Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.2.2.a
9.2.2.a Een pragmatische benadering
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS598864:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Evenzo Maeijer onder NJ 1991/621; Van Dort (1991), p. 214; Van Wijngaarden (1994), p. 60; Norbruis (2005), p. 60; Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/687.
O.m. OK 7 juni 2007 (ro. 3.6), ARO 2007/92 (MHV Handelsmaatschappij); OK 15 maart 2007 (ro. 3.6), ARO 2007/58 (Encore Media Systems); OK 26 mei 2005 (ro. 3.4), ARO 2005/92 (NIB Capital Bank); OK 24 maart 2005 (ro. 3.12), ARO 2005/70 (Conservatrix); OK 10 maart 2005 (ro. 2.3), ARO 2005/46 (Köpcke Cruise); OK 16 december 2004 (ro. 3.5), ARO 2004/151 (EHB Trust). Hierover ook Van Vliet (1999), p. 71.
Afwijzend: OK 8 oktober 2013 (ro. 3.8), JOR 2014/95 (Glanerbrook); OK 26 juni 2012 (ro. 2.13), ARO 2012/106 (Econocom); OK 20 maart 2012 (ro. 3.9), ARO 2012/49 (Gucci Group); OK 13 maart 2008 (ro. 3.7), ARO 2008/70 (Bronnebad Nieuweschans-Bunde). Toewijzend: OK 28 mei 2013, ARO 2013/166 (Recreatie Maatschappij Texel); OK 8 september 2009, ARO 2009/145 (Verenigde Kinderen Clifford, overigens pas na drie tussenarresten); OK 10 juli 2008, JOR 2008/301 (Aegon Global Investment Fund). Evenzo Buijn/Storm (2013), p. 1132.
OK 15 januari 2013, ARO 2013/31 (Brit Insurance); OK 24 maart 2005, ARO 2005/70 (Conservatrix); OK 17 november 1994, NJ 1995/473 (Slachthuis Eindhoven); OK 28 september 1989, TVVS 1990, p. 233 (Tonnema).
De OK heeft bij het vaststellen van de prijs voor de over te dragen aandelen een zekere pragmatische benadering. Zij stelt indien mogelijk zelfstandig de prijs vast op basis van de in het geding gebrachte stukken.1 Dit kan zij doen door aan te sluiten bij de prijs van voorafgaand bod of op basis van een door de uitkoper overgelegde waardeberekening en andere financiële stukken (zie over de methodes van waardering § 9.3).
Opvallend is mijns inziens echter dat de laatste jaren een ontwikkeling zichtbaar is waarbij de OK deze pragmatische benadering lijkt te verlaten. In de zaken tot ongeveer 2007 acht zij het voldoende als uit de overgelegde stukken, waaronder een beredeneerde verklaring van een onafhankelijk deskundige, blijkt dat de voorgestelde prijs gerechtvaardigd, althans niet ongerechtvaardigd, is. Zij onderzoekt de overgelegde stukken slechts marginaal.2 In de procedures nadien is de OK steeds kritischer op de overgelegde waardeberekening en toetst zij deze meer dan alleen marginaal. In vijf van de acht zaken vanaf 2008, waarin de uitkoper een eigen berekening heeft overlegd, oordeelt de OK dat de stukken inhoudelijk onvoldoende zijn en gelast zij een deskundigenonderzoek.3
Een kritische beoordeling van de gevorderde prijs is, mede gelet op de bescherming van de niet verschenen gedaagden, naar mijn mening onmisbaar bij de gedwongen overdracht van aandelen (§ 4.2.4). Toch acht ik deze ontwikkeling, waarbij de OK steeds vaker zelf de voorgestelde prijs en de daaraan ten grondslag liggende waardering inhoudelijk toetst, niet wenselijk. Het lijkt mij niet noodzakelijk dat een dergelijke inhoudelijke beoordeling volledig door de OK gebeurt.
Ik pleit daarom voor een systeem naar het voorbeeld van de algemene uitkoopregeling in België en Duitsland, waarbij een onafhankelijk deskundige onderzoekt of de gevorderde prijs en de daaraan ten grondslag liggende waarderingsmethode gerechtvaardigd zijn. De uitkoper dient een verklaring van deze deskundige over te leggen. De OK moet vervolgens (alleen) deze verklaring beoordelen. Zij kan op deze manier relatief eenvoudig en kort nadat arrest is gevraagd uitspraak doen. De wet moet duidelijke criteria bevatten waaraan een dergelijk onderzoek van een onafhankelijk deskundige dient te voldoen. Zie over de door mij voorgestelde regels § 9.2.3.
Tot slot stelt de OK, indien alle gedaagden in een procedure verschijnen en geen verweer voeren, de uitkoopprijs veelal conform de gevorderde prijs vast.4