Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/5.7.1
5.7.1 Inleiding
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS392019:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn 94/45/EG van de Raad van 22 september 1994 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers. Deze richtlijn is gewijzigd door: Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (Herschikking).
Richtlijn 2001/86/EG van de Raad van 8 oktober 2001 tot aanvulling van het statuut van de Europese vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers.
Richtlc 2003/72/EG van de Raad van 22 juli 2003 tot aanvulling van het statuut van een Europese coöperatieve vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers.
Richtlijn 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen. Laatstelijk gewijzigd door Richtlijn 2009/109/EG van het Europese parlement en de Raad van 16 september 2009, PbEU L 259/14.
Richtlijn 2002/14 EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende informatie en raadpleging in de Europese Gemeenschap. Deze Richtlijn bevat minimumvoorschriften voor informatie en consultatie in nationaal medezeggenschapsrecht. Daarin onderscheidt deze Richtlijn zich weer van de EOR-richtlijn die alleen betrekking heeft op communautaire ondernemingen.
Hierboven constateerde ik – voor de Nederlandse medezeggenschap – dat het Nederlandse medezeggenschapssysteem slecht aansluit bij de structuur van internationale ondernemingen en concerns. Medezeggenschap volgt niet de zeggenschap in internationale concerns. Daar komt bij dat binnen een internationaal concern met zowel werknemers uit het buitenland als uit Nederland, verschil kan ontstaan in de medezeggenschapsbevoegdheden tussen de verschillende werknemers. Deze problemen kunnen niet worden opgelost door nationale wetgeving, maar vereisen een internationale of Europese aanpak. De laatste jaren is er veel aandacht voor medezeggenschap op Europees niveau. Harmonisatie is echter niet eenvoudig, gezien de grote verschillen in medezeggenschapssystemen. Zo heeft het ruim dertig jaar geduurd voordat de regeling omtrent de Societas Europaea werd aangenomen.
Landen met een sterk medezeggenschapssysteem, zoals Duitsland en Nederland, vreesden dat door gebruik van de Europese vennootschap medezeggenschapstradities verloren zouden gaan. Aan de andere kant waren ‘medezeggenschapsvrije’ lidstaten bang dat door Europees recht medezeggenschap uit andere landen geïmporteerd werd naar hun nationale vennootschapsrecht.
De belangrijkste doorbraak kwam in 1944 met de Richtlijn inzake Europese ondernemingsraden (hierna Richtlijn-EOR).1 Een compromis werd bereikt, dat inhoudt dat de medezeggenschap niet materieel, maar slechts procedureel wordt geregeld, zodat geen politieke keuzes behoefden te worden gemaakt. De richtlijn-EOR gaat uit van het zogenoemde ‘Europese contractmodel’. De communautaire onderneming of groep onderhandelt met een orgaan dat de werknemers vertegenwoordigt over de invulling van de medezeggenschap. Komen partijen er niet uit, dan gelden aanvullende referentievoorschriften. De regeling inzake de EOR zal ik kort behandelen in paragraaf 5.7.3. Het Europese contractmodel is vervolgens ook toegepast bij de medezeggenschapsregeling in de richtlijnen en verordeningen inzake Europese herstructureringen, zoals het oprichten van een SE (SE-Richtlijn)2 of een SCE (SCE-Richtlijn)3 of een grensoverschrijdende fusie (Richtlijn-GOF).4 Europese herstructureringen kunnen leiden tot verlies aan medezeggenschap en daarom bevatten deze regelingen een medezeggenschapsregeling. Een belangrijk verschil met EOR-Richtlijn en de Richtlijn informatie en raadpleging5 is dat de medezeggenschapsregeling bij Europese herstructureringen geen nieuwe medezeggenschapsbevoegdheden beoogt te creëren. Het gaat om bescherming van bestaande bevoegdheden. De Europese herstructureringen komen aan de orde in paragraaf 5.8. Omdat niet alle vormen van Europese herstructureringen geharmoniseerd zijn, sluit ik dit hoofdstuk af met de vraag of nationale wetgevers in het geval dat een vennootschap rechtstreeks een beroep doet op art. 49 VWEU (vrijheid van vestiging) maatregelen kunnen nemen om te voorkomen dat medezeggenschap wegvloeit. Voordat ik dit alles behandel, ga ik kort in op de definities van de verschillende vormen van medezeggenschap onder het Europese recht.