Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/2.8
2.8 Internationale fiscale ontwikkelingen (BEPS)
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS394716:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dit is mijns inziens één van de redenen waarom het tot op heden niet tot een harmonisatie van winstbelasting op EU of wereldwijd niveau heeft geleid (zie ook paragraaf 2.7). Voor een uiteenzetting zie ook W. Schön, Zur Zukunft des Internationalen Steuerrechts, StuW 3/2012, blz. 217, 218.
Voor een uiteenzetting van de invloed van de financiële en economische crisis op het Nederlandse belastingstelsel zie het themanummer MBB 09-10/2016, De crisis voorbij…???
Zie hieromtrent bijvoorbeeld ook L. Berentsen, Dominee en koopman in aanpak belastingontwijking, Financieel Dagblad, 24 november 2016 en ook L. Berentsen, Hypocrisie norm bij aanpak belastingontwijking, Financieel Dagblad 8 december 2016, waarin de auteur opmerkt dat “in de Europese discussie over het fiscale vestigingsklimaat hypocrisie de norm is. De splinter in andermans oog weten EU-landen haarfijn aan te wijzen maar de balk in eigen oog blijft onbenoemd als het er om gaat internationale ondernemingen met fiscale voordelen binnen de landsgrenzen te halen.”
OECD, Action Plan on Base Erosion and Profit Shifting (OECD 2013), verkrijgbaar op site www.oecd.org/tax/beps.htm. Voor een uitgebreide analyse van de BEPS rapporten zie de special van WFR 2016, aflevering 7134, nr. 47-55. Zie ook H. Vording, BEPS in 2026, NTFR 2016/1841 en P. Kavelaars, internationale fiscale transitie, TFO 2017/150.5. Beide auteurs gaan in op huidige en toekomstige EU en internationale ontwikkelingen.
Een nadere uiteenzetting of onderzoek naar deze ontwikkelingen en regels gaat buiten het bestek van mijn onderzoek.
Voor een nadere uiteenzetting verwijs ik naar L.G.C. Sahin, Country-by-country reporting – neem bewuste keuzes, MBB 2017/05.
Zie het Gesetz zur Umsetzung der Änderungen der EU-Amtshilferichtlinie und von weiteren Maßnahmen gegen Gewinnkürzungen und –verlagerungen, 20-12-2016, (BGBl. 2016 I S. 3000).
Finanzkonten-Informationsaustauschgesetz vom 21-12-2015 (BGBl. I S. 2531).
Gesetzes zur Umsetzung der Vierten EU-Geldwäscherichtlinie, zur Ausführung der EU-Geldtransferverordnung und zur Neuorganisation der Zentralstelle für Finanztransaktionsuntersuchungen, 23-06-2017 (BGBI I 2017 S. 1822).
Voor een nadere uiteenzetting verwijs ik naar de volgende literatuur: G. Schmitz, Een doorbraak met het MLI? NTFR-B 2017/37; Q.W.J.C.H. Kok, Het tegengaan van verdragsmisbruik onder het multilaterale instrument, MBB 2017/04; R.A. Bosman, Formele aspecten van het multilateraal instrument, MBB 2017/04; H. Lohuis/ A.J.A. Stevens, MLI Part Two: Hybrid mismatches, MBB 2017/04. Specifiek voor het Belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland is het volgende artikel interessant van T. Engers/ T. Stevens/C. Hawlitschek, Auswirkungen des Multilateralen Instruments auf das DBA-Niederlande, IStR 1/2018, blz. 11-18.
Zie EY Tax & Law Magazine, 3/2017, blz. 3.
Zie ook A.C. Breuer/ A.J.A. Stevens, Fiscale ontwikkelingen in Duitsland, WFR 2016/3, paragraaf 9. Dit blijkt onder andere uit het Duitse standaardverdrag en het beleid ten aanzien van transfer-pricing, waarin in afwijking van OESO standaarden diverse antimisbruikbepalingen zijn opgenomen.
Duitsland heeft op nationaal niveau al de nodige maatregelen genomen om belastingontwijking en ontduiking te voorkomen. Zie onder andere Steuerumgehungsbekämpfungsgesetz, 23-06-2017 (BGBl. I 2017, S. 1682).
Vergelijk ook de toets “gevolgen voor het investeringsklimaat” die de NOB hanteert bij de reactie op wetsvoorstellen.
