Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/9.2.2
9.2.2 Eenmanszaak, contractuele samenwerkingsverbanden en personenvennootschappen
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180252:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 3:15i lid 2 BW j° artikel 2:10 lid 2 BW, zie paragraaf 5.2.1.
Het is wel mogelijk dat bijzondere wetgeving een eenmanszaak hiertoe verplicht.
Ambtelijk voorontwerp Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de modernisering van de regeling omtrent personenvennootschappen (Wet modernisering personenvennootschappen).
De verplichting van het voorgestelde artikel 806 is qua terminologie een combinatie van artikel 2:10 lid 2 BW en (voor de besloten vennootschap) artikel 2:210 BW.
Voor de eenmanszaak bestaat naast de verplichting om een balans en een staat van baten en lasten te maken1 geen algemene civielrechtelijke verplichting een jaarrekening op te maken.2
Ook voor contractuele samenwerkingsverbanden geldt dat er geen algemene civielrechtelijke jaarrekeningplicht bestaat. Wel kan het zijn dat het samenwerkingscontract een verplichting bevat voor het samenwerkingsverband een jaarrekening op te maken. Bovendien bevat artikel 2:360 lid 2 BW een uitzondering voor de vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap waarvan alle vennoten die aansprakelijk zijn voor de schulden, kapitaalvennootschappen naar buitenlands recht zijn. In dat geval is Titel 9 Boek 2 BW voor de vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap wel van toepassing. Daaruit kan worden afgeleid dat voor die vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen wel een verplichting geldt een jaarrekening op te maken.
In het voorstel voor een nieuwe Titel 7.13 BW dat tot en met 31 mei 2019 ter consultatie voorlag,3 is in artikel 806 lid 3 opgenomen dat de balans en de staat van baten en lasten, jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar moeten worden opgemaakt en op papier gesteld, met de mogelijkheid van verlenging met ten hoogste vier maanden4 en binnen een redelijke termijn na het opmaken ervan ter vaststelling aan de vennoten worden voorgelegd. In het voorgestelde artikel 806 komt de term jaarrekening niet voor.