Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/6.2.3.6:6.2.3.6 Paragrafen 6, 7 en 8 BBBB
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/6.2.3.6
6.2.3.6 Paragrafen 6, 7 en 8 BBBB
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS469274:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De paragrafen 6, 7 en 8 van het BBBB geven concreet invulling aan het proportionaliteitsbeginsel. In het tweede lid van paragraaf 6 – de algemene straftoemetingsparagraaf – wordt dit beginsel in normatief opzicht helder verwoord:
Bij het in aanmerking nemen van individuele omstandigheden vindt een afweging plaats tussen zowel strafverminderende feiten en omstandigheden en strafverzwarende feiten en omstandigheden. Het resultaat van de afweging zal moeten leiden tot een boete die passend is te achten bij de geconstateerde beboetbare gedraging.
Paragraaf 7 behandelt vervolgens enkele strafverminderende omstandigheden, zoals inkeer en slechte financiële omstandigheden. De strafverzwarende omstandigheden komen in paragraaf 8 aan bod, waaronder recidive en valsheid, listigheid en samenspanning. In onderdeel 6.4 zal ik nader ingaan op de in paragraaf 6, 7 en 8 van het BBBB genoemde strafbeïnvloedende omstandigheden.