Door de toenemende internationalisering (mondialisering) van bedrijven is ook de internationale belastingheffing (de wereldwijde belastingdruk) voor bedrijven steeds belangrijker geworden. Voor de staten betekent dit een concurrentiestrijd met andere staten om internationale bedrijven aan te trekken of te behouden. Onder andere is daarvoor van belang dat een staat een gunstig fiscaal vestigingsklimaat heeft.1 Deze concurrentiestrijd kenmerkt zich onder andere door bepaalde fiscale regels zo vorm te geven dat bepaalde inkomsten niet of nauwelijks worden belast en een in de loop der tijd steeds verdere verlaging van de vennootschapsbelastingtarieven. Een andere internationale fiscale ontwikkeling in de afgelopen decennia zijn de initiatieven op OESO en EU (zie ook hoofdstuk 2.7) niveau om belastingfraude en belastingontwijking tegen te gaan. Dit lijkt onlosmakelijk verbonden met het feit dat door de economische, financiële en schuldencrisis staten op zoek zijn naar middelen om het huishoudboekje gezond te houden.2
Beide ontwikkelingen tezamen beschouwd hebben mijns inziens iets vreemds, paradoxaals.3 Het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld is aan de ene kant de afgelopen jaren (en al vóór het Brexitbesluit was gevallen) één van de actiefste landen als het gaat om fiscaal zo aantrekkelijk mogelijk te zijn voor het bedrijfsleven. Aan de andere kant werden multinationals als Starbucks en Google in het Verenigd Koninkrijk openlijk aangesproken (en publiekelijk bekritiseerd) op het feit dat ze nauwelijks vennootschapsbelasting betaalden en beschuldigde het Verenigd Koninkrijk andere landen van schadelijke belastingconcurrentie. Ook in Nederland en Duitsland woedde en woedt een verhitte discussie over belastingontwijkende lichamen en over het wel of niet betalen van een “fair share’’ aan vennootschapsbelasting (zie ook hoofdstuk 2.4). Op OESO-niveau leidde deze discussie tot een aantal actieplannen, waarvan de Base Erosion & Profit Shifting (BEPS) rapporten van de OESO4 het meest prominent zijn.
Als gevolg van de internationale (BEPS) en Europese ontwikkelingen hebben Nederland en Duitsland de laatste jaren de nodige regels rondom toenemende transparantie en gegevensuitwisseling ingevoerd of zijn beide landen van plan deze in te voeren. Ik wijs (zonder uitputtend te willen zijn) op de volgende ontwikkelingen5:
Country-by-country reporting (CbC-reporting). Dit betreft gestandaardiseerde documentatieverplichtingen voor multinationale groepen over de verrekenprijzen die zij binnen het concern hanteren. De documentatieverplichtingen betreffen een landenrapport (country-by-country report); een groepsdossier (master file) en een lokaal dossier (local file). In beide landen is CbC vanaf 1 januari 2016 van kracht. De wettelijke regels zijn terug te vinden in art. 29b tot en met art. 29h Wet VPB 19696 en in Duitsland in §90 Abs. 3 AO en §138a AO.7
Common reporting standard (CRS). De CRS voorziet in de uitwisseling van gegevens over rekeningen van buitenlandse rekeninghouders. De wet is zowel in Nederland als in Duitsland per 1 januari 2016 in werking getreden. De wettelijke regels zijn terug te vinden in in art. 2a, 6c en 10a Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB), respectievelijk in het Finanzkonteninformationsaustauschgesetz (FKAustG).8
Ultimate Beneficial Owner (UBO)-register. De bedoeling van dit register is dat achterliggende eigenaren/ belanghebbenden van in Europa opgerichte vennootschappen en andere vennootschapsrechtelijke entiteiten geregistreerd worden. In Nederland wordt het register geïncorporeerd in het handelsregister. Een wetsvoorstel hieromtrent in Nederland wordt in het voorjaar van 2018 verwacht. Op het moment van schrijven is het wetsvoorstel in Nederland nog niet gepubliceerd. Het streven is dat in de zomer van 2018 het Nederlandse UBO-register operationeel is. In Duitsland is het UBO-register vanaf 26 juni 2017 in werking getreden.9
Mandatory disclosure (verplichte openbaarmaking van belastingstructuren). Op 13 maart 2018 hebben de Europese ministers van Financiën een politiek akkoord bereikt over het voorstel over Mandatory Disclosure voor financiële tussenpersonen. Intermediairs, zoals belastingadviseurs, worden verplicht om mogelijk agressieve fiscale planningconstructies aan de belastingautoriteiten te melden als zij bij het bedenken en promoten van dergelijke constructies betrokken zijn. Het is de bedoeling dat de nieuwe regels op 1 juli 2020 in werking treden. De EU-lidstaten zijn vanaf dat moment verplicht iedere drie maanden informatie uit te wisselen via een gecentraliseerde gegevensbank.
