Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/8.6:8.6 Samenvatting en conclusie
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/8.6
8.6 Samenvatting en conclusie
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196880:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In het (geldende) derde scenario houdt de rechtspositie van de wederpartij dat in. Zie nr. 8, 9, 11 en onderzoeksvraag a.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[304] Een negatief effect dat de rechtspersoon van de onmiddellijke voorziening kan ondervinden, bestaat uit een vordering tot schadevergoeding door zijn wederpartij.1 Als de rechtspersoon zich tegen zo’n vordering kan verweren met een beroep op overmacht, heeft de vordering geen succes (onderzoeksvraag b). De inhoud van de objectieve norm is daarmee van belang voor het mogelijke nadeel dat van de onmiddellijke voorziening voor de rechtspersoon te verwachten valt. In dit hoofdstuk is de objectieve norm onderzocht aan de hand van procedures over aandelentransacties. Er is nagegaan, hoe een zorgvuldig schuldenaar geacht wordt te handelen om te vermijden dat hij ten gevolge van een onmiddellijke voorziening tekortschiet in de nakoming van een verbintenis uit contract. De conformiteitseis, die bij koopovereenkomsten een rol speelt, is betrokken in de beschouwingen. Ook is aandacht besteed aan wettelijke bepalingen die wederpartijen beschermen tegen bepaalde gebreken in de besluitvorming van hun contractpartners.
8.6.1 Slotsom