Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.5.7.1
2.5.7.1 De constructie van de trust op hoofdlijnen
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS585712:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Underhill & Hayton 2010, nr. 1.1 sub (1); dit is (vrijwel) de klassieke omschrijving van Sir Arthur Underhill (1850-1939), zie Thomas & Hudson 2010, nr. 1.05. Deze laatsten, nr. 1.01 stellen voorts dat trust in essentie is ‘the imposition of an equitable obligation on a person who is the legal owner of a property (a trustee) which requires that person to act in good conscience when dealing with that property in favour of any person (the beneficiary) who has a beneficial interest recognized by equity in the property.’
Underhill & Hayton 2010, nr. 1.3; in dezelfde zin: Thomas & Hudson 2010, nr. 1.10, 1.66 en 1.67.
Vgl. de Wet giraal effectenverkeer, die uitgaat van een wezenlijk andere constructie. Effecten op naam kunnen aan Euroclear Nederland worden geleverd (art. 35 sub b Wge) en in het desbetreffende register op naam van Euroclear Nederland worden gezet (art. 8b Wge), en Euroclear Nederland heeft een zekere beschikkingsbevoegdheid over deze tot het girodepot behorende effecten (levering bij uitlevering, art. 45 Wge), maar de deelgenoten zijn juridisch (goederenrechtelijk) rechthebbende van die effecten.
Underhill & Hayton 2010, nr. 1.1 sub (2) en nr. 81.1 sub (1).
Underhill & Hayton 2010, nr. 81.1 sub (5); Aertsen 2004, p. 44 en 207/208. Deze vorm van subrogatie is in het Nederlandse recht (art. 6:150 e.v. BW) onbekend. Voor een vergelijking tussen Engelse en Nederlandse subrogatie, zie Wibier 2009, nr. 36 e.v. Er zijn enkele uitzonderlijke gevallen waarin een schuldeiser anders dan door subrogation verhaal op trustgoederen kan nemen; zie Aertsen 2004, p. 42/43. Enigszins vergelijkbaar met het hier bedoelde geval van subrogation is art. 7:421 BW (middellijke vertegenwoordiging). Bij toepassing van die wetsbepaling mag het vorderingsrecht van de tussenpersoon jegens de principaal worden uitgeoefend door de schuldeiser van de tussenpersoon. Vgl. ook de Franse action oblique, zie 2.2.2.2.
Aertsen 2004, p. 213
Underhill & Hayton 2010, nr. 1.1 sub (11). Ook de hierboven bedoelde lien van de trustee wordt als een beneficial interest omschreven; zie Underhill & Hayton 2010, nr. 81.1 sub (2).
Underhill & Hayton 2010, nr. 1.20.
Economische eigendom is niet meer dan een samenvattende benaming zonder zelfstandige betekenis van de rechtsverhouding tussen partijen die deze in het leven hebben geroepen, aldus HR 3 november 2006, JOR 2007/76, NJ 2007/155(Nebula).
Aertsen 2004, p. 92.
Underhill & Hayton 2010, nr. 1.1 sub (3).
Underhill & Hayton 2010, nr. 73.1 en 73.2.
De vermogensscheiding bij de trust blijkt uit deze omschrijving van David Hayton:1
A trust is an equitable obligation, binding a person (called a trustee) to deal with property (called trust property) owned by him as a separate fund, distinct from his own private property, for the benefit of persons (called beneficiaries) of whom he may himself be one, and any one of whom may enforce the obligation.
De trustee is juridisch rechthebbende op de trustgoederen. Trusteeship is ownership-management, not agency-management or bailee-management.2
De trustgoederen staan op naam van de trustee en die is daarover beschikkingsbevoegd.3 De trustgoederen vallen niet in het persoonlijk vermogen van de trustee, maar in een afgescheiden vermogen (a separate fund). Privéschuldeisers van de trustee kunnen zich niet op de trustgoederen verhalen, omdat de beneficial interest van de begunstigden (beneficiaries) zich daartegen verzet. Op de trustgoederen rust een lien ten gunste van de trustee, op basis waarvan hij bevoegd is de schulden die hij als trustee maakt op de trustgoederen te verhalen.4 Dit verhaalsrecht van de trustee is verbonden met de trustgoederen. Schuldeisers van de trustee als zodanig (de trustschuldeisers) kunnen daarvan profiteren. De trustee is primair in zijn persoonlijke vermogen aansprakelijk voor trustschulden, maar de schuldeiser die aantoont dat de schuld die de trustee aan hem heeft onder de reikwijdte van de lien van de trustee valt, kan in de plaats van de trustee treden (subrogation) en zich rechtstreeks op de trustgoederen verhalen.5 Begaat de trustee een onrechtmatige daad, dan is de schade niet rechtstreeks verhaalbaar op de trustgoederen, maar als de fout van de trustee geen schending oplevert van zijn verplichtingen als trustee, kan hij de schadevergoeding verhalen op de trustgoederen of rechtstreeks daaruit voldoen. Ook schade wegens fouten van hulppersonen waarvoor de trustee risicoaansprakelijkheid draagt, kan door de benadeelde in beginsel slechts op het privévermogen van de trustee worden verhaald.6
In de van oudsher gebruikte terminologie heeft de trustee de legal interest in de trustgoederen. De begunstigden hebben de beneficial interest.7 Zoals aangegeven in het bovenstaande citaat is trust een (equitable) obligation. De verbintenis tussen trustee en begunstigden kan, maar hoeft niet voort te vloeien uit een overeenkomst (contract).8 De actiefzijde van deze verbintenis kan worden getypeerd als een vorderingsrecht. Anders dan (normaal gesproken) bij economische eigendom naar Nederlands recht,9 is bij de trust sprake van vermogensscheiding. Deze strekt bij de trust primair ten gunste van de begunstigden. Dit kan aldus worden uitgedrukt, dat de verbintenissen van de trustee jegens de begunstigden, uit hoofde van de beneficial interest, tot het afgescheiden vermogen behoren. Dit laat onverlet dat aanspraken van de (overige) trustschuldeisers voorgaan boven die van de begunstigden. Dit volgt uit de inhoud van de beneficial interest: dit is een oninbaar vorderingsrecht met een residueel karakter. Levering ervan geschiedt niet volgens de leveringsvoorschriften die voor de onderliggende trustgoederen gelden.10
Wordt de trustee vervangen, dan eindigt zijn persoonlijke aansprakelijkheid voor trustschulden niet. Wel blijft zijn lien rusten op de trustgoederen die op een opvolgend trustee overgaan.11 Ook de beneficial interest van de begunstigden in de trustgoederen blijft in stand. Voor de overgang van de trustgoederen op de nieuwe trustee (vesting of trust property in the new trustee) bestaan verschillende manieren. Dit kan door (1) levering op de normale, voor het desbetreffende goed geldende wijze, (2) in bepaalde gevallen door een vesting declaration opgenomen in een akte waarbij de nieuwe trustee wordt benoemd of aan de oude trustee kwijting wordt verleend of (3) een vesting order van een bevoegde rechtbank.12