Multilateral Instrument (MLI). In juni 2017 ondertekenden bijna zeventig staten het multilateraal verdrag. Het multilateraal verdrag maakt het voor landen mogelijk op een snelle en efficiënte wijze hun wederzijdse belastingverdragen aan te passen om belastingontwijking tegen te gaan, zonder dat hiervoor nieuwe onderhandelingen nodig zijn. Op 20 december 2017 is aan de Tweede Kamer een wetsvoorstel aangeboden ter goedkeuring.10 In Duitsland wordt een wetsvoorstel in de loop van 2018 verwacht.11
Inklusive Framework on BEPS. Momenteel zijn er meer dan honderd landen, waaronder Nederland en Duitsland aangesloten bij dit Framework. De landen hebben zich gecommitteerd aan de minimumstandaarden van het BEPS-project.
Global Forum on Transparency and exchange of Information for Tax Purposes. Het Global Forum vervult een vergelijkbare rol met betrekking tot internationale afspraken die zijn gemaakt over gegegevensuitwisseling.
EU black list. Op 5 december 2017 heeft de Europese Commissie een zwarte lijst gepubliceerd van niet-coöperatieve jurisdicties op het gebied van belastingen. Tegen de niet-coöperatieve jurisdicties op de zwarte lijst komen op EU-niveau fiscale en niet-fiscale maatregelen en lidstaten kunnen zelf ook sancties instellen (bijvoorbeeld het invoeren van een bronbelasting op betalingen naar deze landen).
Uit paragraaf 2.3.1 is al gebleken dat Nederland van oudsher andere belangen heeft dan Duitsland als het gaat om het fiscale vestigingsklimaat. In Nederland ligt een belangrijke prioriteit bij het aantrekkelijk houden van het vestigingsklimaat. In Duitsland is dat wezenlijk anders. De focus ligt daar met name op het niet-verliezen van belastingopbrengsten.12 Dit blijkt mijns inziens maar weer eens uit de op 23 februari 2018 gepubliceerde brief van de staatssecretaris over belastingontwijking en belastingontduiking en het op 7 februari 2018 gepubliceerde regeerakkoord van de nieuwe Duitse regering. De Nederlandse staatssecretaris laat weten aan de ene kant te streven naar een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor het (reëele) bedrijfsleven en wil aan de andere kant belastingontwijking en ontduiking tegengaan. In het Duitse regeerakkoord wordt met geen woord gerept over het vestigingsklimaat, maar wel expliciet over het tegengaan van Steuerhinterziehung, Steuervermeidung en unfairen Steuerwettbewerb.13
De rechtsregels in de winstbelasting van lichamen werden of worden dus in Nederland en Duitsland mogelijk beïnvloed door internationale fiscale ontwikkelingen doordat aan de ene kant gezorgd moet worden dat wetgeving positief uitwerkt voor het vestigingsklimaat en aan de andere kant geen belastingontwijking door lichamen in de hand werkt. In Nederland zal wat meer de focus liggen op het aantrekkelijk houden van het vestigingsklimaat en in Duitsland op het voorkomen van belastingontwijking. Mijns inziens is dit een aspect waarmee ik rekening zal moeten houden bij de beoordeling of een Duitse rechtsregel in de winstbelasting van lichamen aanbevelenswaardig is voor de Nederlandse winstbelasting van lichamen.14 Bij het beoordelen van de rechtsregels zal ik – als daar aanleiding voor is – ingaan op de overeenkomsten en verschillen ten aanzien van BEPS bepalingen. Dit punt komt terug in de internationale/Europese fiscale ontwikkelingentoets uit mijn toetsingskader. Een integrale toetsing of weergave van de verhouding tussen de desbetreffende Nederlandse en Duitse rechtsregels en internationale fiscale ontwikkelingen (zoals de voorgestelde BEPS bepalingen) valt buiten het bestek van mijn onderzoek.