Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/10.2.4.1
10.2.4.1 Aandelenfusie
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS400626:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor de samenloop met de deelnemingsvrijstelling zijn in art. 13h en 13i Wet VPB 1969 nadere rechtsregels opgenomen, die het bestek van mijn onderzoek te buiten gaan. Voor een uiteenzetting verwijs ik naar de Cursus Belastingrecht 2016, onderdeel VPB 2.4.14.
Voor de praktijk belangrijke rechtspraak betreft HR 1 december 1999, nr. 34 217, BNB 2000/111 en HR 10 oktober 2008, nr. 43409, BNB 2009/28. In eerstgenoemd arrest werd de aandelenfusiefaciliteit gebruikt om de aandelen van een werkmaatschappij lichter te maken om zo aansprakelijkheid af te dekken. In het tweede genoemde arrest ging het om het verkoop klaar maken (bloot verkoopvoornemen) van aandelen. In beide arresten oordeelde de Hoge Raad dat er geen sprake was van het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Voor een analyse van de arresten zie ook G.C. van der Burgt/R.J. de Vries, De antiontgaansbepalingen in de diverse fusie- en splitsingsfaciliteiten. De huidige stand van zaken in de inkomsten- en vennootschapsbelasting, WFR 2012/1693, paragraaf 5.
Bij een aandelenfusie dragen de aandeelhouders van het ene lichaam hun aandelen over aan het andere lichaam. Die aandeelhouders krijgen daarvoor aandelen in het overnemende lichaam. Een aandelenfusie is een economische fusievorm, waarbij de bestaande lichamen niet verdwijnen. In het bijzonder de fiscale positie van de aandeelhouders in de overgenomen vennootschap vraagt om nadere fiscale begeleiding. De huidige aandelenfusieregeling voor aandeelhouders-ondernemers is opgenomen in art. 3.55 Wet IB 2001. Voor aanmerkelijk belanghouders is de faciliteit geregeld in art. 4.41 lid 1, en art. 4.42 lid 1 Wet IB 2001. Als de aandeelhouder(s) een lichaam betreft is krachtens art. 8 lid 1 Wet VPB 1969 de faciliteit van art. 3.55 Wet IB 2001 eveneens van toepassing.1 Voor lichamen is de aandelenfusiefaciliteit alleen relevant indien de aandelen geen deelneming vormen. Als dat namelijk wel het geval is, is de aandelenfusiefaciliteit niet nodig, omdat – normaal gesproken – de deelnemingsvrijstelling van toepassing zal zijn.
De overdracht van de aandelen tegen uitreiking van nieuwe aandelen vormt fiscaalrechtelijk een vervreemding van de overgedragen aandelen en leidt derhalve tot realisatie van de stille reserves die in de overgedragen aandelen schuilgaan.
De aandelenfusiefaciliteit zorgt er voor dat de belastingplichtige bij het bepalen van de winst het voordeel uit vervreemding van aandelen in het kader van een aandelenfusie niet in aanmerking hoeft te nemen. De voorwaarden voor toepassing van de aandelenfusiefaciliteit zijn als volgt:
Aandelen mogen in beginsel alleen tegen aandelen worden geruild.
Er mag geen bijbetaling in contanten plaatsvinden die meer bedraagt dan 10% van de nominale waarde van de uitgereikte aandelen.
Een binnenlandse aandelenfusie wordt aanwezig geacht indien een in Nederland gevestigd lichaam tegen uitreiking van aandelen een zodanig aandelenbezit verwerft in een ander in Nederland gevestigd lichaam dat zij de meerderheid van de stemrechten kan uitoefenen.
De fusie mag niet in overwegende mate gericht zijn op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.2 De fusie wordt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt, geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing indien de fusie niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen, zoals herstructurering of rationalisering van actieve werkzaamheden van de bij de fusie betrokken rechtspersonen. De huidige discussiepunten over de antimisbruikbepaling worden nader toegelicht in hoofdstuk 10.2.5.
Het fiscale gevolg van de aandelenfusiefaciliteit voor zowel de aandeelhouder-natuurlijk persoon als het aandeelhouder-lichaam is dat de fiscale claim (die ontstaan is door de aandelenfusie) wordt doorgeschoven. Dit wordt fiscaaltechnisch vormgegeven doordat de belastingplichtige die aandelen ruilt, de nieuw verkregen aandelen te boek stelt voor de boekwaarde die gold voor de overgedragen aandelen. De belastingclaim wordt dus gekoppeld aan een ander object, maar blijft wel bij dezelfde belastingplichtige.