Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.6.2.2.3.2
7.6.2.2.3.2 Persoonsvereiste
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291225:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Ook in het beleid van België wordt hiervan uitgegaan. In België geldt dat de betrokken partijen dezelfde moeten zijn en handelen in dezelfde hoedanigheid, d.w.z. dezelfde huurder en dezelfde verhuurder (beslissing nr. E.T.106.904 van 31 maart 2004). Anders: besluit Staatssecretaris van Financiën van 19 september 2013, nr. BLKB2013/1686M, V-N 2013/54.15, paragraaf 7.4.3 waarin wordt geëist dat de hoofd- en parkeerruimte door dezelfde eigenaar aan dezelfde huurder wordt verhuurd.
Voor het opgaan van de verhuur van de parkeerruimte in de verhuur van de hoofdruimte geldt niet alleen een ‘complexvereiste’, maar ook een ‘persoonsvereiste’. Het Hof van Justitie heeft in het Morten Henriksen-arrest geoordeeld dat de hoofd- en parkeerruimte door dezelfde eigenaar aan dezelfde huurder moet worden verhuurd. In de zaak Morten Henriksen was de verhuurder de eigenaar van de garages, maar niet de eigenaar van de woonruimte waardoor aan het persoonsvereiste niet werd voldaan. Uit de jurisprudentie van het Hof inzake het uniebegrip ‘verhuur’ blijkt echter dat de terbeschikkingstelling van een (gedeelte van een) onroerend goed door een ander dan de eigenaar, zoals de huurder die de gehuurde ruimte (deels) onderverhuurt, niet aan de kwalificatie verhuur in de weg staat (zie paragraaf 7.4.3.2). Hieruit leid ik af dat niet vereist is dat de ruimten door dezelfde eigenaar wordt verhuurd, maar dat vereist is dat de hoofd- en parkeerruimte door dezelfde persoon wordt verhuurd. Om die reden ligt het naar mijn mening in de rede om de tweede voorwaarde in het Morten Henriksen-arrest zo te lezen dat de hoofd- en parkeerruimte door dezelfde verhuurder aan dezelfde huurder worden verhuurd.1