Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/7.4.2.6.2
7.4.2.6.2 Toelichting en rechtvaardiging
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS972060:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor de goede orde: ik doel hiermee niet op misbruik van recht in de zin van artikel 3:13 BW.
Vgl. Hof Amsterdam (OK) 8 april 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1278 (Simetra), r.o. 3.10: “Tevens in aanmerking genomen dat aan Nortra gelieerde vennootschappen uit de Aeon-groep concurreren met Simetra (hetgeen terughoudendheid bij het verstrekken van concurrentiegevoelige informatie kan rechtvaardigen) is de Ondernemingskamer van oordeel dat Nortra over deze onderwerpen voldoende is geïnformeerd en voldoende ruimhartig van informatie is voorzien.”; en Hof Amsterdam (OK) 14 maart 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1035 (De Jong Verenigde Werkplaatsen), r.o. 3.27-3.28.
Zie onder meer De Kluiver 2000, p. 239; en Koelemeijer (diss.) 1999, p. 99 e.v.
Zie Hof Amsterdam (OK) 14 december 2022, ARO 2023/3 (APM), r.o. 3.15: “Daartoe is redengevend de opstelling van Pieter c.s. vanaf 17 december 2021. Blijkens zijn whatsapp bericht van die dag heeft Pieter zelf ingestemd met de hoofdlijnen van de te maken afspraken met OSW. Nadien werden Pieter c.s. tot in detail op de hoogte gehouden van het verloop van de onderhandelingen met OSW, de door de gemeente gewenste ontwikkelaar van de Spoorzone. Nog op 9 februari 2022 is Pieter door Esveld bijgepraat over de toen bijna voltooide onderhandelingen. In de wetenschap dat de onderhandelingen met OSW inmiddels het eindstadium hadden bereikt, zijn Pieter c.s. op 13 februari 2022 teruggekomen van de aanvankelijk door Pieter betuigde instemming met de koopprijs. Pieter c.s. hebben op directieve wijze geprobeerd de onderhandelingen met OSW open te breken en gesprekken aan te gaan met een andere – nog onbekende – kandidaat. Daarmee miskenden zij hun eigen positie. Die miskenning kan de beleidswijziging van APM per saldo rechtvaardigen, ook wanneer in aanmerking moet worden genomen dat APM bijzondere zorgvuldigheid jegens haar certificaathouders diende te betrachten.”
Zie Hof Amsterdam (OK) 14 december 2022, ARO 2023/3 (APM), r.o. 2.5 en 2.33.
Zie Hof Amsterdam (OK) 14 juli 2023, ARO 2023/107 (Landgoed den Alderinck II), r.o. 3.12. Vgl. ook de eerdere beschikking Hof Amsterdam (OK) 23 oktober 2020, ARO 2020/186 (Landgoed den Alderinck II), r.o. 3.5: “Daarbij heeft de bestuurder laten weten soms meer tijd kwijt te zijn aan de discussies tussen de certificaathouders dan aan het besturen van de vennootschap. De Ondernemingskamer acht aannemelijk dat de aanhoudend conflictueuze situatie een bedreiging vormt voor de continuïteit van de vennootschap.”
Zie par. 5.2.4.5.3 hiervoor.
Zie par. 4.3.3.1 hiervoor.
Niet alleen de vennootschap, maar ook de informatiegerechtigde is gebonden aan artikel 2:8 BW. Van de informatiegerechtigde mag onder meer een zakelijke houding worden verwacht. Hij mag zijn informatierecht in ieder geval niet misbruiken. Onder ‘misbruik’ van het informatierecht versta ik situaties waarin het informatierecht niet wordt gebruikt voor het doel waarvoor het is toegekend of op een wijze die niet past bij de rol en positie van de kapitaalverschaffer binnen het vennootschappelijk bestel.1 Het betreft gevallen waarin informatieverstrekking de vennootschap zou schaden. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan situaties waarin:
strategische informatieverzoeken worden gedaan, met als doel om de vennootschap onder druk te zetten en een dossier op te bouwen;
de informatieverzoeken zich niet verhouden tot de rol en positie van de informatiegerechtigde binnen de vennootschap, bijvoorbeeld wanneer een minderheidsaandeelhouder met verstorende en onredelijke informatieverzoeken een disproportioneel beslag legt op de vennootschapsleiding en/of de bestuursautonomie wordt aangetast;
is beoogd de vennootschap (anderszins) te schaden door middel van informatieverzoeken, bijvoorbeeld door de vennootschapsleiding te belagen met ongefundeerde en nodeloos uitvoerige verzoeken of informatie te lekken; en/of
de verkregen informatie wordt gebruikt ten behoeve van concurrerende activiteiten van de informatiegerechtigde of een aan hem gelieerde onderneming,2 althans dat die informatie wordt gebruikt om de vennootschap aan haar toekomende corporate opportunities te ontnemen.
Handelt een informatiegerechtigde in strijd met de redelijkheid en billijkheid, dan kan het belang van de vennootschap rechtvaardigen – en zelfs ertoe nopen –dat de vennootschapsleiding daartegen ingrijpt om het vennootschapsbelang te beschermen. Daarbij is relevant of de informatiegerechtigde (ook) een belang heeft bij de informatieverstrekking dat tegenstrijdig is aan dat van de vennootschap. Een dergelijk tegenstrijdig belang speelt in algemene zin een rol bij de invulling van de redelijkheid en billijkheid.3 Indien de aandeelhouder een concurrerende onderneming drijft, kan dit tegenstrijdige belang bijvoorbeeld ertoe nopen dat bepaalde informatie niet wordt verstrekt om de concurrentiepositie van de vennootschap te beschermen. Ik meen dat de vennootschap zich in het algemeen terughoudender zal mogen opstellen indien de aandeelhouder schadelijk of verstorend gedrag vertoont. Indien beperking van de informatieverstrekking de vennootschap beschermt tegen (de schadelijke gevolgen van) dergelijk gedrag, dan kan dit geboden zijn.
Dit laatste deed zich voor in de APM-beschikking, waarin de Ondernemingskamer accepteerde dat binnen de vennootschap een beleidswijziging had plaatsgevonden die mede zag op een beperking van de informatieverstrekking aan de certificaathouders. De Ondernemingskamer achtte de opstelling van de certificaathouders daartoe redengevend; zij grepen de verkregen informatie aan in een poging het bestuur terzijde te schuiven een commercieel proces van de vennootschap te verstoren.4 Dergelijk gedrag past niet bij de rol en positie van de certificaathouders, te meer nu de aandelen juist waren gecertificeerd om dergelijk verstorend gedrag te voorkomen.5 Een vergelijkbare situatie deed zich voor bij Landgoed den Alderinck II6en Steenfabriek.7
Hoewel het voorgaande met name ziet op de informatieverstrekking buiten vergadering, geldt hetzelfde rondom de algemene vergadering. Ik denk dan aan situaties waarin ongefundeerde, niet ter zake doende en/of nodeloos gedetailleerde of uitvoerige vervolgvragen worden gesteld naar aanleiding van de agenda of de toelichting daarop. Ter vergadering kan dergelijk gedrag de vergaderorde verstoren en nopen tot ingrijpen van de voorzitter.8 Dit strookt niet met de zakelijke opstelling die van de aandeelhouder mag worden verwacht en kan daarmee nader ingrijpen rechtvaardigen, onder meer door meer terughoudendheid te betrachten bij de informatieverstrekking.