Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.5.7:6.5.7 Voorlopige en bewarende maatregelen; art. 20 Vo-BIlbis
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.5.7
6.5.7 Voorlopige en bewarende maatregelen; art. 20 Vo-BIlbis
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS432988:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. art. 11-12 HKbV 1996.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor spoedeisende gevallen is een aparte regeling getroffen in art. 20 Vo-BIIbis, op grond waarvan de gerechten van de lidstaten de mogelijkheid hebben om met betrekking tot personen of goederen die zich in die staat bevinden voorlopige en bewarende maatregelen te nemen die in hun interne wetgeving voorkomen. Daaraan staat niet in de weg dat op basis van de verordening de gerechten van een andere lidstaat bevoegd zijn om over de zaak ten gronde te oordelen. De verordening laat zich niet uit over de vraag wanneer precies sprake is van spoedeisende gevallen, zodat zulks van geval tot geval beoordeeld moet worden. Maatregelen die op basis van art. 20 lid 1 zijn genomen houden op van toepassing te zijn, wanneer het gerecht van de lidstaat dat krachtens de verordening bevoegd is om ten gronde over de zaak te beslissen de maatregelen heeft genomen die hij passend acht (art. 20 lid 2).1