Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.4.4:11.4.4 Allocatie toeleveringen
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.4.4
11.4.4 Allocatie toeleveringen
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258571:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 135, lid 6, UDWU.
Het toerekenen van de gehele waarde aan de eerste zending is door de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) expliciet geaccepteerd, zie Conclusie 13 van de Expertgroep Douane (afdeling douanewaarde) betreffende kosten van werktuigen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien de koper (in)direct een dienst of goed gratis of tegen verminderde prijs ter beschikking stelt aan de verkoper, moet de waarde van de toelevering aan de werkelijk betaalde of de betalen prijs van de ingevoerde goederen worden toegevoegd zover het daarin niet reeds is begrepen. Indien verscheidene goederen worden betrokken waarvoor de toelevering ter beschikking is gesteld, wordt de waarde van de toelevering naar evenredigheid over de ingevoerde goederen omgeslagen.1
In de CVA zijn aantekeningen geplaatst bij artikel 8, lid 1, onderdeel b, ten tweede en ten vierde (‘voorwerpen voor de productie’ en ‘intellectuele toeleveringen’).2 Hoewel de aantekeningen enkel betrekking hebben op voornoemde categorieën toeleveringen, meen ik dat de daarin vervatte algemene principes ook toegepast kunnen worden op de allocatie van de eerste en derde categorie toeleveringen. Uit voornoemde aantekeningen volgt dat voor de omslag van de waarde van de toelevering met twee factoren rekening gehouden moet worden, te weten de waarde van de toelevering enerzijds en de wijze waarop deze waarde over de ingevoerde goederen moet worden omgeslagen anderzijds. De omslag geschiedt op een redelijke, aan de omstandigheden aangepaste wijze en met in achtneming van de algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen. Methodes die in dat kader geoorloofd zijn betreffen het toerekenen van de gehele waarde aan de eerste zending en het omslaan van de waarde over het aantal eenheden dat tot het tijdstip van de eerste zending is vervaardigd.3 Ook is het mogelijk dat, indien daarom door de importeur wordt verzocht, de waarde wordt omgeslagen over de gehele geraamde productie. De geraamde productie moet worden gestaafd door contracten of definitieve overeenkomsten waaruit volgt wat de hoeveelheid af te nemen producten is. Mocht bijvoorbeeld door een faillissement van de producent het voorkomen dat niet de gehele geraamde productie wordt geleverd en ten invoer aangegeven, is het naar mijns inziens rechtvaardig als de waarde van de toelevering die betrekking heeft op de niet geleverde en ten invoer aangegeven goederen niet in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van de douanewaarde. Wanneer de methode wordt gekozen dat de waarde wordt omgeslagen over de gehele geraamde productie, zal in Europeesrechtelijk verband in de regel worden aangestuurd op een artikel 73-vergunning (onderdeel 6.4.3). In dat geval wordt bij elke zending een forfait in aanmerking genomen.
In het bijzonder voor intellectuele toeleveringen geldt dat zij betrekking kunnen hebben op verscheidene goederen die de koper betrekt. In dat geval moet een passende evenredige omslag plaatsvinden van de waarde van de intellectuele toelevering op de ingevoerde goederen. Dit kan reeds volgen uit de boekhouding die het ontwerpcentrum voert en waartoe de koper, al dan niet als eigenaar, toegang heeft. Een directe aanpassing kan dan plaatsvinden. Indien de boekhouding niet in zulk detail treedt, omdat de ontwerpkosten bijvoorbeeld als algemene kosten worden geboekt, kan de omslag plaatsvinden door bijvoorbeeld de totale kosten van het ontwerpcentrum om te slaan op de totale productie waarop de diensten van het ontwerpcentrum betrekking hebben. Deze methode heeft als risico dat niet-belaste kosten zoals kosten van wetenschappelijk onderzoek en voorlopige schetsontwerpen of kosten die op de ontwikkeling van andere goederen zien in aanmerking worden genomen. Dit is onwenselijk en er zou derhalve een voorkeur moeten bestaan voor een boekhouding waarin een directe toerekening van de kosten aan de ingevoerde goederen plaatsvindt.