Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/5.3.1
5.3.1 Object van heffing
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS397555:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Aangezien de belastinggrondslag in de Gewerbesteuer in eerste aanleg wordt bepaald door de belastinggrondslag voor de Körperschaftsteuer of Einkommensteuer (zie ook hoofdstuk 3.3.1.2) zal ik – mede omwille van de omvang van mijn onderzoek - het fiscale winstbegrip in de Gewerbesteuer niet nader bespreken.
Suchanek in Hermann/Heuer/Raupach, §7 KStG, Anm.1.
In R.8.1 KStR 2015 wordt een opsomming gegeven van alle bepalingen uit de EStG die van toepassing zijn voor de winstbepaling.
De bepalingen omtrent het object van heffing voor binnenlandse belastingplichtigen zijn neergelegd in het tweede gedeelte van de KStG (§7 tot en met §22 KStG).1 Het object van heffing is sinds 1920 niet wezenlijk veranderd.2 Voor binnenlandse belastingplichtige lichamen is het belastingobject het belastbare inkomen (zu versteuerndes Einkommen, §7 Abs. 1 KStG). Het belastbare inkomen is het inkomen zoals dat wordt vastgesteld in §8 Abs. 1 KStG, verminderd met een belastingvrije som van € 5.000 of € 15.000 als het gaat om de daar specifiek genoemde groep belastingplichtigen (Freibeträge, §24 en §25 KStG). In §7 Abs. 3 KStG staat expliciet dat de Körperschaftsteuer een jaarwinst betreft en dat het kalenderjaar of boekjaar (§7 Abs. 4 KStG) het uitgangspunt vormt. In Duitsland zijn ten aanzien van het fiscale winstbegrip zowel de regels uit de Körperschafsteuer als uit de Einkommensteuer van belang. In §8 Abs. 1 KStG staat dat de regels uit de EStG en KStG bepalen wat als inkomen wordt aangemerkt en hoe het inkomen wordt vastgesteld. De letterlijke wettekst luidt: “Was als Einkommen gilt und wie das Einkommen zu ermitteln ist, bestimmt sich nach den Vorschriften des Einkommensteuergesetzes und dieses Gesetzes.’’3
In Duitsland wordt het fiscale winstbegrip in eerste aanleg gevormd en ingevuld door wettelijke voorschriften. Daarnaast is de invulling van het fiscale winstbegrip verder ingevuld door veel jurisprudentie, waarin de wettelijke voorschriften nader zijn geïnterpreteerd. Het fiscale winstbegrip leunt van oudsher sterk op het commerciële winstbegrip (Maßgeblichkeit). Dat bespreek ik verder in hoofdstuk 5.3.2.2.
5.3.1.1 Totaalwinstbegrip en objektive Nettoprinzip5.3.1.2 Jaarwinst