Einde inhoudsopgave
RvdW 2021/445
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht, procesrecht. Vervolg van HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2790. Na cassatie en verwijzing alsnog beroep mogelijk op schijn van bevoegdheid?
HR 16-04-2021, ECLI:NL:HR:2021:579
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
16 april 2021
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
20/00468
- Conclusie
A-G mr. M.H. Wissink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:579, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 16‑04‑2021
ECLI:NL:PHR:2020:1216, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑11‑2020
Essentie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht, procesrecht. Vervolg van HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2790. Na cassatie en verwijzing alsnog beroep mogelijk op schijn van bevoegdheid?
Partij(en)
ARREST In de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, hierna: [eiser], advocaat: J.W.M.K. Meijer, tegen ENCARE ARBOZORG B.V., gevestigd te Maastricht, VERWEERSTER in cassatie, hierna: Encare, advocaat: D.M. de Knijff.
Conclusie
Conclusie A-G mr. M.H. Wissink:
1. Inleiding
1.1
De zaak wordt voor de tweede maal aan de Hoge Raad voorgelegd.1.Thans gaat het om de vraag of ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.