Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/7.2
7.2 Fracties en uitstoting
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS370604:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervoor onder 4.6.
Opties op fracties van aandelen zijn wel denkbaar, zij het dat de uitoefening alleen ten aanzien van hele aandelen kan geschieden wanneer de optiefracties tezamen recht geven op het nemen van een of meer hele aandelen. Zie over fracties ook 2.1. Zie ook Dortmond 2000b, p 371, Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013/166 en Schoonbrood & Van Olffen, p. 104-111.
Zie over onderaandelen 7.5.
Ook is denkbaar dat een aandeel wordt gesplitst in onderaandelen. Zie daarvoor ook 7.5.
Zie ook hierna onder 8.4.
Ook hier zou in een overgangsbepaling welke deel uitmaakt van de akte van statutenwijziging waarbij de samenvoeging plaatsvindt, de nominale waarde van één aandeel (waar een aandeelhouder een door twee deelbaar aantal aandelen houdt) of van twee aandelen (waar een aandeelhouder een niet door twee of drie deelbaar aantal aandelen houdt) kunnen worden verdubbeld, welke aandelen dan vervolgens in twee aandelen worden gesplitst.
Zie ook hiervoor onder 4.6.3 en 4.6.5.
Zie ook Oranje 2015, SDU Commentaar Ondernemingsrecht, artikel 2:67b BW, aant. C.
Zie ook hierna onder 8.1.
Zie ook hiervoor onder 4.2.8 en 4.3.5.
Zie in dit verband Hof Amsterdam (OK) 20 december 2007, JOR 2008/36, m.nt. P.J. van der Korst (Shell).
Het uitgangspunt van de wet is dat aandelen niet tegen de wil van de aandeelhouder ontnomen kunnen worden. Daarop is een aantal wettelijke uitzonderingen. Zo kan op grond van de uitkoopregeling tegen minderheidsaandeelhouders een vordering worden ingesteld tot overdracht van de aandelen aan de eiser, zulks op grond van artikel 2:92a BW voor de NV en artikel 2:201a BW voor de BV. Voor een in de EU/EEUR beursgenoteerde vennootschap kan de regeling van het openbaar bod worden gevolgd (2:359a-359d BW). Op grond van de geschillenregeling (2:335-343c BW) kan een aandeelhouder gedwongen worden zijn aandelen over te dragen en op grond van de enquêteprocedure (2:344-359 BW) kunnen aandelen bij voorziening tijdelijk worden overgedragen ten titel van beheer (2:356 sub e BW). Op grond van de fusiewetgeving kan een aandeelhouder die te weinig aandelen heeft om op grond van de ruilverhouding aandelen in de vennootschap die bij de fusie aandelen uitgeeft te verkrijgen, of door afronding naar beneden minder aandelen ontvangt, voor het verlies van zijn belang, in geld worden gecompenseerd. Het gezamenlijke bedrag dat ter gelegenheid van de fusie in geld of schuldvorderingen wordt uitgekeerd mag een tiende van het nominale bedrag van de toegekende aandelen niet te boven gaan (2:325 lid 2 BW). De splitsingswetgeving kent een vergelijkbare regeling (artikel 2:334x lid 2 BW). Ook de regeling inzake euroconversie kent een vergelijkbare bepaling.1
Indien aandelen enkelvoudig worden geconverteerd in aandelen met een grotere nominale waarde en het verschil niet ten laste van een reserve wordt gebracht, ontstaat voor aandeelhouders een verplichting tot bijstorting wanneer het verschil wordt opgevraagd. Betreft het een NV dan dient in ieder geval ten minste een vierde gedeelte van het nominale bedrag te worden gestort (2:80 lid 1 BW). Indien aandelen in een NV zijn volgestort maar door conversie de nominale waarde per aandeel meer dan verviervoudigd wordt, ontstaat er voor de aandeelhouders een onmiddellijke stortingsplicht teneinde te bewerkstelligen dat de aandelen ten minste voor een vierde gedeelte volgestort zullen zijn (2:80 lid 1 BW).
