De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties
Einde inhoudsopgave
De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties (FM nr. 182) 2024/3.3.2:3.3.2 Samenwerkingsmotieven voor non-profitorganisaties
De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties (FM nr. 182) 2024/3.3.2
3.3.2 Samenwerkingsmotieven voor non-profitorganisaties
Documentgegevens:
M.M.F.J. van Bakel, datum 15-06-2024
- Datum
15-06-2024
- Auteur
M.M.F.J. van Bakel
- JCDI
JCDI:ADS975590:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Algemene Rekenkamer heeft in 2008 onderzoek verricht naar de praktijk van samenwerkingsverbanden van onderwijsinstellingen, woningcorporaties en zorginstellingen.1 Volgens de Algemene Rekenkamer zijn de motieven waarom organisaties in deze sectoren samenwerkingen aangaan onder te verdelen in financieel, strategisch en inhoudelijk. Voorbeelden van financiële motieven die de Algemene Rekenkamer noemt zijn het betalen van minder vennootschapsbelasting of btw, betere dienstverlening door inbreng van additioneel kapitaal en het spreiden van risico’s. Strategische motieven zijn bijvoorbeeld het veiligstellen van marktaandeel in een bepaalde regio en het bieden van tegenwicht aan commerciële aanbieders. Als inhoudelijk motief noemt het rapport de wens van organisaties om een keten van samenhangende zorgvoorzieningen aan te bieden of wonen en zorg beter op elkaar af te stemmen. Dit betreft dan de situatie waarbij een woningcorporaties het vastgoed exploiteert en de zorginstelling de zorg levert. Als inhoudelijke motieven binnen het onderwijs kan worden gedacht aan het stimuleren van de toegankelijkheid van onderwijsvoorzieningen of een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.2 Naast deze motieven zijn samenwerkingsverbanden een uitdrukking van de realiteit waarin markt, overheid en maatschappij met elkaar verweven zijn geraakt: non-profitorganisaties werken samen met andere (non-profit of profit) partijen om zo het beste van twee werelden te verenigen ten behoeve van een gedeeld belang.3 Dit motief komt ook sterk tot uitdrukking bij PPS, waarbij bewust wordt gekozen voor een samenwerking ‘er tussen in’, bijvoorbeeld als reactie op overheidsfalen.4