Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/4.3.4:4.3.4 Begrip 'ouderlijke verantwoordelijkheid'
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/4.3.4
4.3.4 Begrip 'ouderlijke verantwoordelijkheid'
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS434215:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Burgerlijke Rechtsvordering, Vlas, art. 5 Rv, aant. 3. Zie ook Rb. Zwolle-Lelystad, Sec. Kanton 3 januari 2005, IVIPR 2005, 26.
Ten onrechte anders Rb. Zutphen 24 november 2005 LJN AU7462.
Ten onrechte anders Hof Arnhem 1 juli 2003, te kennen uit NJ 2004, 622.
Ten onrechte anders Hof Arnhem 21 december 2004, IVIPR 2005, 218.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat valt onder het begrip 'ouderlijke verantwoordelijkheid' in art. 5 Rv? Voor de uitleg van dit begrip kan aansluiting worden gezocht bij hetzelfde begrip in art. 1 lid 2 HKbV 1996 en art. 2 lid 7 Vo-BIlbis.1 Gedacht kan worden aan de vaststelling van een omgangsregeling buiten echtscheiding, wijziging van een in het kader van echtscheiding getroffen regeling omtrent gezag of omgang, ondertoezichtstelling, ontheffing uit het ouderlijke gezag, ontzetting uit het ouderlijke gezag of de voogdij en benoeming van een bijzonder curator. Het begrip omvat niet de vaststelling en de ontkenning van familierechtelijke banden (zie art. 1 lid 3 sub a Vo-BIlbis; art. 4 sub a HKbV 1996). Art. 5 Rv is dus niet van toepassing op het verzoek tot vaststelling van het vaderschap,2 het verzoek van de vader tot vernietiging van de erkenning van een minderjarige als zijn kind3 of het verzoek om vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van een kind.4