Indien conversie niet per aandeel geschiedt maar per een bepaalde hoeveelheid aandelen, bijvoorbeeld in het geval dat iedere twee aandelen worden omgezet in vijf aandelen, ontstaat er een complicatie ten aanzien van houders van een oneven aantal aandelen. Het Burgerlijk Wetboek voorziet niet in fracties van aandelen. Een aandeel bestaat of bestaat niet.2 Aangezien in dat geval een aandeel niet kan worden geconverteerd in 2,5 aandelen, kan een zodanige splitsing in ieder geval ten aanzien van dat ene aandeel niet worden geëffectueerd. Bij de NV zouden onderaandelen nog uitkomst kunnen bieden.3 De BV kent geen onderaandelen. Het geschetste probleem is te ondervangen door aan de houders van een oneven aantal aandelen een aandeel uit te geven alvorens tot conversie wordt overgegaan. Dit zou bevoordeling van de betreffende aandeelhouders met zich mee kunnen brengen. Of dit werkelijk het geval is hangt mede af van het aantal geplaatste aandelen (hoe meer aandelen zijn geplaatst, hoe kleiner dit probleem als geheel) en de koers van uitgifte van de betreffende aandelen (naarmate de koers de waarde van de aandelen meer benadert, wordt dit probleem kleiner). Maar ook door overdrachten tussen aandeelhouders of inkoop van een aandeel door de vennootschap te bewerkstelligen zodat uiteindelijk alle aandeelhouders een even aantal aandelen houden zou dit vraagstuk kunnen worden opgelost.4 Bij de BV die meestal een overzienbaar aantal aandeelhouders heeft wordt hierover in verreweg de meeste gevallen overeenstemming bereikt. Met instemming van de aandeelhouder van een BV kan voorts een aantal van diens aandelen worden ingetrokken (2:208 lid 1 BW). Indien op grond van een statutaire regeling bij intrekking slechts de nominale waarde kan worden vergoed, zou kunnen worden overgegaan tot inkoop door de BV waarna de ingekochte aandelen worden ingetrokken. Bij de beursgenoteerde NV is dit vraagstuk gezien de grote aantal aandeelhouders die meestal meer op afstand van de vennootschap staan, theoretisch lastig op te lossen. In de praktijk blijkt dit echter nauwelijks problemen te geven.5
Zou in het bovenstaande voorbeeld het totale aantal aandelen oneven zijn, dan dient er in ieder geval één aandeel te worden uitgegeven of zou een aandeel dienen te worden ingetrokken, hetgeen bij de NV echter een relatief omslachtige kapitaalverminderingsprocedure vergt. Al met al blijkt splitsing van aandelen in de praktijk nauwelijks problemen op te leveren.
Samenvoeging is de omgekeerde beweging van splitsing. Indien, bijvoorbeeld, de conversie door samenvoeging dient plaats te vinden door iedere drie aandelen samen te voegen tot één aandeel, een zogenaamde reverse stock split, dient een regeling te worden getroffen ten aanzien van aandeelhouders die geen door drie deelbaar aantal aandelen hebben. Ook dit kan worden opgelost door aan hen een of twee aandelen uit te geven.6 Echter, het is ook hier mogelijk door onderlinge overdrachten of inkoop door de vennootschap te bewerkstelligen dat alle aandeelhouders een door drie deelbaar aantal aandelen komen te houden. Of door toepassing van de regeling van artikel 2:67b/178b BW aandeelhouders kunnen worden uitgestoten buiten gevallen van euroredenominatie7 is de vraag. Zou dit het geval zijn, dan zou in het gegeven voorbeeld het door een aandeelhouder gehouden aantal aandelen dat niet deelbaar is door drie kunnen komen te vervallen en zou de aandeelhouder in geld kunnen worden gecompenseerd, mits de vergoeding een tiende van het gewijzigde nominale bedrag van de aandelen niet te boven gaat, hetgeen zo dient te worden gelezen dat de vergoeding 10% van de nieuwe nominale waarde van de aandelen niet overstijgt.8 Die statutenwijziging zou dan wel de instemming vragen van elke groep van aandeelhouders aan wier rechten de wijziging afbreuk doet (2:67b/178b BW). Vervolgens is dan nog de vraag of het op grond van deze artikelen maximaal uit te keren bedrag zou volstaan. Dat is in totaal immers beperkt tot ‘een tiende van het gewijzigde nominale bedrag van de aandelen’. Waar het nominale bedrag van de aandelen laag is en de waarde hoog, en deze regeling voor een groot aantal aandeelhouders zou gelden, zou dit maximum bedrag mogelijk niet volstaan om aandeelhouders te compenseren voor de afname van hun aandelenbezit. Ten aanzien van beursgenoteerde vennootschappen wordt meestal gehandeld tot iedere aandeelhouder een zodanig aantal aandelen heeft dat deelbaar is door de samenvoegingsfactor.9
Verhoging van de nominale waarde kan met name voor een minderheidsaandeelhouder aanzienlijke gevolgen hebben, zowel financieel als ten aanzien van zijn aandeelhouderschap. Is de aandeelhouder hier aan overgeleverd of wordt hij door de wet beschermd?
