Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/6.5.1
6.5.1 Inleiding
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS578726:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Idot 2003, p. 307. Zij wijst op een vrijstellingsbeslissing van de Commissie en een aantal bepalingen in sommige vrijstellingsverordeningen betreffende lijnscheepvaartondememingen. Zij verwijst naar art. 9 lid 4 van Verordening 823/2000 (toepassing van artikel 81, lid 3, van het EG-Verdrag op bepaalde groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen lijnvaartondememingen (consortia), PbEG 2000, L 100/24) en art. 5 van Verordening 2843/1998. Verordening 823/2000 is reeds komen te vervallen als gevolg van de wijzigingen die zijn ingevoerd door Verordening 563/2004. Verordening 2843/1998 is reeds ingetrokken door Verordening 773/2004 (art. 18).
Met 'mediation' en 'conciliation' wordt over het algemeen hetzelfde bedoeld. Zie Sanders 2001, p. 270 en Snijders 2002, p. 484. Snijders wijst op het feit dat conciliatie ook wel als een specifieke variant van de mediatie wordt gezien. Het gebrek aan een heldere omschrijving van beide begrippen is van ondergeschikt belang, nu er (nog) geen rechtsgevolgen aan verbonden zijn.
De Europese Commissie heeft lange tijd een dubbelzinnige houding gehad tegenover de arbitrage. In de inleiding in § 6.1 is reeds gewezen op het feit dat arbitrage werd gezien als een manier van geschillenbeslechting voor ondernemingen die opzettelijk de regels van het Europees mededingingsrecht buiten de deur willen houden. Wantrouwen was de juiste typering voor de houding van de Commissie. Idot wijst op het feit dat dit wantrouwen bij de Commissie nog steeds bestaat.1 Ondanks dit wantrouwen begint de Commissie de laatste tijd de arbitrage als manier van geschillenbeslechting aan te moedigen. Dit onder druk van de positieve houding van het bedrijfsleven ten opzichte van vormen van geschillenbeslechting buiten de overheidsrechter om. De Commissie maakt in dit kader geen verschil tussen arbitrage en andere vormen van alternatieve geschillenbeslechting, zoals mediatie (mediation) en conciliatie (conciliation).2