Einde inhoudsopgave
Beginsel en begrip van verdeling (AN nr. 168) 2018/2.1
2.1 Modellen van mede-eigendom
mr. T.H. Sikkema, datum 01-06-2018
- Datum
01-06-2018
- Auteur
mr. T.H. Sikkema
- JCDI
JCDI:ADS346784:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Van Oven 1948, nr. 56, 166; Kaser/Wubbe 1971, p. 325, 353.
Van Oven 1948, nr. 166; Kaser/Wubbe 1971, p. 319, 353.
Kaser/Wubbe 1971, p. 115, 353.
Van Oven 1948, nr. 56; Kaser/Wubbe 1971, p. 115, 353-354.
Van Oven 1948, nr. 56; Kaser/Wubbe 1971, p. 353, 354.
Van Oven 1948, nr. 56, 166; Kaser/Wubbe 1971, p. 319, 354.
Van Oven 1948, nr. 56, 166; Kaser/Wubbe 1971, p. 319, 354.
Het Romeinse recht gebruikt de term communio. De term condominium als aanduiding voor de communio is pas ten tijde van de receptie gebruikelijk geworden. Zie Van Oven 1948, nr. 56.
Kaser/Wubbe 1971, p. 116 vermeldt dat de opkomst van de communio waarschijnlijk is gelegen in de toename van commerciële vennootschappen in de laatste eeuwen van de Republiek. Zie ook Van Oven 1948, nr. 56.
Van Oven 1948, nr. 56a; Kaser/Wubbe 1971, p. 116.
Van Oven 1948, nr. 56a; Kaser/Wubbe 1971, p. 116.
Van Oven 1948, nr. 56a; Kaser/Wubbe 1971, p. 116.
Van Oven 1948, nr. 56a; Kaser/Wubbe 1971, p. 116.
Kaser/Wubbe 1971, p. 116.
Van Oven 1948, nr. 56a; Kaser/Wubbe 1971, p. 116.
Zwalve 1984, p. 92-93, 99.
Zwalve 1984, p. 92-93.
Versteeg 1912, p. 41.
Kaser/Wubbe 1971, p. 115.
Versteeg 1912, p. 42.
Versteeg 1912, p. 41.
Versteeg 1912, p. 43.
Versteeg 1912, p. 40.
Storme 2004, nr. 21, 22. Jansen 2009, nr. 280.
Storme 2004, nr. 21; Jansen 2009, nr. 280.
Het Romeinse recht kent als oudste vorm van mede-eigendom de vroeg-Romeinse societas ercto non cito of consortium.1 Het consortium is een na de dood van de pater familias als gemeenschap van mede-erfgenamen voortgezette gemeenschap.2 Bij deze vorm van mede-eigendom worden geen zelfstandige aandelen in de gemeenschap onderscheiden.3 Alle rechten ten aanzien van de gemeenschapsgoederen komen zowel toe aan alle deelgenoten gezamenlijk, als aan ieder van hen afzonderlijk.4 Met betrekking tot de afzonderlijk uit te oefenen rechten geldt de beperking dat het gelijke recht van de andere deelgenoten moet worden geëerbiedigd.5 Beëindiging van de mede-eigendom kan alleen plaatsvinden met instemming van alle gerechtigden. Indien geen onderlinge overeenstemming kan worden bereikt, kan – in elk geval sinds de wetgeving van de XII Tafelen6 – iedere eigenaar boedelscheiding vorderen met de actio familiae erciscundae, de vordering tot scheiding van een nalatenschap.7
In de loop van de tijd ontwikkelt zich een ander Romeinsrechtelijk model van mede-eigendom, communio genaamd. Bij de communio, in latere tijd ook condominium genoemd,8 wordt meer nadruk gelegd op de individuele bevoegdheden van afzonderlijke deelgenoten.9 Bij een dergelijke vorm van mede-eigendom heeft iedere deelgenoot een recht dat correspondeert met een aandeel in de gemeenschappelijke zaak. Dit aandeel wordt ‘ideëel deel’ genoemd.10 Bij een onverdeelde zaak komt aan elk van de eigenaren een onverdeeld aandeel, pars pro indiviso, toe.11 Dient er over de gehele zaak te worden beschikt, dan dienen alle mede-eigenaren daartoe hun medewerking te verlenen.12 Elke afzonderlijke mede-eigenaar kan echter zijn ideëel deel naar eigen inzicht vervreemden of bezwaren.13 Een op een aandeel gevestigd hypotheekrecht blijft ook na scheiding en levering op het aandeel rusten.14 Ontbinding van de communio kan plaatsvinden op gerechtelijke en op minnelijke wijze. Bij gerechtelijke ontbinding kan scheiding worden ingeleid door de actio familiae erciscundae of de algemene delingsactie actio communi dividundo.15 De minnelijke boedelscheiding, divisio conventione facta, komt op vrijwillige wijze tot stand en behoeft de medewerking van alle mede-eigenaren. Voor deze wijze van scheiding is vereist dat een overeenkomst wordt aangegaan die tot levering van de onverdeelde aandelen in de gemeenschapsgoederen verplicht.16 Door levering op grond van een dergelijke overeenkomst vindt de eigendomsverkrijging plaats.17
Het Germaanse recht kent als vorm van mede-eigendom de Gesammteigentum of Gesammthand.18 De middeleeuwse variant hiervan vertoont enige gelijkenis met het vroeg-Romeinse consortium.19 In dit model worden geen aandelen onderscheiden.20 De uitoefening van rechten ten aanzien van de mede-eigendom komt uitsluitend toe aan de gezamenlijke gerechtigden; beschikkings-handelingen dienen plaats te vinden onder samenvoeging ofwel vereniging van handen.21 Het Germaanse recht voorziet niet in de mogelijkheid tot het instellen van een delingsactie.22 Uittreding uit de gemeenschap ten behoeve van een derde behoort niet tot de mogelijkheden.23 Aldus functioneert deze vorm van mede-eigendom in het kader van de bescherming van familievermogen. Uiteindelijk zal dit model van de Gesammthand, mede onder invloed van de communio, evolueren tot een vorm van mede-eigendom waarin wel aandelen kunnen worden onderscheiden.24 Deelgenoten blijven echter onbevoegd om over hun aandeel in (afzonderlijke) goederen van de gemeenschap te beschikken.25