De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.6.2.1:3.6.2.1 Inleiding
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.6.2.1
3.6.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS385836:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onoverdraagbaarheid treft zowel de vrijwillige overdracht als de onvrijwillige overdracht bij uitwinning door de schuldeiser. Wammes 1988, p. 186. Zie ook Verhagen&Rongen 2000, p. 104-105: een beslaglegger kan een niet-overdraagbare vordering wel innen, maar niet executoriaal verkopen en leveren, omdat hij niet meer rechten geldend kan maken dan de beslagene.
Van Zeben & Du Pon, Boek 3 1981, p. 575.
Zie ook Van Zeben & Du Pon, Boek 3 1981, p. 309.
Janssen 1989, p. 35.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een privécrediteur heeft geen verhaal op het vennootschappelijk vermogen en ook niet op het aandeel van zijn schuldenaar in de vennootschappelijke goederen of in de vennootschappelijke gemeenschap.1 Dit geldt zowel tijdens het bestaan van de VOF als na ontbinding. Hij zal met uitwinning moeten wachten tot de goederen aan zijn schuldenaar zijn toegedeeld.2 Ook kan tijdens het bestaan van de VOF ten behoeve van een privéschuldeiser geen beperkt recht worden gevestigd op het aandeel van een vennoot in de vennootschappelijke goederen. Daarvoor zou immers beschikkingsbevoegdheid van de vennoot nodig zijn (art. 3:98 jo. 3:84 lid 1 BW) én het aandeel moet zelfstandig en overdraagbaar zijn (art. 3:81 BW), hetgeen een aandeel in de gehele gemeenschap niet is.3
Over de rechtvaardigheid van deze voorrang kan men verschillend denken, maar feit is dat achterstelling van bepaalde schuldeisers ook buiten het personenvennootschapsrecht geen ongewoon verschijnsel is. Zo kan voorrang, ook jegens oudere ‘gewone’ schuldeisers, verkregen worden door het vestigen van een hypotheek- of pandrecht of door uitoefening van retentierecht. Ook kunnen goederen op andere wijzen aan verhaal van crediteuren worden onttrokken, bijvoorbeeld door ze te verkopen en de opbrengst te verbrassen. Een schuldeiser zal het vermogen van zijn schuldenaar hebben te accepteren zoals dat er op enig moment uitziet.4