Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/2.2.1.2
2.2.1.2 Stempunten
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649894:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie over het besluitbegrip Asser/Kroeze 2-I 2021, nr. 290 e.v. en Van Vught 2020, p. 9-40 met verdere verwijzingen.
Onder de term ‘beslissing’ moeten ook worden geschaard het standpunt en de aanbeveling. Het gaat immers telkens over een stemming die niet is gericht op besluitvorming. Vgl. punt 4.50 van de conclusie van A-G Timmerman voor HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:652, JOR 2018/142 m.nt. Leijten (Boskalis/Fugro). Zie ook Oranje 2015, p. 27 en Salemink 2021. Van Vught betoogt in zijn proefschrift kort gezegd dat het onderscheid tussen besluit en beslissing (grotendeels) kan worden verlaten, zie Van Vught 2020, p. 9-40. Op eenzelfde lijn zit Verdam 2021, waartegen De Jongh & Timmerman 2021.
Zie verder over het onderscheid tussen beslissingen en besluiten Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 211.
Zie ook Timmerman 2018b, p. 14-15. Vgl. Grosheide 1957, p. 52.
Abma 2013a, p. 467. Het moet worden opgemerkt dat dit vóór de uitspraak van de Hoge Raad inzake Boskalis/Fugro was.
HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:652, JOR 2018/142, m.nt. Leijten (Boskalis/Fugro), r.o. 3.3.7. Zie verder par. 6.3.1. Kritisch hierover: Garcia Nelen 2020, p. 297.
Zie voor een voorbeeld van hoe duidelijk gemaakt kan worden dat de stemming een informeel karakter heeft Stroeve & Cremers 2019b, p. 24.
Ten behoeve van de leesbaarheid zal ik echter wel steeds spreken van het totstandbrengen, aannemen en verwerpen van beslissingen.
Vgl. Van Vught 2020, p. 26.
Waarover Van Vught 2020, p. 22-25.
Een onderwerp is een stempunt als het ter stemming op de agenda staat. Voor vennootschappen die onder het toepassingsbereik van de NCGC vallen, bepaalt bpb 4.1.3 NCGC dat op de agenda wordt vermeld welke punten ter stemming en welke ter bespreking zijn. Naar mijn mening geldt op grond van art. 2:8 lid 1 BW hetzelfde voor vennootschappen op wie de NCGC niet van toepassing is. Ook daar dient de opsteller van de agenda bij ieder punt te vermelden of het ter stemming of ter bespreking op de agenda staat.
Een stemming is normaliter gericht op de totstandbrenging of verwerping van een besluit.1 Het uitbrengen van de stem is dan een rechtshandeling in de zin van art. 3:33 BW. Het is echter ook mogelijk dat een stemming er niet toe strekt een besluit tot stand te brengen, dan wel te verwerpen. Het uitbrengen van de stem is in dat geval geen rechtshandeling omdat de op een rechtsgevolg gerichte wil ontbreekt. De stemming die niet is gericht op de totstandbrenging of verwerping van een besluit duid ik aan als ‘informele stemming’.2 Een informele stemming kan slechts leiden tot een beslissing, niet tot een besluit.3
Ik merk op dat het stemmen, en dus ook het informeel of adviserend stemmen, is voorbehouden aan stemgerechtigden. Vergadergerechtigden hebben spreek- en vraagrecht, maar geen (in)formeel stemrecht.
De twee te onderscheiden typen stempunten duid ik aan als respectievelijk besluitpunten en beslispunten.4
Het staat het bestuur en de rvc vrij om welk onderwerp dan ook ter informele stemming op de agenda te plaatsen om zo, in de vorm van een beslissing, het standpunt van de ter vergadering aanwezige en vertegenwoordigde stemgerechtigden te verkrijgen.5 Zo plaatste het bestuur van Simac Techniek NV in 2013 de voorstellen van Nedamco Capital en Vromans strekkende tot verkoop, splitsing of fusie van de vennootschap ter informele stemming op de agenda, terwijl het daartoe niet verplicht was.6 De agenderingsgerechtigde kapitaalverschaffer kan evenwel niet ten aanzien van elk onderwerp met recht verlangen dat de vennootschap het ter informele stemming op de agenda plaatst.7 Dit kan hij slechts als een onderwerp tot de besluitvormingsbevoegdheid van de algemene vergadering behoort. In beginsel kan de agenderingsgerechtigde kapitaalverschaffer deze laatste onderwerpen immers ter formele stemming laten agenderen. Er is daarom geen reden om aan te nemen dat de agenderingsgerechtigde kapitaalverschaffer een informele stemming over een dergelijk onderwerp niet kan verlangen.
Als een onderwerp ter informele stemming op de agenda staat, moet bij het punt worden duidelijk gemaakt dat de stemming niet kan resulteren in een besluit, maar slechts resulteert in een beslissing.8 De beslissing is dan dat ten aanzien van voorstel Y, X%, van het geplaatste kapitaal voorstemde, X% tegenstemde, X% zich van stemming heeft onthouden en X% blanco stemde. Aan de uitkomst van de stemming over een beslispunt zijn geen juridische gevolgen verbonden. Of anders gezegd: er is geen rechtsgevolg. In lijn hiermee wordt een beslissing, anders dan een besluit, niet ‘aangenomen’ of ‘verworpen’.9 Een beslissing is slechts een weergave van de stempercentages van een informele stemming over een bepaald voorstel. Het is geen door de algemene vergadering vastgestelde wil van de rechtspersoon en wordt dan ook niet als zodanig aan de rechtspersoon toegerekend.10 Om deze reden is er naar mijn mening ook geen Bindungswirkung.11 Het bestuur dient weliswaar samen met de rvc te beoordelen wat met de stemuitslag te doen, maar als zij besluiten er niets mee te doen, kan dit het bestuur en de rvc op geen enkele wijze worden aangerekend.