De prioriteitsregel in het vermogensrecht
Einde inhoudsopgave
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/1.2:1.2 Verantwoording en opzet van dit onderzoek
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/1.2
1.2 Verantwoording en opzet van dit onderzoek
Documentgegevens:
mr. L.M. de Hoog, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. L.M. de Hoog
- JCDI
JCDI:ADS384648:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Overigens moet worden opgemerkt dat binnen het gewest allerminst sprake was rechtseenheid. Zo was er niet alleen gewoonterecht, maar ook diverse wetgeving van overheidswege die slechts rechtskracht had binnen een stad. Waar dit van belang is, zal hieraan aandacht worden besteed.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deel I
Het eerste deel van het onderzoek is gericht op de in het Romeinse recht gelegen herkomst van de prioriteitsregel. Een belangrijke opmerking ter zake van het Romeinsrechtelijke hoofdstuk is dat het Corpus Iuris uitsluitend is bestudeerd voor zover deze rechtsbron van invloed is geweest op het moderne Nederlandse recht. Onder Romeins recht wordt om die reden niet verstaan het klassieke Romeinse recht, maar het gerecipieerde Romeinse recht dat als ius commune van Europa subsidiaire rechtskracht heeft gehad. In belangrijke mate is in dit kader uit het werk van de Pandektisten geput, omdat deze ‘wetenschappelijke benadering van het Romeinse recht’ ten grondslag ligt aan het Duitse Bürgerliches Gesetzbuch dat op zijn beurt het huidige Nederlandse wetboek heeft beïnvloed. Daarmee beantwoordt de bestudering van het Romeinse recht in deze vorm aan het doel om het Nederlandse recht vanuit zijn oorsprong te kunnen verklaren.
Op het Romeinsrechtelijke hoofdstuk volgt met de hoofdstukken 2, 3 en 4 een studie naar de ontwikkeling die de prior-temporeregel heeft doorgemaakt vanaf het Romeinse recht tot aan de invoering van het vermogensrechtelijk deel van het Burgerlijk Wetboek in 1992. Ik besef dat ik daarbij grote sprongen in de tijd neem en niet onbelangrijke perioden in de rechtshistorie buiten beschouwing laat. De sprong van het Romeinse naar het Rooms-Hollandse recht laat zich verantwoorden door het feit dat eerst onder het Rooms-Hollandse recht een van de Romeinsrechtelijke traditie afwijkende rangorderegel kan worden waargenomen. Voor de vaststelling van de rangorde werd de prioriteitsregel destijds in bepaalde gevallen verdrongen door een regel van gewoonterechtelijke origine. Aangezien deze regel bovendien van belang is voor een goed begrip van de wijze waarop het zekerhedenrecht – als het oorspronkelijke toepassingsgebied van de prioriteitsregel – zich heeft ontwikkeld, verdient het recht uit deze periode nadere aandacht. In tegenstelling tot het middeleeuwse recht was het Rooms-Hollandse recht voor een gewichtig deel op schrift gesteld, zoals uiteengezet door zijn belangrijkste representant Hugo de Groot. Gekozen is voor het specifiek op het gewest Holland toegesneden recht vanwege zijn (ook op juridisch gebied) dominante positie binnen de Republiek.1 Het Rooms-Hollandse recht is bovendien van invloed geweest op de eerste Nederlandse codificatiepogingen, later ook op de wetsontwerpen uit de periode na de Napoleontische overheersing en zelfs op het Burgerlijk Wetboek van 1838.
Deel II
Het tweede deel van het onderzoek – ondergebracht in de hoofdstukken 5 en 6 – plaatst de prioriteitsregel in rechtsvergelijkend perspectief. De externe rechtsvergelijking heeft als doel na te gaan welke argumenten voor zijn toepassing in buitenlandse rechtsstelsels worden aangevoerd en hoe aldaar de toepassing van de prioriteitsregel uitvalt. Het rechtsvergelijkende deel beoogt daarmee een bron van inspiratie te onthullen voor inzichten en argumenten omtrent de toepassing van de prioriteitsregel. De keuze is gevallen op de rechtsstelsels van Duitsland en Frankrijk omdat zij allebei doch in verschillende mate het Romeinse recht en daarmee de prior-temporeregel hebben gerecipieerd. Zij zijn daarnaast allebei van invloed geweest op de Nederlandse rechtsontwikkeling. Zo lag het Burgerlijk Wetboek van 1838 dicht tegen de Franse Code civil aan en is het Duitse recht een belangrijke inspiratiebron geweest voor de rechtsontwikkeling ten onzent in het begin van de twintigste eeuw alsmede voor het huidige Burgerlijke Wetboek. Waardevol voor de rechtsvergelijking is bovendien dat in beide rechtsstelsels het belangrijkste toepassingsgebied van de prioriteitsregel – te weten het zekerhedenrecht – op verschillende manieren is vormgegeven. Het Duitse recht is daarnaast in het bijzonder relevant in het kader van de motivering van de prioriteitsregel op grond van de wetsystematiek omdat het sterk vasthoudt aan het onderscheid tussen het goederen- en verbintenissenrecht. Het Franse recht hanteert daarentegen een minder scherp onderscheid. Met het oog op de omvang van deze studie is voor de behandeling van meer dan twee rechtsstelsels geen plaats. Een common law stelsel – hoewel de vergelijking hiermee in dit kader niet evident zinloos is – wordt niet in dit onderzoek betrokken. Gekozen is voor civil law-landen omdat bevindingen uit overeenstemmende rechtstelsels adequater op het Nederlandse recht kunnen worden toegepast.
Deel III
Teneinde de toepassing van de ongeschreven prioriteitsregel te kunnen concretiseren, is een juridisch-technische uitwerking van zijn motivering geboden, hetgeen het derde deel van het onderzoek beslaat. Aandacht zal worden besteed aan de veelvuldig aangedragen zienswijze waarin de prioriteitsregel aan de nemo-plusregel wordt gekoppeld alsmede aan mogelijke alternatieve opvattingen. Voorts wordt in deze nadere beschouwing in de kenbaarheid van oudere rechten een rechtvaardiging gezocht voor de prioriteitsregel.
Deel IV
De eerste drie delen van het onderzoek monden uit in het deel waarin de concrete toepassing van de prioriteitsregel in het hedendaagse vermogensrecht centraal staat. Aan het goederenrecht wordt als voornaamste toepassingsgebied van de prioriteitsregel een afzonderlijk – onder 8 genummerd – hoofdstuk gewijd. Het doel is niet om een uitputtende verhandeling te verzorgen van alle leerstukken die op enigerlei wijze verband houden met de prioriteitsregel of daarvan invloed ondervinden. Evenmin wordt naar volledigheid gestreefd ten aanzien van de uitwerking van mogelijke conflictsituaties binnen de behandelde leerstukken. Toegespitst wordt op prioriteitsconflicten tussen goederenrechtelijke rechten binnen het algemene vermogensrecht. Waar de toepasselijkheid van de prioriteitsregel onmiskenbaar is, zal zijn functie en uitwerking nader worden onderzocht. Waar de prioriteitsregel wordt doorbroken, zal worden onderzocht in hoeverre dat met argumenten kan worden ondersteund. Deze kunnen onder meer worden teruggevonden in het negende hoofdstuk dat de prioriteitsregel buiten het goederenrecht centraal stelt. Rechten die op geen enkele wijze samenhangen met de prioriteitsregel worden slechts in dit onderzoek betrokken voor zover daaromtrent verwarring heerst in de literatuur.