De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/4.2.7:4.2.7 Samenvatting en conclusies
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/4.2.7
4.2.7 Samenvatting en conclusies
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS386126:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij corporatieve rechtspersonen staat van oorsprong het samenwerkingsverband, de vereniging van personen, voorop. Stichtingen worden van oudsher gezien als niet-corporatieve rechtspersonen, waarbij het doelvermogen en het instellingskarakter voorop staan. Meijers typeerde in 1948 de stichting als volgt: (a) het doel en de organisatie worden door de oprichters vastgesteld; (b) er is geen organisatie van leden; (c) er bestaat geen bevoegdheid van bestuurders om ingrijpende wijzigingen in doel en organisatie aan te brengen; en (d) het doel wordt hoofdzakelijk verwezenlijkt door een daarvoor bestemd kapitaal.
Dit normaaltype stichting dat een belangrijk uitgangspunt was voor het ontwerp van de WS 1956, kenmerkt zich dus doordat de oprichters, die in beginsel buiten de rechtspersoon staan (zij hoeven geen onderdeel uit te maken van de stichtingsorganen of statutaire rechten te krijgen), het stichtingsdoel, de bestemming van het stichtingsvermogen en de regels over beheer van het doelgebonden vermogen vaststellen. Bij corporatieve rechtspersonen bepalen de leden of de aandeelhouders het doel en de organisatie.
In navolging van Meijers werden in het stichtingenrecht materiële kenmerken van de stichting opgenomen, die tegenwoordig nog steeds in de wettelijke omschrijving van de stichting zijn opgenomen: (1) het hebben van een doelgebonden vermogen; (2) het uitkeringsverbod; en (3) het ledenverbod.
Een stichting die niet voldoet aan deze materiële kenmerken kan, op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie, worden ontbonden. Het niet (langer) vallen onder de wettelijke omschrijving van een bepaalde rechtsvorm kan het gevolg zijn van feitelijk functioneren van de rechtspersoon, zijn statutaire inrichting of een combinatie van beiden. Het risico van ontbinding wegens het niet voldoen aan de wettelijke omschrijving is in de praktijk echter “overzienbaar”. Voor zover er al een verzoek tot ontbinding door een belanghebbende of door het openbaar ministerie wordt ingediend, gaat de rechter hiertoe pas over na verloop van een termijn waarbinnen de rechtspersoon alsnog aan de wettelijke eisen kan voldoen. Binnen deze termijn kan de rechtspersoon zijn statuten wijzigen en/of zich omzetten in een rechtspersoon met kenmerken waar hij wel aan voldoet. De rechter kan ook ambtshalve het besluit tot statutenwijziging dat leidde tot de ontbindingsgrond ongedaan maken of de statuten wijzigen om ontbinding te voorkomen.
Materiële kenmerken verschaffen niettemin inzicht in hoe de stichting door de wetgever ten opzichte van andere rechtspersonen gezien wordt. De materiële kenmerken van de stichting vormen daarmee een belangrijk richtsnoer voor de taak en taakopvatting (het handelen) van de raad van toezicht maar ook voor de bevoegdheden die aan de raad van toezicht kunnen worden toebedeeld.
De vraag kan echter gesteld worden of het normaaltype van een stichting van Meijers dat ten grondslag lag aan het algemene stichtingenrecht, in de huidige tijd nog voldoet. Het normaaltype stichting heeft slechts een bestuur; de raad van toezicht is niet geregeld. Anders dan andere rechtspersonen is het subtype “grote stichting” met een verplichte raad van toezicht die bepaalde wettelijke bevoegdheden heeft niet in Boek 2 BW geregeld. De beantwoording van de vraag of het normaaltype nog voldoet en of een subtype grote stichting wettelijk geregeld zou moeten worden, zal in navolgende hoofdstukken aan de orde komen.