De beursvennootschap, corporate governance en strategie
Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/8.1:8.1 Thematiek van deze studie (hoofdstuk 1)
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/8.1
8.1 Thematiek van deze studie (hoofdstuk 1)
Documentgegevens:
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232617:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Nederland bestaan twee soorten kapitaalvennootschapsvormen: de NV en de BV. Dit proefschrift richt zich met name op de NV en in het bijzonder op de beursvennootschap. De twee belangrijkste organen binnen de organisatie van de NV zijn het bestuur en de algemene vergadering (AV). Het bestuur is in algemene zin verantwoordelijk voor de ondernemingsactiviteiten van de NV. De AV is bevoegd te besluiten over bepaalde belangrijke onderwerpen, zoals benoeming, ontslag en schorsing van bestuurders en commissarissen, statutenwijziging, fusie en splitsing, en besluiten die leiden tot een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de NV of haar onderneming. Hierdoor heeft de AV een belangrijke machtspositie binnen de vennootschappelijke orde. Deze machtspositie is in grote lijnen al sinds de invoering van het huidige NV-recht in 1929 in ons vennootschapsrecht vastgelegd. De elementaire karaktertrekken van het vennootschapsmodel zijn daarmee lange tijd grotendeels ongewijzigd gebleven.
Het doel en het belang van de vennootschap zijn sinds de invoering van het huidige NV-recht echter sterk veranderd. De vennootschap heeft inmiddels een van de aandeelhouders afgescheiden, zelfstandig belang gekregen, dat is ingebed in een open rechtsbetrekking waarbij belangen van een veelheid aan stakeholders een rol kunnen spelen. Bij een vennootschap die een onderneming drijft, dient het bestuur het bestendige succes van de onderneming te bevorderen. Met het oog op dat doel is het bestuur primair bevoegd tot het bepalen van het beleid en de strategie van de vennootschap en haar onderneming. Daarbij dient het rekening te houden met de belangen van de bij de vennootschap en haar onderneming betrokken stakeholders. Daaronder vallen ook de aandeelhouders, maar hun belangen spelen bij voorbaat geen doorslaggevende rol.
De hiervoor geïdentificeerde ontwikkelingen spelen in Nederland, maar zijn (zeker de laatste jaren) ook daarbuiten te ontwaren, zoals in de Verenigde Staten. Er lijkt sinds de financiële crisis van 2008 sprake te zijn van een wereldwijde beweging richting een meer stakeholdergeoriënteerd model van corporate governance. Die ontwikkeling is met name merkbaar bij beursvennootschappen, aangezien dat typologisch de meest ‘open’ vennootschappen zijn. Daarmee wordt in dit geval bedoeld dat belangen van derden een invloed kunnen hebben op de verhoudingen, rechten en verplichtingen binnen de organisatie van de vennootschap en haar onderneming. Het aandelenkapitaal van beursvennootschappen is vrij verhandelbaar en daarmee veelal aanzienlijk verspreid, en het bestuur bekleedt een autonome positie aan het hoofd van een onafhankelijk concern, waarbij de belangen van vele stakeholders betrokken kunnen zijn. Dit geeft het bestuur een grote vrijheid – en een corresponderende verantwoordelijkheid – tot het bepalen van een strategie die gericht is op het bevorderen van het bestendige succes en langetermijnwaardecreatie van de onderneming van de beursvennootschap.
Ondanks de hiervoor geschetste veranderingen, blijft de beursvennootschap onderworpen aan het algemeen geldende NV-recht. De AV zal daarom op grond van de wet nog altijd een grote machtspositie hebben binnen de organisatie. Dit kan de autonome uitoefening van de bestuurstaak aanzienlijk bemoeilijken. Bestuurders kunnen gehinderd worden bij hun streven te handelen in het belang van de vennootschap, haar onderneming en haar stakeholders, indien er één groep stakeholders is die een belangrijke machtspositie heeft en zelfs de bestuurders en commissarissen kan ontslaan. Hoewel strategische onderwerpen in het Nederlandse corporate governance-stelsel in beginsel tot de bevoegdheid van het bestuur behoren, geeft de wet ook aandeelhouders daar zeggenschap over. De medewerking van de AV is daarom in bepaalde gevallen noodzakelijk voor het uitvoeren van de door het bestuur voorgestelde strategie. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het gaat om het implementeren van een fusie of van een transactie die kan leiden tot een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de NV en haar onderneming. Dit kan tot spanningen leiden tussen het bestuur en de AV. Het aandeelhoudersbelang weegt in het Nederlandse vennootschapsmodel noodzakelijkerwijs zwaar mee in de besluitvorming van het bestuur, want het bestuur kan belangrijke strategische besluiten, zelfs wanneer die in het belang van de vennootschap zijn, niet uitvoeren zonder dat de AV daarmee instemt. Het hier geïdentificeerde spanningsveld kan in de ondernemingsrechtpraktijk tot onduidelijkheid en onenigheid leiden, met name bij beursvennootschappen. Die spanning zorgt er ook voor dat het bestuur veelal niet vrijelijk – zonder vrees voor aandeelhouders(re)acties – haar taak kan uitoefenen als hoeder van de belangen van de vennootschap, haar onderneming en de bij haar betrokken stakeholders.
Dit proefschrift bevat een onderzoek naar de zeggenschap van het bestuur en de AV van de beursvennootschap, in het bijzonder over de strategie van de beursvennootschap. Ik beschrijf de historische ontwikkeling van de machtsverhouding tussen het bestuur en de AV, het huidige vennootschapsmodel en bijzondere kenmerken van de beursvennootschap, de ontwikkeling van corporate governance, en de positie van het bestuur en de AV binnen het huidige governancemodel. Ook behandel ik strategische onderwerpen die in de praktijk tot onenigheid (kunnen) leiden over de bevoegdheden van het bestuur en die van de AV. Tot slot ga ik in op mogelijke perspectieven op de toekomst van de beursvennootschap, inclusief potentiële regelingen die het vennootschapsmodel meer in lijn kunnen brengen met de geïnstitutionaliseerde beursvennootschap die opereert volgens de richtsnoeren van het Nederlandse stakeholdermodel. Ik ga daarbij waar relevant ook in op het recht van de staat Delaware in de Verenigde Staten.
De onderwerpen die besproken worden in dit proefschrift worden aanmerkelijk beïnvloed door economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Deze onderwerpen zijn dan ook bij uitstek relevant in het licht van de economische crisis in verband met de COVID-19-pandemie. Deze crisis zal ongetwijfeld leiden tot een heroverweging van bepaalde elementen in ons ondernemingsrecht, die de positie van aandeelhouders en van bestuurders van beursvennootschappen zal beïnvloeden. Specifiek zal dat kunnen gelden voor onderwerpen die verband houden met de strategie van de vennootschap, de belangen van stakeholders, bescherming tegen aandeelhoudersactivisme en vijandige biedingen, monitoring van het bestuur, en de gebruikmaking van technologische mogelijkheden. Dit proefschrift beoogt een bijdrage te leveren aan de inzichten die in die veranderende omstandigheden van belang zijn.