De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.4.2:15.4.2 Corporate governance
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.4.2
15.4.2 Corporate governance
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS370030:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Consob verwijst naar het ESME-rapport 17 november 2008 waarin ESME suggesties deed voor meer guidance bij de uitleg van het begrip acting in concert, zie uitgebreid Beckers 2009-2, p. 272- 274.
Idem naar aanleiding van de Nederlandse regels Snoeijer/Schreuder 2012, p. 157-158.
Zie nader De Brauw 2014, p. 186-187; Abma 2007, p. 141 en Verdam 2006, p. 71.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het voorgaande kwam al aan de orde dat de acting in concert-regels een spanningsveld creëren voor aandeelhouders die zich gezamenlijk inzetten voor verbetering van de corporate governance van de vennootschap (§ 2.4 en 7.4.3). Denkbaar is dat corporate governance-gerelateerde samenwerking om die reden wordt uitgezonderd van een biedplicht.
Mij is geen voorbeeld bekend van een buitenlandse regeling waarin dit via een vrijstelling wordt gedaan. Het dichtst in de buurt komt de reeds herhaaldelijk aan de orde gekomen ESMA white list, waarin wordt beoogd aan de hand van een lijst met weerlegbare vermoedens meer duidelijkheid te bieden aan institutionele beleggers die willen samenwerken rond corporate governance-issues (§ 3.6 en § 7.4.3.3 sub I). Eerder al had de Italiaanse toezichthouder Consob om dezelfde reden een lijst opgesteld met gevallen die op zichzelf geen acting in concert vormen (§ 5.6.2.1).1
Naar mijn mening zou een vrijstelling voor corporate governance-gerelateerde samenwerking ook onwenselijk zijn. Dit soort samenwerking valt moeilijk af te bakenen.2 Van een vastomlijnd, voor de praktijk bruikbaar criterium is geen sprake (§ 7.4.3.3 sub II.iii). Ook als men het begrip corporate governance niet gebruikt, maar een lijst met negatieve vermoedens opstelt bestaat snel discussie over de keuze voor de specifieke onderwerpen. Daarbij komt dat activistische aandeelhouders soms bewust kiezen voor de “wolf in schaapskleren-tactiek”; zij attaqueren corporate governancedoelen bij wijze van moral high ground in de hoop stemadviseurs en/of institutionele beleggers mee te krijgen om achterliggende financiële of strategische doelen te bereiken.3
In plaats van een vrijstelling of een onweerlegbaar vermoeden dat in dit soort gevallen geen sprake is van onderling overleg, hetgeen feitelijk op hetzelfde neerkomt (§ 11.4.4.2), heeft het mijn voorkeur om bij de invulling van de controle rekening te houden met de verschillende betrokken belangen, waaronder het algemene belang bij een goede corporate governance (§ 7.4.3.3).