Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/3.3:3.3 Molkenboer q.q. en Buijsrogge q.qJOntvanger: verrekening door de fiscus door gebruikmaking van het fiscale opvorderingsrecht
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/3.3
3.3 Molkenboer q.q. en Buijsrogge q.qJOntvanger: verrekening door de fiscus door gebruikmaking van het fiscale opvorderingsrecht
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS612050:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze zaak vorderden curatoren van Bouwbank Stok B.V. van de ontvanger een bedrag terug wegens te veel betaalde omzetbelasting. De ontvanger deed echter, via de regeling van artikel 7 Iw 1845,1 een beroep op verrekening met ten laste van Bouwbank Stok openstaande gemeentelijke onroerende zaakbelasting.2 De rechtbank stelde in kort geding vast dat op grond van artikel 7 Iw 1845, welke bepaling mede van toepassing was op de invordering van gemeentelijke onroerende zaakbelasting, iedere houder van aan een gefailleerde belastingplichtige toekomende gelden uit eigen beweging die gelden kan aanwenden tot voldoening van een belastingschuld van de betrokkene. Naar het voorlopige oordeel van de rechtbank is daarom de ontvanger, als houder van de door de gefailleerde c.q. de boedel teveel betaalde rijksbelasting (in dit geval omzetbelasting) bevoegd met die gelden de verschuldigde gemeentelijke onroerende zaakbelasting te voldoen, terwijl volgens de rechtbank gesteld noch gebleken is dat (boedel)schulden van hogere rang dan de gemeentelijke onroerend goed belasting aan voldoening van deze schulden door de ontvanger in de weg staan.
Deze casus zal onder de Iw 1990 tot een andere uitkomst leiden. De regeling van artikel 24 Iw 1990 zal dan niet van toepassing zijn, aangezien sprake is van een faillissement van de belastingplichtige. In dat geval moet worden teruggevallen op de verrekeningsbepalingen uit de Fw.3 Die gaan uit van het vereiste van wederkering schuldenaarschap.4 Daaraan is in casu niet voldaan. De ontvanger wil immers de terug te geven omzetbelasting verrekenen met een gemeentelijke belastingschuld. Het ligt ook niet in de rede dat de ontvanger een beroep kan doen op de regeling van artikel 19 lid 3 Iw 1990, die eenzelfde effect zou kunnen bewerkstelligen als artikel 7 Iw 1845. Dit zou naar mijn mening strijdig zijn met het gesloten systeem van verrekening onder de Iw 1990.