De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.6.3.1:4.6.3.1 Algemeen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.6.3.1
4.6.3.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS401855:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat het waarborgfonds in de hiervoor beschreven gevallen heeft op te treden, betekent niet dat de benadeelde onder alle omstandigheden (volledig) aanspraak heeft op vergoeding van zijn schade. Op een aantal manieren kunnen deze aanspraken worden ingeperkt of zelfs uitgesloten. Niet alleen staat de Richtlijn toe, dat schade aan zaken in geval van een onbekende veroorzaker wordt uitgesloten of (ook als zij gepaard gaat met aanzienlijk letsel) wordt onderworpen aan een franchise van € 500, ook kan schade van inzittenden van gestolen voertuigen onder bepaalde voorwaarden worden uitgesloten.
De inhoud van de dekking die door het waarborgfonds moet worden geboden en de toegelaten beperkingen daarop worden in hoofdstuk 5 in samenhang met de inhoud van de dekking onder de polis besproken. Op deze plaats moet aandacht worden besteed aan het vraagstuk van de subsidiariteit van het waarborgfonds. Hoewel de inhoud van de dekking en de regeling van de subsidiariteit in elkaar over lopen (en beide voortvloeien uit de in de afzonderlijke lidstaten heersende opvattingen over de gewenste afmetingen van de 'mazen' in het waarborgfondsvangnet) verdient het toch de voorkeur beide aspecten gescheiden te behandelen. De subsidiariteit grijpt immers in de toegang van benadeelden tot het waarborgfonds in. Zij brengt mee dat bepaalde benadeelden (in de zin van art. 1 onderdeel 2 van de Richtlijn) hun aanspraken niet tegen het waarborgfonds geldend kunnen maken.