Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/1.1
1.1 Algemeen
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS495330:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Voetnoten
Voetnoten
Deze houdt in veel gevallen de verplichting tot het betalen van een geldsom in, maar kan ook (deels) bestaan uit de verplichting tot het leveren van een goed of het verrichten van een (weder)dienst, in welk geval men spreekt van een ‘betaling in natura’ of ‘ruilprestatie’.
Net als Tekstra 2017, p. 1 (en aldaar aangehaalde literatuur) versta ik onder het begrip ‘insolventie’ het onvermogen om aan kort- of langlopende (betalings)verplichtingen te kunnen voldoen (waarmee het de economische begrippen ‘liquiditeit’ en ‘solvabiliteit’ raakt). Anders dan het begrip ‘faillissement’ kent het begrip ‘insolventie’ geen vastomlijnde juridische definitie, al wordt de term ‘insolventie’ wel op een aantal plaatsen in de civiele wetgeving gebezigd. Zo stelt art. 2:19 lid 1 onderdeel c BW bijvoorbeeld dat een rechtspersoon wordt ontbonden na faillietverklaring door hetzij opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel, hetzij door insolventie, en geeft de Faillissementswet aan wanneer een failliete boedel van rechtswege in staat van insolventie verkeert (art. 137f lid 1 en art. 173 lid 1 Fw).
Atradius, Atradius Betalingsbarometer – resultaten voorjaar 2017, www.atradius.com/publications; Euler Hermes, Collection Profile The Netherlands 2017, www.eulerhermes.com en economischetrends.nl.
Atradius, Atradius Betalingsbarometer – resultaten voorjaar 2017, www.atradius.com/publications, p. 2, waarin voor 2017 een DSO (Days Sales Outstanding) van 41 dagen wordt genoemd en voor 2016 een DSO van 42); Euler Hermes, Collection Profile The Netherlands 2017, www.eulerhermes.com en economischetrends.nl, p. 4, heeft het voor 2016 over een DSO van 47 dagen (welke later bij persbericht van 16 augustus 2017 lijkt te zijn bijgesteld tot 46 dagen).
Atradius, Atradius Betalingsbarometer – resultaten voorjaar 2017, www.atradius.com/publications, p. 2 en 4.
Atradius, Atradius Betalingsbarometer – resultaten voorjaar 2017, www.atradius.com/publications, p. 4. In 29,6% van de gevallen werden vorderingen als oninbaar gemeld vanwege de hoge kosten van het invorderen bij debiteuren.
Redactie TvI 2015.
Getuige de vele publicaties kan het fiscaal insolventierecht of het insolventie belastingrecht inmiddels met recht als separaat rechtsgebied worden bestempeld (zie bijvoorbeeld Tekstra 2017 en de aldaar aangehaalde literatuur).
Voor een goed functionerende economie is het belangrijk dat marktdeelnemers met elkaar gemaakte afspraken nakomen. Deze afspraken bestaan in het handelsverkeer veelal uit het over het weer verrichten van prestaties, zoals de verplichting tot het leveren van een goed of het verrichten van een dienst in ruil voor een (geldelijke) tegenprestatie: de betaling.1 Als een marktdeelnemer niet betaalt, wordt het handelsverkeer verstoord. Aan niet-betaling kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen, maar vaak is niet-betaling het gevolg van financiële moeilijkheden waarin een partij zich bevindt. De betreffende partij kan bijvoorbeeld in staat van faillissement of insolventie2 of verkeren. Het mag niet verbazen dat niet-betaling niet alleen vervelend is voor de partij die niet in staat is te betalen. Niet-betaling kan ook verstrekkende gevolgen hebben voor de andere contractpartij, zeker wanneer deze partij haar deel van de afspraak wél is nagekomen. In het uiterste geval komt zij zelf in betalingsproblemen te verkeren. Dit kan vervolgens weer gevolgen hebben voor een andere marktdeelnemer, et cetera, zodat niet-betaling zodoende een kettingreactie teweeg kan brengen.
Uit onderzoek van diverse kredietverzekeraars blijkt dat niet-betaling aan de orde van de dag is.3 In Nederlandse ‘business-to-business’-verhoudingen staat een factuur gemiddeld ongeveer 45 dagen open.4 Meer dan een derde van alle betalingen is te laat en 0,9% van de totale waarde van ‘business-to-business’-vorderingen moet uiteindelijk als oninbaar worden afgeschreven.5 Dit laatste wordt hoofdzakelijk toegeschreven aan het faillissement van de contractpartij: ruim 60% van de situaties van niet-betaling vindt zijn oorzaak in een faillissement.6 Hoewel de afwikkeling van de failliete boedel als uitgangspunt een civielrechtelijke aangelegenheid betreft, raakt het ook andere rechtsgebieden. Zoals de redactie van het Tijdschrift voor Insolventierecht in 2015 in een themanummer,7 waarin het verschijnsel ‘insolventie’ werd bekeken vanuit de positie van ‘buitenstaanders’, treffend verwoordde:
“Een van de charmes van het insolventierecht is dat het raakt aan vele andere rechtsgebieden. Sterker nog, insolventierecht is ook arbeidsrecht, huurrecht, bestuursrecht, strafrecht, bestuursrecht, etc. Vice versa kunnen beoefenaars van al deze andere rechtsgebieden met het insolventierecht in aanraking komen en kunnen partijen uit alle maatschappelijke geledingen met een insolventie van een andere partij worden geconfronteerd.”
Ik zou aan dit rijtje graag het belastingrecht, als bijzonder onderdeel van het bestuursrecht, willen toevoegen. Voorts durf ik zelfs het tegenovergestelde te beweren: belastingrecht is ook insolventierecht.8 Dit onderzoek getuigt daarvan.