Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/10.3.1
10.3.1 Gebondenheid aan het petitum
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692084:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dit is in België niet anders, zie bijvoorbeeld Hof van Cassatie 10 februari 2022, nr. C.20.0373.N.
De rechter mag een hogere dwangsom opleggen dan gevorderd, zie BenGH 17 december 1992, NJ 1993/545, m.nt. H.J. Snijders. De dwangsom moet vanzelfsprekend wel gevorderd worden. De rechter mag een zaak ook, zonder dat dit gevorderd is, verwijzen naar de schadestaatprocedure.
HR 15 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0413, NJ 1992/724, rov. 3.3, m.nt. H.J. Snijders (Boogaard/NVPI).
Ancery 2012/206.
HR 15 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0413, NJ 1992/724, rov. 3.3. m.nt. H.J. Snijders (Boogaard/NVPI).
602. Art. 23 Rv bepaalt dat de rechter beslist over al hetgeen partijen hebben gevorderd of verzocht. Daarmee brengt het artikel niet alleen tot uitdrukking dat partijen er recht op hebben dat op (al) hun vorderingen wordt beslist, maar ook dat de rechter slechts mag beslissen op hetgeen gevorderd is.1 Hij mag, met andere woorden en behoudens uitzonderingen, niet méér toewijzen dan gevorderd.2 De formulering van het petitum of een eventueel later gewijzigde eis, dient ook om die reden met zorg te gebeuren. In art. 111 lid 2 onder d Rv is thans neergelegd dat de dagvaarding de eis en de gronden daarvan moet bevatten. De strekking van deze bepaling is te waarborgen dat voor de gedaagde voldoende duidelijk is wat er van hem wordt verlangd, zodat hij zich daartegen kan verweren.3Art. 23 Rv waarborgt op die manier ook het beginsel van hoor en wederhoor, dat ook in art. 6 EVRM is neergelegd.4 Volgens de Hoge Raad is niet vereist dat de eis op een bepaalde plaats of in een bepaalde vorm in de dagvaarding wordt opgenomen. Gebruikelijk en logisch is dat het petitum aan het eind van de dagvaarding is opgenomen. Wel is in beginsel vereist dat op een voldoende in het oog springende wijze in de dagvaarding een afzonderlijk en als zodanig herkenbaar petitum voorkomt. Het ontbreken van een petitum is denkbaar, maar alleen als uit het lichaam van de dagvaarding zonder meer duidelijk is tegen welke vordering de gedaagde zich heeft te verweren.5 Het spreekt vanzelf dat een dergelijke werkwijze niet aanbevelenswaardig is.