Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/6.2.4
6.2.4 Het registerstelsel van de Loi du 9 Messidor an III (1795)
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS415970:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3 regelde de inschrijving van pandaktes. Art. 223 regelde de inschrijving van de aktes van overdracht. Onder meer in Desenne, Code general francais, XIV (1820), p. 338 e.v. Niet volledig in Grenier, Traite des hypotheques II (1824), p. 481 e.v.
De schuldeiser kon dit verlangen op grond van art. 32 en in het geval van overdracht was de schuldenaar dit verplicht op grond van art. 99.
Art. 22.
Art. 15.
Besson 1891, p. 86.
Art. 26.
Art. 226 e.v.
Art. 19.
Art. 26. Vgl. §4.4.2.1 en §4.4.2.2.
Art. 22.
Art. 16.
Vgl. Koops 2010, p. 189.
Loi du 28 vendémaire an V, in: Desenne XIV, p. 375. De wetten die de inwerkingtreding hebben uitgesteld, zijn te vinden in Desenne XIV, p. 373 e.v.
Moniteur XX, nr. 235 (an II), p. 462 e.v.
Moniteur XXIV, nr. 230 (an III), p. 396.
Moniteur XXIV, nr. 260, p. 622; Fenet 1836, XV, p. 487; Besson 1891, p. 90 ; Sagnac 1971, p. 207; Bart 1998, p. 502.
De Loi du 9 Messidor an III (27 juni 1795) bepaalde dat alle aktes aangaande de koop of verpanding van onroerende zaken in de daarvoor ingestelde openbare registers moesten worden ingeschreven.1 Bovendien moest een schuldenaar die een pandrecht wilde vestigen of een onroerende zaak wilde vervreemden een zogenaamde declaration foncière afgeven.2 Dit was een door een notaris opgestelde akte met een vastomlijnde inhoud.3 Naast de personalia van de schuldenaar bevatte zij een uitvoerige beschrijving van alle onroerende zaken die de schuldenaar in het betreffende district had liggen.4 Zo moest de schuldenaar aangeven wat zij waard waren, of zij opbrengst genereerden en op welke manier hij ze had verkregen.5 Vervolgens moest deze akte in verschillende registers worden ingeschreven.6 In beginsel waren alle registers voor het publiek toegankelijk.7
Elk ingeschreven pandrecht gold als een generaal pandrecht, ook als partijen daar niets over hadden afgesproken.8 Het omvatte alle bestaande en toekomstige onroerende zaken die waren gelegen in de plaats waarin de pandakte was ingeschreven.9 Het moment van inschrijving bepaalde de rangorde.10 De inschrijving diende een omschrijving van de verzekerde vordering te bevatten.11 Vanwege de publiciteit van het pandrecht bevatte de wet niet een bepaling over het voorrecht van uitwinning.12 Kennelijk vond de wetgever dat derden voldoende tegen zekerheidsrechten werden beschermd door publiciteit.
De Loi du 9 Messidor an III is nooit in werking getreden. De inwerkingtreding is een aantal keren uitgesteld en uiteindelijk is zij voor onbepaalde tijd opgeschort in 1796.13 De reden waarom de wet het niet heeft gehaald, is niet dat men grote bezwaren had tegen het voorgestelde registerstelsel. De bezwaren tegen de wet waren op een ander onderdeel gericht. De Loi du 9 Messidor an III bevatte namelijk een rechtsfiguur met de benaming ‘l’hypothèque sur soi-même’. Deze rechtsfiguur stelde een schuldenaar in staat om obligaties uit te geven met zijn onroerende zaken als onderpand. De schuldenaar kreeg met andere woorden een verzekerde vordering op zichzelf die hij kon overdragen door de obligatie over te dragen.14 Jean-Joseph Johannot, lid van de commissie voor financiën, schreef: ‘Ces cédules ouvriront à l’agriculture, au commerce et aux manufacteurs, de nouvelles sources de régénération et de prosperité. C’est un moyen de réparer l’épuisement que a suivi les crises révolutionnaires.’15 Deze afdeling zou niet alleen gelden voor burgers, maar ook voor de staat. De angst dat de staatsschuld teveel zou oplopen, heeft er mede toe geleid dat de inwerkingtreding van de wet telkens is uitgesteld.16
In de tussentijd was in 1795 een nieuwe Franse Grondwet aangenomen en was de Convention nationale vervangen door een parlement dat bestond uit twee kamers, de Conseil des Cinq-Cents en le Conseil des Anciens. Een prominent lid van de Conseil des Cinq-Cents, Aaron Jean François Crassous, heeft een ontwerp geschreven dat uiteindelijk heeft geleid tot de Loi du 11 Brumaire an VII (1798).