Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.3.1
7.3.1 Inleiding
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258566:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Advisory Opinion 2.1. Acceptability of a price below prevailing market prices for identical goods. (Adopted, 2nd Session, 2 October 1981, 27.960). Een reden om de goederen onder de marktprijs te verkopen houdt bijvoorbeeld verband met voorraad die vanwege economische omstandigheden niet verkocht geraken voor de marktprijs. Zelfs als een onderneming besluit om de goederen op de markt te brengen tegen een prijs die lager is dan de productiekosten, hoeft dat niet tot verwerping van de transactiewaarde te leiden. Case study 12.1. Application of Article 1 of the Valuation Agreement for goods sold for export at prices below their cost of production. (Adopted, 11th Session, 3 November 2000, VT0164).
Artikel 140, lid 1, UDWU. HvJ EU 16 juni 2016, nr. C-291/15 (EURO 2004. Hungary Kft.), ECLI:EU:C:2016:45526.
Commentary 23.1. Valuation of imported goods purchased in 'flash sales'. (Adopted, 48th Session, 17 May 2019, VT1188E1c). Zie in dit verband ook onderdeel 6.3.3.2 over de toepassing van flash sales als transactiewaarde van identieke of soortgelijke goederen.
De transactiewaarde van de ingevoerde goederen vereist dat wordt aangesloten bij de werkelijk betaalde of te betalen prijs. In artikel 70, lid 2, DWU wordt nader uiteengezet wat hieronder wordt verstaan:
De werkelijk betaalde of te betalen prijs is de totale betaling die door de koper aan de verkoper of door de koper aan een derde ten behoeve van de verkoper voor de ingevoerde goederen is of moet worden verricht, en omvat alle betalingen die als voorwaarde voor de verkoop van de ingevoerde goederen werkelijk zijn of moeten worden verricht.
Het onderdeel ‘werkelijk’ betekent dat wordt aangesloten bij wat de koper van de ingevoerde goederen daadwerkelijk betaald voor de ingevoerde goederen. Het brengt ook met zich dat wanneer de koper een betaling verricht voor de goederen die worden ingevoerd en op enige wijze indirect wordt gecompenseerd voor de betaling aan de verkoper, de werkelijk betaalde of te betalen prijs lager is. Daarmee wordt voorkomen dat een kunstmatig hoge prijs wordt vastgesteld. Het afspreken van een hoge prijs kan in bepaalde gevallen namelijk als gunstig worden ervaren door degene die de invoerrechten voldoet, namelijk in het geval de ingevoerde goederen onderworpen zijn aan additionele rechten die worden geheven op basis van zogenoemde referentieprijzen. Dit betekent dat de additionele heffing toepassing vindt indien de transactiewaarde onder de referentieprijs wordt vastgesteld.
Aan de andere kant behoren alle betalingen die als voorwaarde voor de verkoop worden verricht tot de werkelijk betaalde prijs. Eén en ander staat er niet aan in de weg dat partijen naar eigen inzicht de hoogte van de prijs mogen vaststellen. In beginsel zal deze prijs, zelfs indien deze onder de marktwaarde van identieke goederen wordt vastgesteld, dienen als transactiewaarde van de ingevoerde goederen.1 Wel hebben de douaneautoriteiten de mogelijkheid om de importeur te verzoeken om documentatie ter staving van de juistheid van de aangeven prijs te overleggen.2 Een voorbeeld van een situatie waarbij de prijs wordt vastgesteld onder de marktprijs, betreft zogenoemde ‘flash sales’. Bij flash sales worden goederen voor een korte periode tegen een zwaar gereduceerde prijs verkocht voor promotionele doeleinden via traditionele verkoopkanalen of via e-commerce. Ook in die gevallen kan de douanewaarde overeenkomstig de transactiewaarde van de ingevoerde goederen worden bepaald.3
Daarnaast voorziet de toevoeging ‘of te betalen’ erin dat, ook op het moment dat de betaling voor te waarderen goederen nog niet heeft plaatsgevonden, de transactiewaarde van de ingevoerde goederen toch als methode voor de bepaling van de douanewaarde toepassing kan vinden.