Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/6.2.2
6.2.2 Natuurbeschermingswet 1998
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS359695:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Concept-MvT bij het ontwerp Wnb, p. 37-38.
Kamerstukken II 1993/94, 23 580, nrs. 1-3.
Kamerstukken II 1996/97, 23 580, nr. 11.
Nr. SG(2000)D107813.
Wet van 20 januari 2005 tot wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 in verband met Europeesrechtelijke verplichtingen (Stb. 2005, 195).
Zaak C-441/03 (Commissie tegen Nederland).
Wet van 29 december 2008, houdende wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 in verband met de regulering van bestaand gebruik en enkele andere zaken (Stb. 2009, 18).
Concept-MvT bij het ontwerp Wnb, p. 37-38. Zie ook Backes & Van den Broek, Gebiedsbescherming eindelijk geboden 2005.
Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand ( PbEU 2010, L 20/7).
Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992 L 206/7).
Art. 15a lid 1 Nb-wet 1998.
Art. 15a lid 2 Nb-wet 1998.
Art. 27 e.v. Nb-wet 1998.
Kamerstukken II 1993/94, 23
Kamerstukken II 2001/02, 28
Kamerstukken II 1993/94, 23580, nr. 3, blz. 51.171, nr. 1-2 (art. I, onderdeel R).580, nr. 3, blz. 51 e.v..
De Natuurbeschermingswet 1998 bestaat uit de in overzicht 6.1 genoemde hoofdstukken.
I. Inleidende bepalingen
V. Internationale verplichtingen
IX. Omgevingsvergunning
II. Natuurbeleidsplan
VI. Schadevergoeding
X. Toezicht
III. Beschermde gebieden
VIL Beroep en registratie
XI. Slot- en overgangsbepalingen
IV. Beschermde landschapsgezichten
VIII. Procedure vergunningverlening
De Natuurbeschermingswet 1998 is volledig in werking getreden op 1 oktober 2005.
De concept-MvT bij het ontwerp Wnb1 schetst de lange voorgeschiedenis en gefaseerde inwerkingtreding als volgt. Op 14 januari 1994 werd een wetsvoorstel aanhangig gemaakt2 dat heeft geresulteerd in de Natuurbeschermingswet 1998. Met het instrumentarium inzake de aanwijzing van natuurmonumenten en de daaraan gekoppelde rechtsgevolgen (vergunningplicht, beheerplannen) voorzag deze wet, aldus het toenmalige kabinet, ook in de gewenste basis voor implementatie van de Habitatrichtlijn (HR). Dit tezamen met ander bestaand wettelijk instrumentarium, met name de toenmalige Wet op de ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. Het bestendig beleid was om de bescherming van gebieden die worden aangewezen op grond van internationale verplichtingen, te regelen met toepassing van het bestaande wettelijke instrumentarium. Waar nodig zouden Habitatgebieden worden aangewezen als beschermde natuurmonumenten.3 Er was daardoor geen wettelijk onderscheid tussen gebieden van Europees belang en gebieden van nationaal belang. Naar aanleiding van een ingebrekestelling van 24 oktober 2000 door de Europese Commissie4 inzake een onvolkomen implementatie van de HR moest de wet, alvorens zij verder in werking kon worden gesteld, worden aangepast. De totstandkoming van de wijzigingswet5 heeft geruime tijd gevergd als gevolg waarvan de Natuurbeschermingswet 1998 pas op 1 oktober 2005 volledig in werking getreden. Op dat moment is ook de toen nog vigerende eerdere Natuurbeschermingswet ingetrokken. De noodzaak voor deze wetswijziging werd onderstreept door het arrest van 14 april 2005 van het Europese Hof van Justitie, waarin het hof vaststelde dat de toen in Nederland geldende wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen een onvoldoende en deels onjuiste omzetting van de Vogel- en Habitatrichtlijnen omvatten.6 Later werd de aansluiting van de Natuurbeschermingswet 1998 op de HR nog iets verbeterd.7 Aanleiding was het feit dat door de Europese Commissie was geconstateerd dat Natura 2000-gebieden die wel al op de lijst van gebieden van communautair belang waren geplaatst, maar nog niet naar nationaal recht waren aangewezen, niet overeenkomstig artikel 4 lid 5 HR wettelijk waren beschermd door bepalingen die toepassing geven aan artikel 6 lid 2 en 3 HR. De op dit punt doorgevoerde wetswijziging was voor de Commissie aanleiding om de inmiddels gestarte inbreukprocedure te beëindigen.8
Daarmee kwam er volgens de regering in het stelsel van de natuurwetgeving voor het eerst een onderscheid tussen gebieden, aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn9 en de Habitatrichtlijn,10 en andere gebieden.11 Eerder aangewezen gebieden die ook ter uitvoering van de richtlijnen moesten worden beschermd, waren niet langer een beschermd natuurmonument, maar een Natura 2000-gebied, met een separaat beschermings-regime.12 Van de 189 gebieden die vroeger waren aangewezen als beschermd natuurmonument op basis van nationaal beleid, zijn 125 gebieden onderdeel geworden van het Europese Natura 2000-netwerk. De regimes voor de nationale natuurmonumenten en voor Europese Natura 2000-gebieden vormen het hoofdonderwerp van de wet, en zijn opgenomen in hoofdstuk III van de Natuurbeschermingswet 1998. De kern van de beschermingsregimes bestaat uit een vergunningensysteem voor mogelijk schadelijke activiteiten en - bij Natura 2000 - het beheerplan waarin de voor de gebieden noodzakelijke instandhoudingsmaatregelen zijn uitgewerkt. Voor de vergunningverlening zijn Gedeputeerde Staten van de provincies over het algemeen bevoegd gezag; dat geldt ook voor de beheerplannen, voor zover deze geen betrekking hebben op gebieden die onder de verantwoordelijkheid van het Rijk worden beheerd. Bij latere wijzigingen werd dit regime verder gedifferentieerd. Verder kent de wet een summier regime voor de bescherming van gebieden ter uitvoering van internationale verplichtingen.13 Dat was oorspronkelijk onder meer bedoeld als basis voor de uitvoering van de Habitatrichtlijn.14 Na de totstandkoming van een specifieke regeling in de wet voor de bescherming van Natura 2000-ge-bieden is het oude regime zonder nadere toelichting gehandhaafd, onder uitsluiting van de Natura 2000-gebieden.15 Tevens voorziet de wet in de planologische bescherming van door de provincies daartoe aangewezen landschapsgezichten,16 in het bijzonder vanwege hun cultuurhistorische betekenis.17 Aan dit regime is nooit uitvoering gegeven. Bescherming van landschapsgezichten geschiedt door inzet van het reguliere instrumentarium van de Wet ruimtelijke ordening.