Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/5.4.2.4
5.4.2.4 Minnelijke regeling ná verlenging?
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS465587:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder andere: OK 29 juni 2005,ARO 2005, 109 (Aesculaap Beheer); OK 4 mei 2006,ARO 2006, 102 (Duo Staal).
OK 20 oktober 2006,ARO 2006, 175 (Dolphin Watercompany). De procedure is beëindigd bij beschikking van 15 november 2006,ARO 2006, 186.
Zie bijvoorbeeld OK 18 november 2008,ARO 2008, 194 (Dyna Music Systems), waarin de geldingsduur van de op 25 mei 2005 getroffen voorzieningen opnieuw met een jaar wordt verlengd.
OK 12 januari 1974,NJ 1974, 292 (m.nt. Wachter in NJ 1974, 293: vervolg op OK 26 april 1972,NJ 1973, 6); OK 29 november 2001, rekestnr. 11/86 OK (De Stefano Delft: vervolg op OK 29 mei 1986,NJ 1988, 98).
Vergelijk: Rb.’s-Gravenhage 17 april 1991, rolnr. 89.7827 (Van den Berg) (bekrachtigd in OK 10 september 1992,NJ1993, 38; beroep in cassatie verworpen in HR 8 december 1993,NJ 1994, 273 (m.nt. Maeijer)); Rb. Arnhem 26 november 1992, rolnr. 1991/93 (Jurgens Assurantiën Nijmegen) (bekrachtigd in OK 23 februari 1995, rolnr. 1292/93); Rb. Utrecht 16 juni 1993, zaaknr./rolnr. 6152/HAZA 91-1789 (Mediselect) (bekrachtigd in OK 27 oktober 1994,NJ 1996, 167); Rb. Amsterdam 28 maart 2001,JOR 2001, 110 (Hoffmann Beheer) (bekrachtigd in OK 10 april 2003, JOR 2003, 144 (m.nt. Bulten)).
157. Ook de verlenging van de geldingsduur van de tijdelijke voorzieningen werpt in verschillende zaken haar vruchten af. Partijen komen alsnog tot een oplossing1, terwijl in de procedure inzake Dolphin Watercompany een oplossing nabij is: op 17 oktober 2006 is de Ondernemingskamer bij brief bericht dat de aandeelhouders doende zijn hun aandelen aan een in die brief nader aangeduide partij te verkopen en dat naar verwachting op zeer korte termijn een koopovereenkomst zal worden ondertekend. De Ondernemingskamer verlengt de geldingsduur van de door haar getroffen voorzieningen daarom met nog een maand.2
In andere procedures slagen de aandeelhouders er ondanks de (herhaalde3) verlenging van de tijdelijke voorzieningen niet in een minnelijke regeling te treffen en duren de conflicten onverminderd voort. Deze omstandigheid brengt de Ondernemingskamer er in enkele gevallen uiteindelijk toe de desbetreffende vennootschappen te ontbinden.4 Een viertal zaken vertoont een ander beeld: partij- en hebben het strijdtoneel verplaatst en zijn een geschillenprocedure op de voet van art. 2: 336 BW gestart. De verschillende geschillenprocedures leiden er toe dat de impasses binnen de vier genoemde vennootschappen worden doorbroken: de gedaagde aandeelhouders zijn allen veroordeeld hun aandelen over te dragen aan de eisende aandeelhouders.5