Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/5.2.3:5.2.3 Conclusie zakelijk recht
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/5.2.3
5.2.3 Conclusie zakelijk recht
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS616172:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In par. 6.4.1 kom ik hier op terug.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot slot van mijn beschouwing over de dogmatische keuze van de wetgever om tot de huidige regeling te komen, rest nog één belangrijke vraag en dat is of het voor de rechtspraktijk nog uitmaakt op welke wijze de eigendomsproblematiek van netten geregeld had moeten worden. Ik meen dat dit in beginsel niet uitmaakt. De onduidelijkheid over wie de eigendom kan claimen van in de grond aanwezige netten is in ieder geval opgelost. In beginsel lijkt een duidelijke splitsing aangebracht te zijn tussen de eigendom van de grond en de eigendom van daarin gelegen netten. Echter de huidige regeling is nog niet volledig omdat nu weliswaar het eigendomsaspect is geregeld, maar over het gebruik van de netten en hoe deze onderhouden kunnen worden, helemaal niets is geregeld.1 Partijen moeten in veel gevallen over diverse onderwerpen die gerelateerd zijn aan (het gebruik van) de eigendom, nog steeds onderhandelen en zaken overeenkomen om tot een praktische uitwerking van de nieuwe regeling te komen. De regeling in zijn huidige vorm zou dan ook niet direct mijn voorkeur hebben gehad. In dat opzicht zou een zakelijk recht van netwerk wellicht meer recht hebben gedaan aan de gehele problematiek van kabels en leidingen. Waarschijnlijk zou dan — gelet op de wijze waarop zakelijke rechten in boek 5 BW zijn vormgegeven — meer aandacht besteed zijn aan het scala aan onderwerpen die voor een zakelijk recht geregeld hadden moeten worden. Dit zou dan mogelijk een meer solide regeling hebben voortgebracht zonder de diverse onzekerheden die nu op basis van de huidige regeling nog bestaan. De huidige eigendomsregeling is in ieder geval te mager of incompleet en zou op zijn minst ook aangevuld moeten worden met bepaalde rechten en plichten die bijvoorbeeld aangaande het gebruik van een net tussen grondeigenaar en neteigenaar moeten gelden. Mogelijk zou de evaluatie van de nieuwe regeling aangewend kunnen worden om deze aanvullende regels op te nemen in het BW (in titel 4 van boek 5). Een voorstel voor deze aanvullende regels is gedaan in de bijlage.