Ten aanzien van de besluitvorming tot verhoging van het bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal bepaalt artikel 2:121a/231a BW dat een zodanig besluit wordt genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Het besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen indien minder dan de helft van het geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan is naast het besluit tot verhoging of verlaging een gelijktijdig besluit nodig van elke groep van houders van aandelen waaraan de omzetting afbreuk doet. Ingevolge lid 2 wordt onder aandelen van een bepaalde soort tevens begrepen aandelen met een onderscheiden nominale waarde. Deze regeling is anders dan die van 2:67b/178b BW waar weliswaar wordt gesproken van ‘elke groep van aandeelhouders aan wier rechten de wijziging afbreuk doet’ maar niet wordt gesproken van ‘verschillende soorten aandelen’ als in artikel 2:121a/231a BW. In deze laatste artikelen worden de groepen aandeelhouders aan wier rechten de omzetting afbreuk doet beperkt tot de groepen houders van verschillende soorten aandelen waaronder begrepen aandelen met een verschillende nominale waarde.10
De artikelen 2:121a/231a BW spreken enerzijds van verhoging of verlaging van de nominale waarde en daarnaast van omzetting. Dit omzettingsbegrip versta ik zo dat het in dit artikel beperkt is tot de wijziging van de nominale waarde van de aandelen en niet betreft de wijziging van andere rechten verbonden aan aandelen dan die gerelateerd aan de nominale waarde. Zou het een kapitaalvermindering betreffen dan zou voor de NV ook artikel 2:99 lid 5 BW van toepassing zijn dat bepaalt dat indien er verschillende soorten aandelen zijn, voor het besluit tot kapitaalvermindering een voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend besluit is vereist van elke groep houders van aandelen van eenzelfde soort aan wier rechten afbreuk wordt gedaan. In die zin voegt artikel 2:121a BW niet veel toe. Waar het echter om een verhoging van het kapitaal door verhoging van de nominale waarde van de NV aandelen zou gaan, zou artikel 2:96 lid 2 BW geen toepassing vinden. Dit bepaalt immers dat alleen in het geval van uitgifte van aandelen een voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend besluit van elke groep houders van aandelen van eenzelfde soort aan wier rechten de uitgifte afbreuk doet is vereist. Artikel 2:121a BW biedt voor kapitaalverhoging door verhoging van de nominale waarde van aandelen eenzelfde bescherming als artikel 2:96 lid 2 BW voor de verhoging van het kapitaal door uitgifte biedt. Overigens kan een verhoging van de nominale waarde ook in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid als een reverse stock split plaatsheeft, waarbij de uitstaande aandelen worden samengevoegd tot een aandeel met een dusdanige hogere nominale waarde dan de uitstaande aandelen waardoor minderheidsaandeelhouders de facto worden uitgestoten.11
De vraag komt op wat nu de minderheidsbescherming is die het NV-recht biedt tegen omzetting aan een houder van een prioriteitsaandeel waaraan op grond van de statuten bijzondere rechten zijn verbonden in een gewoon aandeel. Artikel 2:121a BW spreekt om te beginnen van een verhoging of verlaging van de nominale waarde van een aandeel. Over omzetting in een aandeel met eenzelfde waarde spreekt het niet. Waar omzetting van een prioriteitsaandeel omzetting in een gewoon aandeel met een hogere of lagere nominale waarde zou betreffen, meen ik dat het besluit daartoe de goedkeuring zou behoeven van de vergadering van houders van prioriteitsaandelen. Tegen de omzetting van een prioriteitsaandeel in een gewoon aandeel met eenzelfde nominale waarde biedt het NV-recht geen bescherming. Deze dient in de statuten vormgegeven te worden. Voor de BV zou de uitkomst anders zijn. De houders van prioriteitsaandelen worden op grond van artikel 2:231 lid 4 BW beschermd tegen omzetting van die aandelen in gewone aandelen.
Een voorbeeld ter illustratie van het bovenstaande. Een NV kent twee soorten aandelen, gewone aandelen A en gewone aandelen B, beide met een nominale waarde van € 1. Er staan meer aandelen A uit dan aandelen B. Het voorstel is om de nominale waarde van de aandelen A te verhogen tot € 2. Ingevolge artikel 2:118 lid 3 BW wordt het stemrecht op de aandelen A ook verdubbeld en zal na de betreffende statutenwijziging elk aandeel A recht geven op het uitbrengen van twee stemmen. Het besluit tot statutenwijziging behoeft een goedkeurend besluit van de groep houders van aandelen B omdat de omzetting van de aandelen A afbreuk doet aan hun rechten.
Een ander voorbeeld. Een NV kent twee soorten aandelen, aandelen A en aandelen B. Er staan meer aandelen A uit dan aandelen B. Aan alle aandelen is eenzelfde stemrecht verbonden. Voorgesteld wordt om bij statutenwijziging de aandelen A om te zetten in preferente aandelen met een gelijke nominale waarde. Dit besluit valt niet onder het bereik van artikel 2:121a BW, noch van enige andere bepaling van minderheidsbescherming anders dan de redelijkheid en billijkheid. Naar de omstandigheden van het geval zal dienen te worden bepaald of dit besluit, eenmaal genomen, in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.