfronteerd met een tuchtklacht. Tuchtrechtelijke procedures gaan niet over aansprakelijkheid.1 Met de gegrondbevinding van een tuchtklacht staat bovendien geen civielrechtelijke aansprakelijkheid vast wegens schending van een zorgvuldigheidsnorm.2 Wel kan een tuchtklacht de opmaat vormen naar een civielrechtelijke aansprakelijkheidsprocedure.
Mij zijn slechts twee tuchtklachten gericht tegen een onderzoeker bekend. In Inter Beheer werd een tuchtklacht bij de Raad van Tucht van Registeraccountants – inmiddels is er de Klachtencommissie NBA en de Accountantskamer – tegen de onderzoeker ingediend, nadat de onderzoeker het concept onderzoeksverslag aan partijen had gezonden.3
In Rofitec, waarover ook par. 2.4.2.2.2, werd een tuchtklacht ingediend tegen een onderzoeker, tevens advocaat. Volgens klaagster had de onderzoeker tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld als bedoeld in art. 46 Advocatenwet. De voorzitter van de Raad van Discipline Amsterdam oordeelde dat ook als een advocaat optreedt in een andere hoedanigheid dan die van advocaat, voor hem het advocatentuchtrecht blijft gelden. Indien een advocaat zich bij de vervulling van een andere functie zodanig gedraagt dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad, zal in het algemeen sprake zijn van handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt, waarvan hem een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De tuchtklacht in Rofitec werd kennelijk ongegrond verklaard.4 Het oordeel van de raad in Rofitec is overigens in overeenstemming met de oordelen van de tuchtrechter in In den Eng en Cavari Clinics, waarin tuchtklachten werden gericht tot OK-functionarissen, tevens advocaat (par. 5.2.5.2).