Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/8.2.4
8.2.4 Externe verantwoording middels publicatie van jaarstukken
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS388569:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Indien sprake is van een middelgrote onderneming gelden bepaalde vereenvoudigingen ten aanzien van zowel de inrichting, controle als openbaarmaking van de jaarstukken (artikel 2:397 leden 5 en 7 BW).
Dat wil zeggen: zorginstellingen die beschikken over geld uit de Wlz en de Zvw. Zij leveren jaarlijks hun verantwoording aan middels vragenlijsten welke openbaar worden gemaakt via de website van www.jaarverslagenzorg.nl.
Zie ook artikel 5b lid 1 AWR.
Zie 3.4 en 3.5 van de SBF-Code 2015. Bovendien dient verantwoording afgelegd te worden op de website van het Centraal Informatiepunt Filantropie.
III.7 en VI. 8 Claimcode.
Zie onder meer Van der Ploeg 2011, p. 93-94.
Aldus de ‘Aanwijzing opsporing en vervolging faillissementsfraude’, Stb. 2009/40.
Zie www.internetconsultatie.nl/publicatieplicht_stichtingen. Zie onder meer de brief van de staatssecretarissen van Veiligheid en Justitie en van Financiën over toezicht en verantwoording in de filantropische sector waarin de publicatieverplichting voor alle stichtingen wordt aangekondigd (Kamerstukken II 2012-2013, 32 740, nr. 13).
Onder meer Beckman 2010. Eén van de kritiekpunten is dat de wetgever is doorgeschoten in zijn doel om het gebruik van stichtingen voor ongeoorloofde doeleinden, zoals terrorismefinanciering, te bestrijden. Anderen, zoals Van der Ploeg (Van der Ploeg 2011, p. 93), kunnen zich niet vinden in deze kritiek.
Anders: Dijk/Van der Ploeg 2013, par. 8.4.3.
Publicatie via het handelsregister
De plicht tot publicatie van jaarstukken via het handelsregister, ook wel openbare verantwoording genoemd, geldt, als gezegd, slechts voor stichtingen met een middelgrote of grote onderneming (artikel 2:394 BW).1 In sommige sectoren stellen sectorregels voor alle stichtingen in die sector, ook als zij een kleinere onderneming hebben, publicatie van de jaarverantwoording verplicht. Dit geldt bijvoorbeeld voor zorginstellingen die beschikken over overheidsgeld.2 In het jaarrekeningenrecht en in sectorregels worden niet alleen eisen opgenomen ten aanzien van de publicatie van de jaarstukken, maar worden ook eisen gesteld aan de inhoud van het bestuursverslag, waarover hierna meer.
Publicatie jaarstukken via een website
Indien een stichting wil kwalificeren als algemeen nut beogende instelling (ANBI), waarmee de stichting belastingvrijstellingen geniet wanneer de stichting een schenking van een derde ontvangt, dienen volgens de ANBI-voorwaarden van de Belastingdienst jaarstukken (een balans, een staat van baten en lasten en een toelichting) gepubliceerd te worden op internet, dat wil zeggen: op een eigen internetsite of een gemeenschappelijke internetsite, bijvoorbeeld van een brancheorganisatie.3 Ook fondsenwervende instellingen dienen op grond van sectorregels hun jaarrekening en bestuursverslag op hun website te plaatsen.4
In de Claimcode is bepaald dat de claimstichting een eigen, algemeen toegankelijke website heeft waarop voor belanghebbenden relevante informatie wordt geplaatst, waaronder een financiële verantwoording én een verantwoording door de raad van toezicht.5
Een subsidieverstrekkende instantie kan aan de subsidieverlening de voorwaarde verbinden dat jaarlijks aan die instantie en/of aan andere derden (dus openbaar) verantwoording wordt afgelegd. De instantie kan bovendien aan de financiële verantwoording en aan het verslag bepaalde eisen stellen. Overigens staat het ook andere soorten stichtingen, die niet onder de jaarrekeningregels vallen omdat zij als klein kwalificeren en niet onder een vergelijkbare verplichting op grond van sectorregels vallen, vrij om vrijwillig hun balans, hun staat van baten en lasten en hun bestuursverslag openbaar te maken. Een kleine stichting, zoals een algemeen studiefonds, kan bijvoorbeeld te maken hebben met een onbepaalde groep begunstigden en/of externe belanghebbenden. Ook voor een kleinere stichting kan het van belang zijn dat aan belanghebbenden vrijwillig inzicht wordt geboden over de uitvoering van de taak van het bestuur en de raad van toezicht (het gevoerde beleid en het uitgeoefende toezicht). Heldere verslaggeving en transparantie speelt daarbij een belangrijke rol.
Publicatieplicht voor alle stichtingen?
In de literatuur is discussie gevoerd over de vraag of de publicatieplicht niet voor alle stichtingen zou moeten gelden, ongeacht de omvang van hun onderneming. Voorstanders wijzen op het feit dat alle stichtingen op deze manier gedwongen worden tot (een vorm van) maatschappelijke verantwoording.6 In diverse onderzoeken is geconstateerd dat de transparantie van stichtingen te wensen overlaat,7 hetgeen volgens sommigen bijvoorbeeld in de filantropische sector ongewenst is. In 2010 verscheen een concept wetsvoorstel waarin alle stichtingen verplicht werden hun staat van baten en lasten te publiceren.8 Dit voorstel had vooral als achtergrond misbruik van stichtingen voor terrorismefinanciering te voorkomen. Nadat veel kritiek was geuit op dit voorstel, welke kritiek er onder meer op neerkwam dat een one size fits all-publicatieplicht niet het geëigende middel is om misbruik te bestrijden, is het niet tot een wetsvoorstel gekomen.9
Voor veel soorten stichtingen die beschikken over overheidsgeld of over geld van derden geldt, als gezegd, reeds op grond van diverse sectorregels dat zij hun jaarstukken moeten publiceren. Voor stichtingen die met private middelen een kleine onderneming drijven geldt, net als voor andere rechtspersonen met een kleine onderneming, dat zij te maken hebben met “externe belanghebbenden”, zoals verhuurders en leningverstrekkers. Ik meen dat er geen reden is om een onderscheid te maken tussen verschillende soorten rechtspersonen met een kleine onderneming.10 Voor zowel stichtingen als andere rechtspersonen met een kleine onderneming geldt, mijns inziens terecht, een wettelijke vrijstelling van de publicatieplicht. Voor sommige stichtingen, zoals bijvoorbeeld een stichting administratiekantoor of een stichting die als houdster fungeert en die geen (eigen) onderneming heeft, is dit een overbodige administratieve last. In het geval van een stichting administratiekantoor hebben derden er immers geen belang bij om inzicht te krijgen in jaarstukken, aangezien de stichting een zuiver privaat doel dient, namelijk: het beheren van aandelen (of andere vermogensbestanddelen) ten behoeve van certificaathouders. Vaak heeft een stichting administratiekantoor geen andere activiteiten dat het beheren van aandelen.