Einde inhoudsopgave
Belastingheffing over particulierpensioen en overheidspensioen in grensoverschrijdende situaties (FM nr. 144) 2015/5.1
5.1 OESO-rapport uit 2003
dr. B. Starink, datum 01-02-2015
- Datum
01-02-2015
- Auteur
dr. B. Starink
- JCDI
JCDI:ADS345670:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Loonbelasting / Pensioenregeling
Voetnoten
Voetnoten
Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011, Kamerstukken II 2010/11, 25087, nr. 7, p. 25.
Enkele van deze punten komen tevens aan de orde in C. Bobbett en J.F. Avery Jones, Treaty issues related to the treatment of cross-border pension contributions and benefits, Bulletin for International Fiscal Documentation 2004, p. 9 e.v. alsmede in J.F. Avery Jones, The OECD discussion draft on Tax treaty issues arising from cross-border pensions, Bulletin for International Fiscal Documentation 2004, p. 181 e.v.
Het OESO-modelverdrag dient als voorbeeld voor de door Nederland gesloten belastingverdragen.1 De historische ontwikkeling van het OESO-modelverdrag komt overigens uitgebreid aan bod in hoofdstuk 6.
Al vanaf het eerste OESO-modelverdrag van 1963 tot en met de meest recente versie van 2008, is een woonlandheffing over particulierpensioen opgenomen in artikel 18 en een bronlandheffing over overheidspensioen in artikel 19, tweede lid van de desbetreffende OESO-modelverdragen. Omdat het Nederlands fiscaal verdragsbeleid op het OESO-modelverdrag is gebaseerd, wordt ook in veel van de door Nederland gesloten verdragen deze verdeling gehanteerd. Pas in 2003 verscheen een uitgebreid rapport van de OESO over pensioenen, getiteld Tax treaty issues arising from cross-border pensions. De OESO constateerde dat door het grote internationale verschil in pensioensystemen en fiscale systemen, de vergrijzing, toenemende mobiliteit van werknemers en de mondialisering van de economie, het belang van de fiscale aspecten van grensoverschrijdende pensioenen enorm is toegenomen. Het doel van dit rapport is dan ook om discussie te voeren met het veld over hoe het OESO-modelverdrag meer sturing kan geven aan de problematiek rondom grensoverschrijdende pensioenen. Het rapport gaat over zowel de opbouw- als de uitkeringsfase van pensioen. Omdat de opbouwfase geen onderdeel uitmaakt van dit onderzoek, blijven de zaken die daar betrekking op hebben buiten beschouwing.
Het rapport bespreekt mogelijke oplossingen voor de volgende knelpunten:
een situatie van dubbele belastingheffing indien het bronland het TEE-systeem hanteert en het woonland het EET-systeem en vice versa;
het vermeende verlies aan belastinginkomsten voor het bronland bij woonlandheffing over pensioenuitkeringen.
Als oplossing wordt een viertal mogelijkheden voor de verdeling van heffingsrechten over pensioenuitkeringen aangedragen:
het hanteren van een exclusieve bronlandheffing;
het hanteren van een niet-exclusieve bronlandheffing;
het hanteren van een beperkte bronlandheffing;
het hanteren van een voorwaardelijke bronlandheffing, afhankelijk van de mate van belastingheffing in het woonland.
In het rapport worden evenwel een aantal overwegingen gegeven bij het niet hanteren van een exclusieve woonlandheffing, te weten:2
Het woonland is beter in staat het pensioen te belasten omdat deze rekening kan houden met het wereldwijde inkomen en de werkelijke draagkracht (ability to pay). Als het bronland een exclusief heffingsrecht heeft, kan de situatie ontstaan dat de belastingplichtige te veel belasting betaalt omdat geen rekening kan worden gehouden met persoonlijke aftrekposten et cetera. Dit kan worden opgelost doordat het bronland via de internationale uitwisseling van gegevens rekening kan houden met dergelijke draagkrachtbeïnvloedende elementen dan wel dat voor het bepalen van het tarief van de bronlandheffing rekening wordt gehouden met de aftrekposten.
Enige mate van bronlandheffing is complicerend indien het pensioen is opgebouwd gedurende dienstbetrekkingen in meerdere landen dan wel indien het pensioen is opgebouwd bij een pensioenfonds dat niet in het voormalige werkland is gevestigd. Het oplossen van de complicerende factoren is administratief zeer lastig, zeker indien in meerdere landen pensioen is opgebouwd.
Exclusieve woonlandheffing zorgt ervoor dat een belastingplichtige zich slechts aan één fiscaal regime hoeft te onderwerpen.
De OESO noemt in het rapport een groot aantal nadelen van het niet-hanteren van exclusieve woonlandheffing over particulierpensioen. Uiteindelijk is er in artikel 18 OESO-modelverdrag dan ook nog steeds sprake van exclusieve woonlandheffing. Bij een gedeelde heffing kan overigens alsnog (deels) rekening worden gehouden met de draagkrachtbeïnvloedende elementen en wordt tevens (deels) rekening gehouden met de correlatie tussen de mate van pensioenopbouw en de mate van belastingheffing in het bronland. Daarover later meer.
Naast het OESO-modelverdrag wordt het Nederlands fiscaal verdragsbeleid met name inzichtelijk omdat er verschillende notities van de regering zijn verschenen over het gehanteerde verdragsbeleid. Deze notities komen hierna aan bod. In onderdeel 6.2.2.7 komt het OESO-rapport uit 2003 overigens tevens aan de orde.