Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/6.1
6.1. Inleiding
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS578708:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Derains 1997, p. 67 e.v. Staatssteunrecht kan in een arbitrageprocedure ook aan de orde komen.
Steyaert 1997, p. 9. In eigen land wijdt Snijders in zijn preadvies van 1995 voor de Vereniging Bouwrecht 18 pagina's aan het onderwerp arbiters en EU-recht. Zie Snijders 1995, p. 52-69.
Shelkoplyas 2003.
Landolt 2006.
Snijders 1995, p. 54. Geschillen inzake rechten waarover men niet vrij kan beschikken worden over het algemeen als niet-arbitreerbaar beschouwd. Tevens worden geschillen die de openbare orde raken over het algemeen als niet-arbitreerbaar beschouwd. Zie Hanotiau 1997, p. 36 e.v. Zie ook Hanotiau 1997, p. 61.
Hanotiau, 1997, p. 38-44 en p. 61; Snijders 1995, p. 54. Zie bijvoorbeeld het U.S. Supreme Court in de zaak Mitsubishi Motors Corporation v. Soler Chrysler-Plymouth, Inc., 473 U.S. 614, 105 S.Ct. 3346, 87 L.Ed. 2d 444 (1985). Zie ook de bespreking van genoemd arrest door Th.M. de Boer, AA 2003, p. 50-57.
Snijders 1995, p. 54.
Van Houtte 2000, p. 25.
Zie Van Houtte 2000, p. 25 en de daar genoemde voorbeelden in voetnoot 9.
Zie Van Houtte 2000, p. 25 en de daar vermelde voorbeelden in voetnoot 11. Tevens verleende de Commissie alleen vrijstelling op voorwaarde dat het scheidsgerecht niet uit de kring van een der partijen zou worden gekozen, maar waarbij elk der partijen een arbiter kon aanwijzen. Zie Van Houtte 2000, p. 25 en de daar vermelde voorbeelden in voetnoot 10.
In dit hoofdstuk wordt de rol van de arbiter bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht nader onderzocht. Plaats en positie van de arbitrage brengen met zich mee dat de rol van de arbiter bij de toepassing en handhaving van het Europees recht, in het bijzonder het mededingingsrecht, een andere is dan die van de overheidsrechter. De toepassing van het Europees recht in het kader van arbitrage beperkt zich overwegend tot het Europees mededingingsrecht.1
Binnen de (internationale) arbitragewereld is de belangstelling voor de relatie tussen arbitrage en Europees recht reeds enige tijd gewekt.2 Shelkoplyas heeft aan dit onderwerp zelfs een omvangrijke dissertatie gewijd.3 Landolt heeft een omvangrijk boek geschreven over 'Modernised EC Competition Law in International Arbitration'.4 In het buitenland is in het verleden nogal eens een probleem gemaakt van de arbitrabiliteit van Eu-rechtelijk gekleurde zaken.5 De rechtspraak in landen zoals de Verenigde Staten, Frankrijk en Zwitserland toont echter een steeds grotere acceptatie van de arbitreerbaarheid van zaken die de openbare orde raken.6 'Deze ontwikkeling laat zich wellicht het beste aldus aanduiden dat arbitrage wel niet toelaatbaar moge zijn voor zaken van openbare orde, maar dat arbitrage wel toelaatbaar moet zijn voor zaken waar de openbare orde (recht van openbare orde) mee is gemoeid (...)', aldus Snijders.7
Het Europees recht heeft lange tijd arbitrage gezien als middel om onrechtmatige kartels in stand te houden.8 Dat ging zelfs zo ver dat groepsvrijstellingen werden ingetrokken indien de arbitrale uitspraak een geschil over een overeenkomst op een de Commissie onwelgevallige manier zou beslechten.9 Tevens werd door de Commissie in enkele gevallen de voorwaarde gesteld dat elke arbitrage-uitspraak over de vrijgestelde overeenkomst ter verificatie aan de Commissie werd meegedeeld.10 Partijen konden mededingingsbeperkingen handhaven door de naleving van hun afspraken aan arbitrage te onderwerpen.
Bij niet-contractuele zaken waarbij het mededingingsrecht is geschonden, ligt een keuze voor arbitrage minder snel voor de hand, nu de laedens moet instemmen met het aanbod tot arbitrage. De rechtsmacht van arbiters zal op grond van een arbitrageovereenkomst gevestigd moeten zijn. Dit zal in de praktijk minder vaak voorkomen. De gelaedeerde zal veelal direct naar de overheidsrechter stappen. Partijen kunnen er natuurlijk wel expliciet voor kiezen hun niet-contractuele geschil door arbiters te laten beslechten.
Bij contractuele zaken vervullen arbiters daarentegen een zeer belangrijke rol. Zeker bij internationale overeenkomsten is de arbitrage van groot belang. Samenwerkingsovereenkomsten, licentieovereenkomsten en distributieovereenkomsten bevatten vaak een arbitrageclausule. Deze overeenkomsten kunnen á snel, hoewel dat het doel van de verschillende bepalingen niet altijd hoeft te zijn, strijdig zijn met het Europees mededingingsrecht. Indien dan een geschil ontstaat, zal (zullen) de arbiter(s) moeten oordelen over de desbetreffende overeenkomst en over de eventuele mededingingsrechtelijke aspecten daarvan. Een voorbeeld kan dit illustreren. Partij A en partij B sluiten met elkaar een overeenkomst die tevens een arbitrageclausule bevat. B komt de verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst niet na. Partij A vordert van B nakoming van de overeenkomst. B doet een beroep op de nietigheid van de overeenkomst wegens strijd met artikel 81 lid 1 EG. Een arbitrageprocedure volgt. Rust op arbiters de plicht om Europees recht toe te passen? Wat is de rol van de arbiter bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht? Het zijn de vragen die in dit hoofdstuk aan bod komen.