Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/1.5
1.5 Plan van behandeling
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS378230:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de harmonisatie en unificatie van het Europese procesrecht: M. Freudenthal, 'Harmonisatie van Europees civiel procesrecht: Naar een ius commune voor het Europese procesrecht?!', TCR 2004, p. 29-37.
Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000, Pb EU L 338 van 23 december 2003, p. 1.
Deze bepaling luidt: 'Onder beslissing in de zin van deze verordening wordt verstaan, elke door een gerecht van een verdragsluitende Staat gegeven beslissing, ongeacht de daaraan gegeven benaming, zoals arrest, vonnis, beschikking of rechterlijk dwangbevel, alsmede de vaststelling door de griffier van het bedrag der proceskosten'. De bepaling is tekstueel gelijk aan art. 25 EEX-Verdrag. Zie ook paragraaf 1.3.1.
Verordening (EG) nr. 80512004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet betwiste schuldvorderingen, Pb EU L 143 van 30 april 2004, p. 15.
Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure, 19 maart 2004, COM (2004) 173 def.
Alvorens het systeem van de erkenning en de tenuitvoerlegging onder de EEX-regeling te onderzoeken zal in hoofdstuk 2 aandacht aan de diverse Europese regelingen op het terrein van internationaal procesrecht worden besteed. Deze regelingen hebben tot doel een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid in de Europese Unie te creëren. De mogelijkheid voor het tot stand brengen van de maatregelen wordt beperkt doordat zij slechts getroffen kunnen worden, voorzover nodig voor een goede werking van de interne markt.1 Bij de bespreking van deze instrumenten zullen eerst het EEX-Verdrag en het EVEX-Verdrag de revue passeren. Het EEX-Verdrag is als gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam 'gecommunautariseerd'. Derhalve beperk ik mij tot de voorgeschiedenis en de systematiek van het EEX-Verdrag. Vervolgens worden de diverse op basis van Titel IV EG tot stand gekomen regelingen besproken. Hierbij worden de 'Brussel IIbis'-Verordening2, de EG-Betekeningsverordening en de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening behandeld. De 'Brussel Ilbis'-Verordening geeft een regeling voor de rechterlijke bevoegdheid betreffende de vorderingen inzake echtscheiding en ouderlijke verantwoordelijkheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen dienaangaande. De verordening vult als het ware de EEX-Verordening aan op een terrein waarop de EEX-Verordening niet van toepassing is. De EG-Betekeningsverordening bevat een regeling voor de betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszaken.
In hoofdstuk 3 staat vervolgens de erkenningsregeling van de EEX-Verordening centraal. Bij de behandeling van de systematiek van de erkenning komen eveneens, voorzover noodzakelijk, de nationale procesrechtelijke stelsels van een aantal lidstaten aan de orde. In dit verband wordt tevens aandacht besteed aan de nationale uitvoeringsregelingen op het terrein van de EEX-Verordening. Het onderzoek beperkt zich tot vermogensrechtelijke beslissingen van overheidsrechters. Dit hangt samen met het begrip 'beslissing', zoals geregeld in art. 32 EEX-Vo.3 De beperking tot het vermogensrecht vloeit uit het toepassingsgebied van de te onderzoeken EEX-regeling voort.4 De EEX-Verordening gaat net als het EEX-Verdrag uit van een automatische erkenning van beslissingen. Het is echter volgens deze regeling mogelijk om in een aantal gevallen de erkenning van een beslissing te weigeren. De mogelijkheden tot weigering van erkenning zijn in de EEX-Verordening beperkt ten opzichte van het EEX-Verdrag. Dit kan soms tot onaanvaardbare situaties leiden, zoals in paragraaf 3.4 wordt uiteengezet.
Hoofdstuk 4 besteedt aandacht aan de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen onder de EEX-Verordening. Ingevolge de EEX-regeling is een uitvoerbaarverklaring door de rechter van de staat van tenuitvoerlegging nodig voor de tenuitvoerlegging van een beslissing van de rechter uit een andere staat.
Na de behandeling van de regeling van de erkenning en tenuitvoerlegging komt in hoofdstuk 5 de EET-Verordening aan de orde.5 Deze regeling heeft tot doel het systeem van de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen ten opzichte van de EEXregeling te vereenvoudigen. De vereenvoudiging moet een versoepeling en versnelling van de tenuitvoerlegging van vermogensrechtelijke beslissingen tot gevolg hebben. De verordening maakt het mogelijk om een beslissing zonder tussenkomst van een exequaturrechter in de lidstaat van tenuitvoerlegging ten uitvoer te leggen. In het kader van de behandeling van de EET-Verordening wordt een vergelijking met de EEX-regeling gemaakt.
Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 de mogelijkheid onderzocht van de unificatie van het burgerlijk procesrecht op het terrein van het vermogensrecht, in het bijzonder met betrekking tot vorderingen tot betaling van een geldsom. In het kader van deze behandeling wordt ook het voorstel van de Europese Commissie voor een incassoverordening besproken.6 De voorgestelde verordening dient een geharmoniseerde procedure voor het verkrijgen van een Europees betalingsbevel in alle lidstaten in het leven te roepen. De regeling beperkt zich echter slechts tot de minimumvoorwaarden en laat de bestaande regelingen op het terrein van de rechtsmacht en van de erkenning en tenuitvoerlegging intact. De invoering van een dergelijke verordening betekent een vereenvoudiging van de verkrijging van een rechterlijke beslissing, maar de nog te bespreken problemen die voortvloeien uit een grensoverschrijdende tenuitvoerlegging worden door deze regeling slechts voor een klein deel verholpen. De totstandbrenging van een uniforme incassoprocedure in de Europese Unie kan wel ertoe leiden, dat de vereiste controle op een betalingsbevel bij de 'uit-' of 'invoer' achterwege kan blijven, aangezien de procedurele voorwaarden in alle lidstaten gelijk zijn.