De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie
Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/5.4.3.1:5.4.3.1 Definitie van medezeggenschap
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/5.4.3.1
5.4.3.1 Definitie van medezeggenschap
Documentgegevens:
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS387401:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In Nederland wordt onder het begrip medezeggenschap in beginsel zowel de vennootschappelijke als de ondernemingsrechtelijke medezeggenschap geschaard (vgl. hoofdstuk 1.8.3).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De medezeggenschapsbepaling uit de Tiende Richtlijn is geïmplementeerd in art. 2:333k BW. Voor de definitie van medezeggenschap verwijst lid 1 naar de WRW. De in art. 1:1 WRW opgenomen definitie luidt:
‘de invloed van de ondernemingsraad of van de werknemersvertegenwoordigers op de gang van zaken bij een vennootschap door
het recht om een aantal leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de vennootschap te kiezen of te benoemen, of
het recht om met betrekking tot de benoeming van een aantal of alle leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de vennootschap aanbevelingen te doen of bezwaar te maken;
met dien verstande, dat indien het bestuursorgaan overeenkomstig een onderlinge taakverdeling leden heeft die belast zijn met het uitvoerend bestuur en leden die daarmee niet zijn belast, onder medezeggenschap wordt verstaan het recht ten aanzien van de leden die niet zijn belast met het uitvoerend bestuur’
Hoewel de Tiende Richtlijn – op de eerste uitzondering na – niet expliciet aangeeft dat de definitie uit de SE-Richtlijn op een grensoverschrijdende fusie van overeenkomstige toepassing is, blijkt uit de parlementaire stukken dat de Europese wetgever bij deze definitie aansluiting heeft gezocht. Het valt toe te juichen dat de Nederlandse wetgever een duidelijke definitie inzake medezeggenschap heeft opgenomen. Het begrip medezeggenschap heeft in de Nederlandse context gewoonlijk een andere betekenis dan wat daarmee in de Tiende Richtlijn wordt bedoeld.1 Naast het voorkomen van spraakverwarring, vergroot de definitie de toepasbaarheid van de complexe regeling inzake medezeggenschap.
Wel heb ik bezwaar tegen de verwijzing naar de definitie in de WRW. Er bestaat namelijk een essentieel verschil tussen beide definities. De definitie in de WRW plaatst medezeggenschap ten aanzien van het leidinggevende orgaan buiten het toepassingsbereik (zie de laatste alinea van de hierboven geciteerde definitie), terwijl het medezeggenschapsbegrip uit de Tiende Richtlijn deze invloed wel omvat. Met de verwijzing naar de WRW heeft de Nederlandse wetgever niet alleen verzuimd de toevoeging te implementeren, maar is de definitie zelfs onjuist weergegeven. Uit de parlementaire stukken blijkt niet dat de Nederlandse wetgever bewust van de Tiende Richtlijn is afgeweken. Het lijkt eerder het gevolg van een niet doordachte verwijzing. Om die reden acht ik correctie van de nationale regeling via richtlijnconforme interpretatie mogelijk. Beter zou het zijn wanneer de juiste definitie alsnog in een nieuw eerste lid van art. 2:333k BW wordt opgenomen.